Opendeurdagen gerecht : top én flop

01Op de opendeurdag van de gerechtshoven kloegen de jonge advocaten vooral het pro deo-systeem aan (dat enkel in België bestaat), naast het feit dat het ministerie van justitie met een veel te kleine begroting moet werken. Dit laatste gold dan b.v. voor het volledige gebrek aan « informatisatie » (computers), waardoor de juridische molen zo langzaam maalt. Nu ja, minister Gol heeft zo zijn prioriteiten… En wat het pro deo-systeem betreft, uiteindelijk blijkt dat wel mee te vallen : als een jonge advocaat b.v. schulden heeft of alimentatielast dan kan zijn vergoeding toch oplopen tot 50.000 fr in de maand. We kennen mensen met schulden en met alimentatielast die het met heel wat minder moeten stellen…
Lees verder “Opendeurdagen gerecht : top én flop”

Geweld in de film

Geweld in de film

Toen in april 1999 twee jongeren in Littleton een ware slachting hielden onder hun medescholieren, waarbij er vijftien dodelijke slachtoffers vielen, werd de film “The Basketbal Diaries” met jeugdidool Leonardo DiCaprio in de hoofdrol uit de handel genomen, omdat deze wel het scenario leek te hebben geleverd voor de slachtpartij. Gevraagd naar een reactie richtte de zwarte filmregisseur Spike Lee zijn pijlen echter op iemand anders: acteur Charlton Heston, die al jaren optreedt als de voornaamste lobbyist van de National Rifle Association, voor de vrije verkoop van vuurwapens. “Ze zouden beter hém neerschieten,” vond Lee…

Onze wet op de jeugdbescherming dateert al van 1 september 1920 en stelde in het algemeen dat kinderen onder de zestien jaar geen cinemazaal mochten betreden. Vandaar dat films aan een keuringscommissie dienen te worden voorgelegd om het predikaat “kinderen toegelaten” te krijgen.
In 1952 werd in de Verenigde Staten reeds een hoorzitting gehouden over de impact van televisiegeweld op kinderen. De conclusie was dat er geen was. Een standpunt dat Ingrid Ponjaert, psychologe verbonden aan de VUB, in De Morgen van 26/10/1994 nog steeds verdedigt: “Er is een verband maar het is niet causaal. Het is zoals er een verband is tussen de consumptie van ijsjes en dood door verdrinking. Hoe meer ijsjes er worden gegeten, hoe meer mensen er verdrinken. Waarom? Omdat beiden gebeuren wanneer het warm is. Dit om te zeggen dat kinderen die moorden plegen inderdaad vaak en graag naar geweld kijken, maar dat het ene niet het gevolg is van het andere.”
Buiten het feit dat dit toch wel een enorme bagatellisering van een belangrijk gegeven is, geeft mevrouw Ponjaert me eigenlijk gelijk met mijn theorie over “nee-kinderen” (*): “Dat zijn doorgaans kinderen die problemen hebben met het inschatten van de handelingen van anderen, een vijandsbeeld hebben van de andere. In de psychopathologie heet dat oppositional defiant disorder, een tegendraadse uitdagende opstelling tegen de buitenwereld. Die kinderen identificeren zich bij het kijken naar geweldfilms vaak met de slechterik in plaats van het slachtoffer.”
Waaruit journalist(e?) Gert Van Langendonck terecht de conclusie trekt dat de regisseurs van geweldfilms als C’est arrivé près de chez vous, Reservoir Dogs en Pulp Fiction toch een zekere verantwoordelijkheid dragen omdat “de wereld er wordt bekeken vanuit het standpunt van de misdadiger“, doorgaans is dat namelijk ook het standpunt waarmee de kijkers zich het makkelijkst identificeren. “In James Bond-films werd ook niet op een lijk meer of minder gekeken, maar het waren wel de slechteriken die doodgingen.”
