De Renaissance

1450: Laurens Coster (Haarlem) of Johannes Gutenberg (Mainz): drukken met losse letters (rol in verspreiding van nieuwe opvattingen op godsdienstig, artistiek en/of wetenschappelijk vlak)
1493: Columbus ontdekt Amerika (economische bloei, kolonialisme als basis voor het kapitalisme)
1498: Vasco da Gama bereikt Indië via Kaap de Goede Hoop
1517: Maarten Luther maakt zijn leer bekend. Voor de literatuurgeschiedenis is van belang dat hij sommige bijbelverhalen uit het Oude Testament heeft afgedaan als pure fictie, maar er dient wel bij vermeld dat hij b.v. in het geval van het verhaal van Judith en Holofernes zowel de literair-esthetische waarde als de opvoedende waarde bleef erkennen, zodat het thema ook door de gereformeerden kon worden aangewend. (Anne Marie Musschoot, Het Judith-thema in de Nederlandse Letterkunde, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1972, p.95)
1519: eerste tocht rond de wereld (Magelhaen)
6 mei 1527: Spanish and German troops sack Rome; some consider this the end of the Renaissance. 147 Swiss Guards, including their commander, die fighting the forces of Charles V in order to allow Pope Clement VII to escape into Castel Sant’Angelo.
1543: Nicolaus Copernicus “De Revolutionibus Orbium Coelestium” van geocentrisme naar heliocentrisme (maar toch nog “koepel met vaste sterren”)
1560: de Roomse kerk verbiedt de rederijkerskamers wegens hun rol in de Hervorming
1566: Beeldenstorm (homogeen katholieke middeleeuwen afgesloten)
1567: laatste refreinenbundel van Anna Bijns (middeleeuwen) en tevens “Het Bosken” van Jonker Jan van der Noot (renaissance)
1568: gewapende opstand tegen Spanje (Alva) o.l.v. Willem van Oranje
1585: val van Antwerpen; scheiding tussen noord en zuid

