Het hoekje van Opa Adhemar (38)

Het hoekje van Opa Adhemar (38)

Het ligt voor de hand dat u mij niet kent. Een zo onbeduidend wezen, een zo nietig figuur. Indien ik nog slechts mijn uiterlijk aanschouw, om te jammeren en te weeën. Kijk, vier wanstaltige poten die dit schrale lijf moeten dragen. Een lichaam dat zich waagt te ‘tooien’ met een vuilgrijze vacht, dof en stoffig – van een troosteloosheid om depressief bij te worden na een eerste blik. Nee dan al die mij omringende kleuren en tinten! Mijn hoofd, wat een trieste snuit. Bovenop bekroond met twee veel te grote nutteloze oren die of idioot rechtop staan alsof ik hen fier aan de wereld wil tonen (was het maar waar!) of slap neerhangen en mij definitief buitenspel zetten: deze jongen staat aan de rand van de afgrond, de depressie druipt van zijn oren…

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (38)”