Daarom maakte het kabinet van minister Martens naar aanleiding van de klacht die sommige ouders bij het parket in Antwerpen hebben ingediend tegen het feit dat de film van Steven Spielberg “Saving Private Ryan” niettegenstaande vele expliciete geweldscènes als “kinderen toegelaten” werd geafficheerd, bekend dat de huidige filmkeuring kort daarna zou worden afgeschaft. Het onderscheid KT/KNT zal dan worden vervangen door het systeem dat nu b.v. al op Canal+ van toepassing is: 12+, 14+, 16+. Deze hervorming zal gepaard gaan met een herschikking van de filmkeuringscommissie.
We mogen dus tevreden zijn dat de discussie rond de filmkeuringscommissie in België niet op gang kwam door een of andere film waar een blote borst in voorkwam. Hoe was deze commissie overigens samengesteld?
Niet volgens het cultuurpact, zo blijkt, zoals dat met alle andere commissies wél het geval is. Neen, ze bestaat uit een vreemd allegaartje van “éminences grises” uit de justitie en het onderwijs en er is zelfs een vertegenwoordiger bij van de verdeelhuizen (de betrokkenen dus!).
Aangezien niemand eigenlijk echt iets vertegenwoordigt en er dus geen vastgelegde mandaten zijn, is de wisseling zeer groot.
Uit mijn schooltijd herinner ik me een priester-leraar, die ons verbaasde door het feit dat hij geregeld naar seksfilms ging kijken. Niet dat we hem hadden betrapt of zo, nee, hij vertelde dat gewoon in de klas, want dat maakte deel uit van zijn werk voor de filmkeuringscommissie, zei hij.
Daarmee nu opnieuw geconfronteerd lacht hij dat weg met de opmerking dat dit allemaal toch wel erg lang geleden is en dat hij eigenlijk maar kort bij die commissie betrokken is ge­weest. Via via, kom ik dan uiteindelijk terecht bij confrater Marcel Van Nieuwenborgh van “De Standaard”. Die heeft in­derdààd gedurende lange tijd deel uitgemaakt van de commissie maar door drukke werkzaamheden heeft hij enige maanden geleden zich eruit teruggetrokken.
Toch wil hij enkele bedenkingen kwijt. Hij wijst op het voor­stel tot wetswijziging van mevrouw Merckx-Van Goey (CVP), dat “er maar niet doorkomt, alhoewel de tijd begint te dringen want de verhuring van geweldfilms in videowinkels neemt over­hand toe. Men kan zich afvragen hoe dat komt,” zegt hij samen­zweerderig. “Je mag de macht van de lobby van de filmverdelers b.v. niet onderschatten. In de commissie heb ik hun vertegen­woordiger nooit, maar dan ook nooit, weten tegenstemmen als een bepaalde film ‘kinderen toegelaten’ werd gequoteerd. Want dat is natuurlijk een paar miljoen meer of minder.”
Het zou natuurlijk sensationeel zijn, mochten we die veronder­stelling kunnen bevestigen. De uitleg van de heer Nouwynck, kabinetsadviseur van Minister Wathelet van Justitie is echter veel prozaïscher:
In 1986 is er een wetsontwerp neergelegd door de toenmalige minister van justitie, Jean Gol. In 1988 volgde dan het wets­voorstel van mevrouw Merckx. Zowel het ontwerp als het voor­stel zijn echter geblokkeerd bij het parlement door het bevoegdheidsconflict dat ontstaan is tussen de gemeenschappen en de nationale staat. De gemeenschappen zijn immers van oordeel dat deze materie in verband staat met jeugdbescherming en als dusdanig een culturele aangelegenheid is die onder hun bevoegdheid valt. De drie gemeenschappen hebben dan ook een samenwerkingsakkoord gesloten om één commissie op te richten. Gelukkig is de samenstelling gelijk, maar theoretisch zijn er nu twee commissies: een nationale en een communautaire.”
Terwijl ik de heer Nouwynck toch aan de lijn heb, vraag ik hem hoe de filmkeuring nu precies in zijn werk gaat: zijn theore­tisch alle films voor elke leeftijd geschikt en treedt de commissie pas in actie als zij vindt dat dit niet het geval is?
Nee, het is precies het tegendeel. In principe is de toegang tot de zalen verboden voor wie minder dan zestien jaar oud is. Dat is de wet van 1 september 1920. Daarvan kan worden afgewe­ken mits de toestemming van de commissie.”