1596: Houtman en Keyzer varen via Kaap de Goede Hoop naar Java, begin van de gouden eeuw in het Noorden
– economische welvaart, burgerlijke beschaving
– hervorming leidt tot tolerant klimaat en dus hoger cultuurpeil (gebruik volkstaal)
– bloei der wetenschappen (“Dialectike ofte Bewijsconst” van Simon Stevin uit 1585; “Cruijde Boeck” van Rembert Dodoens uit 1554 en verder Christiaan Huygens en zijn uurwerken, Hugo Grotius en het zeerecht, Justus Lipsius, Vossius, Barlaeus, de hele Muiderkring)
– belangrijke politieke figuren: Willem van Oranje, Maurits, Frederik Hendrik, maar ook Oldenbarnevelt!
– plastische kunst: Rembrandt, Brouwer, Hals, Vermeer
en vooral: veertien belangrijke auteurs geboren op twintig jaar tijd
1577: Cats, Vossius
1579: Coster, Stalpaert van der Wiele (katholiek!)
1580: Heinsius
1581: Hooft
1584: Barlaeus
1585: Bredero
1586: Camphuysen, Revius
1587: Vondel
1594: Starter
1596: Constantijn Huygens
1597: Van Heemskerk
In het Zuiden enkel Justus de Harduijn (1582-1636)
ENKELE TYPISCHE RENAISSANCE-GENRES
vooraf: evolutie van het vers
M.E.: 4 accenttoppen en een onbepaald aantal onbeklemtoonde syllaben
Rederijkers: het vers wordt langer, maar geen vaste regels
2de helft van de zestiende eeuw: van accentvers naar telvers (lettergrepen geteld) onder Franse invloed (vers communs: 10-11 syllaben; vers alexandrins: 12-13 syllaben). Evolutie naar regelmatig alternerend vers (beklemtoond/onbeklemtoond).
1.Sonnet
bestaat uit 14 verzen
1 x 8 octaaf
2 kwatrijnen
1 x 6 sextet
2 terzinen
volta : -ommekeer, wending ( in het leven van het personage)
-meestal rond vers 8-9 + motivatie
– Rijmschema: A b b A A b b A c c D e e D (omarmend)
A b a b c d c d e f e f e f (afwisselend)
ontstaan in Italië in de 13de eeuw (Dante, Petrarca), via Frankrijk (Ronsard) naar Engeland (Shakespeare), waar men de structuur wel veranderd in drie kwatrijnen en een couplet (kernachtig gezegde). In Nederlands taalgebied: Van der Noot (eerste), Hooft, Perk.
Er bestaan ook hedendaagse sonnetten: Herman De Coninck, Jan Kal (“Fietsen op de Mont Ventoux”) en zelfs “’t Was zo heet”, beter bekend als het liedje “Red onze planeet”, van Hugo Matthijssen.
2.Satire
Boccaccio, Aretino, Rabelais, Thomas More (*), Cervantes, Erasmus (Laus Stultitiae), Marnix van Sint-Aldegonde (Den Bijencorf der H.Roomsche Kercke, 1569)
3.Pastorale
cfr.herontdekking klassieken: Philip Sidney, Montemayor (“Diana”), Hooft (“Granida”, 1605), Johan van Heemskerk (“Batavische Arcadia”)
4.Epos
Klassieken: Homeros, Vergilius
Orlando furioso (Ariosto)
Paradise lost (Milton)
Olympias (Van der Noot)
5.Biografie
Net zoals bij het voorgaande genre (heldenverering!) blijkt hieruit de belangstelling voor het individu.
Vasari: het leven van de meest uitmuntende beeldhouwers, schilders en architecten (hierin de term “rinascita”), vgl. met het Schilderboeck van Carel van Mander uit 1604.
6.Geschiedschrijving
Klassieken: Livius, Sallustius, Herodotos
Hooft: Nederlandse Historiën (1628-47)
7.Emblemata
Roemer Visscher: Sinnepoppen (met afbeeldingen)
8.Klassiek drama
drie eenheden (plaats, tijd, handeling)
vijf bedrijven (expositio, intrige, climax, peripetie, catastrofe)
reien
P.C.Hooft (1581-1647): Geeraerd van Velsen (1613), Warenar (1617)
G.A.Bredero (1585-1618): Treurspel van Rodderick (1611), Klucht van den meulenaer, Klucht van de koe (1612), De Spaanse Brabander (1617)
Joost van den Vondel (1587-1679): Palamedes (1625), Gijsbrecht van Aemstel (1637), Lucifer (1654), Adam in ballingschap (1664), Noach (1667), samen “de trilogie van de hoogmoed”
Constantijn Huygens (1596-1687): Trijntje Cornelis (1653)
Pieter Langendijk (1683-1756): Het wederzijds Huwelijksbedrog (1712)
DE HERVORMING
1.Aandacht voor de volkstaal
1521: Luther vertaalt het Nieuw Testament
1618: Synode van Dordrecht geeft de aanzet voor de Statenbijbel (voltooid in 1635)
Psalmberijmingen (op wereldse melodieën): b.v.Marnix Van Sint-Aldegonde, Jan Van Utenhove, Petrus Datheen, Willem van Haecht.
Belangstelling voor de volkstaal ook zonder religieuze bijbedoelingen:
J.du Bellay: “Deffence et illustration de la langue françoyse” (1549)
J.Lambrecht: Nederlandsche spellinghe (1550) + Naembouck (woordenboek)
J.van den Werve, het Tresoor der duytscher talen (1553): taalzuivering
Plantijn: Etymologicum of Dictionarium (1574)
Maar! Men werkte wel naar het Latijnse model. Vandaar b.v. het gebruik van naamvallen en ook de meervouds-t bij de imperatief.
2.Geuzenliederen
a)historische liederen (over veldslagen e.d.)
b)godsdienstige liederen
– schriftuurlijke liedekens (martelaarsliederen, voor geloofsvrijheid)
– spotliederen op de katholieke kerk (tegen inquisitie)
c)politieke liederen
– progressief (voor politieke vrijheid)
– conservatief (handhaving privileges)
3.Calvinisme
23/8/1572: Bartholomeusnacht. De protestantse Hendrik (later IV) huwt met de katholieke zus van Karel IX, Margaretha, om de Franse troon te kunnen erven (Paris vaut bien une messe). De koningin-moeder Catharina de Medicis laat de genodigden uitmoorden. Op drie dagen tijd vallen er 20.000 doden. De overlevenden vluchten (o.a.) naar Nederland en introduceren daar het Calvinisme (tot dan toe Lutheranen).
De calvinisten zorgen voor een mentaliteitswijziging: geradicaliseerd als zij zijn, zijn zij niet zo tolerant. Zij ijveren ook voor een sterk georganiseerde theocratie en ze geloven in de predestinatie. Hun burgerlijk-moraliserend optreden als “uitverkorenen” vormt een aanloop voor de pruikentijd.
HET HUMANISME
– intellectuele elite
– universele taal: het Latijn (paradoksaal genoeg zijn zij door hun regulariserend optreden de doodgravers ervan als levende taal)
– zowel protestanten als katholieken (Erasmus!)
– streefde naar samensmelting van christendom en antieke cultuur
– nadruk op de praktijk van het christendom, wars van alle dogmata (tegen het formalisme dat sacramenten de spons konden vegen over eender welke wandaad)
Evolutie
MANIËRISME (“te speels”, “te verfijnd”)
préciosité (geridiculiseerd door Molière in “Les précieuses ridicules”)
metaphysical poets (John Donne)
Gongorisme, Marinisme (net als Donne cerebraal én zinnelijk)
elementen bij Hooft en Huygens
BAROK (“te zwaar”, “te ernstig”)
Conflict (typisch contrareformatie)
Rubens, Van Dijck, Jordaens
elementen bij Vondel
CLASSICISME (“te streng”, “te veel regels”)
Zie hier

Ronny De Schepper

(*) Alhoewel ik het in huis heb, heb ik zijn “Utopia” nog altijd niet gelezen (dat zou ik eigenlijk toch wel eens moeten doen), maar volgens Snoecks 81 baseerde hij alvast het uiterlijk van zijn ideale stad op Antwerpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.