Die toestemming krijgen de films meestal als ze “niet strijdig zijn met de goede zeden“. Vandaar dat zowel het wetsontwerp van Gol vertrekt van het probleem dat het begrip “strijdig met de goede zeden” door de rechtbank nog altijd uitsluitend seksueel wordt geïnterpre­teerd.
Zo schrijft Gol in zijn “memorie van toelichting”: “Er dient op te worden gewezen dat onder bedoelde vertoningen die als een factor van ernstige onzedelijkheid moeten worden be­schouwd, de vertoningen die een aansporing tot geweld inhouden niet de minst verderfelijke zijn.” Vandaar dat hij voorstelt dat films in de toekomst in twee categorieën zouden moeten worden ingedeeld “in plaats van te worden ondergebracht in de ene categorie waartoe de wet zich thans met overdreven nauwge­zetheid beperkt“. Uit de contekst zou moeten blijken dat die “overdreven nauwgezetheid” op het speuren naar blote borsten of schaamhaar slaat.
Maar welke twee categorieën wil Gol dan? “Enerzijds zouden bepaalde films in geen geval in de aanwezigheid van minderja­rigen beneden zestien jaar mogen worden geprojecteerd (het ware immers wenselijk dat alle nodige maatregelen zouden worden genomen om te beletten dat de voornoemde personen de gelegenheid krijgen naar bedoelde vertoningen te kijken op een televisiescherm); anderzijds zouden minderjarigen beneden zestien jaar bepaalde films mogen bekijken onder voorbehoud dat zij ten minste twaalf jaar oud zijn en vergezeld zijn van een persoon onder wiens gezag zij staan.”
Alhoewel het een beetje arrogant is van mijnentwege om in de schoenen van de heer Gol te gaan staan, lijkt hij met dit laatste te bedoelen dat ouders die hun kinderen op seksueel vlak een ‘progressieve’ opvoeding willen geven, daarin niet langer worden gehinderd door de wetgever. Dit in tegenstelling tot geweldfilms (met inbegrip uiteraard van seksuele geweld­films), waarvan het bekijken met alle middelen zou dienen te worden bestreden. Een standpunt dat onze goedkeuring kan wegdragen. Het principe dat àlle films moeten worden gekeurd, blijft echter wel van toepassing.
Het wetsvoorstel van mevrouw Merckx is in de eerste plaats op de video-industrie gericht en wil dus beogen dat alle in België uitgebrachte video’s aan de Commissie voor Filmkeuring worden voorgelegd. In feite stelt ook dit voorstel dus de commissie (en de samenstelling ervan) niet in vraag, integen­deel, ze krijgt zelfs een bloempje toegeworpen: “Deze instel­ling lijkt ons daartoe het meest geschikt vanwege haar jaren­lange ervaring op het gebied van bioscoopfilms.”
Ze heeft echter wél gelijk als ze erop wijst dat de filmkeu­ringscommissie zich op dit ogenblik enkel bezighoudt met films in de bioscopen en dat de verkoop en verhuur van video’s dus eigenlijk ‘vrij’ is. We namen dan ook de proef op de som en gingen in een paar videowinkels na wat er zou gebeuren mocht een minderjarige een film willen meenemen, die eigenlijk niet voor hem is geschikt.
Opvallend is dat alle bedienden (overigens allemaal jonge vrouwen) onmiddellijk over seksfilms beginnen. Het bestaan van specifieke horrorcassettes ontkennen of minimaliseren ze. En dat geweldfilms die ook in de bioscopen te zien waren, meestal zonder moeite de zegen van de commissie meekrijgen, ja dat is hùn zorg niet natuurlijk. Daarin moet ik hen helaas zelfs gelijk geven. Ik stoor mij meer aan het feit dat alle drie systematisch de notie “geweldfilm” negeren en spreken van “actiefilm”. Over een eufemisme gesproken!
(Tussen haakjes: er wordt ook uitsluitend over jongens gespro­ken, zouden meisjes dan niet naar geweld of porno kijken? Met de natte vinger – excuseer – zou ik zo zeggen: minder, ak­koord, maar het gebeurt wel. Zelf gaan halen, dat is echter nog een ander paar mouwen!)
STANDING IN DEINZE
“Wij verhuren alleen op voorleggen van de identiteitskaart en als we dan zien dat ze minderjarig zijn, dan mogen ze gewoon geen erotische films meenemen.”
– Alleen erotiek?
“Onder de achttien jaar mogen ze geen films meenemen die eigenlijk verboden zijn, dat is geweten, hé.”
– Er wordt ook nogal eens gesproken over van die speciale geweldvideo’s?
“Nee… Die zijn er zo goed als niet op de markt. De dag van vandaag zijn het meer actiefilms.”
En die worden in de bioscoop “voor allen” gequoteerd
“Juist daarom. Wij kopen enkel films die eerst in de bioscoop hebben gedraaid.”
Geldt dat ook voor erotische films?
“Jaja. Met de aankoop van die speciale films, daar houden wij ons niet mee bezig. Wij werken alleen met toptitels zoals ‘Pretty Woman’ en ‘Rocky’ en zo. Met harde erotiek hebben wij niks te maken.”
Zou dat kunnen zijn omdat de winkel in Deinze is gevestigd? Denk je dat er een verschil is met de stad?
“In een stad is er inderdaad een andere mentaliteit. Ik heb dat zelf ondervonden, want vroeger heb ik nog in een videozaak in Gent gewerkt. Al verkochten ze daar ook niet van die harde erotiek. In mijn tijd toch niet.”
ROXY CENTER IN GENT
– Net zoals er pornofilms bestaan, bestaan er toch ook speciale horrorfilms?
“Daar weet ik niets van af. Dat zul je aan de baas moeten vragen.”
– De horrorfilms die jullie verkopen zijn dus oorspronkelijk in de bioscoop te zien geweest?
“De meeste wel, ja. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen, maar die zijn dan niet van die aard dat je zou zeggen… De meeste kinderen die deze films ontlenen, zijn eigenlijk geen kinderen meer, hoor. We hebben weinig kinderen van een jaar of vijftien, zestien die om die horrors komen. Het zijn meestal ouderen.”
– Hoeveel maakt de verhuur ervan uit?
“Van actiefilms in het algemeen? Ongeveer een derde. Dat loopt zeer goed, jaja.”
PULP FICTION
Een leven was overigens niet veel meer waard in 1998. In België volgens scheidsrechter Frans Van den Wijngaert nog 10.000 fr. (Humo 22/12/1998). Alhoewel dat in Engeland nog driemaal zoveel blijkt te zijn (De Morgen 29/12/1998) trok Roy Penrose, de directeur-generaal van de Nationale Misdaadbrigade, daar toch aan de alarmbel: het zijn vooral Hollywoodfilms als “Pulp fiction”, waarin huurmoordenaars als sympathieke figuren worden voorgesteld, die voor een inflatie op de markt hebben gezorgd.
Toen de jury in 1994 de Gouden Palm gaf aan “Pulp Fiction” van Tarantino, distantieerde juryvoorzitter Clint Eastwood zich van deze keuze, wat helemaal past in zijn “revisionistische” visie op geweldfilms. In zijn eigen film “Unforgiven” wilde Clint Eastwood reeds de mythe van de revolverheld ontluisteren. De tot inkeer gekomen boef heeft dan ook ontegen­spreke­lijk auto­biografi­sche trekjes. Eastwood wil vooral duidelijk maken dat geweld niet grappig is, iets waar­aan oudere films van hem zich wél schuldig maken, zegt hij­zelf.
John Cleese trad hem bij op een persconferentie bij de release van zijn film “Fierce creatures” (februari 1997): “Het heeft misschien met mijn leeftijd te maken, maar ik gruw van de hoeveelheid geweld die films over ons heen kieperen. Pulp Fiction sneed me de adem af. Goed, de dialogen zijn grappig, maar dat deed Harold Pinter al in de jaren vijftig. Sommige scènes zijn het product van een verziekte geest, ik was gechoqueerd. Jonge mensen niet, die zijn dat inmiddels gewoon. Ik zag dat onding met drie twintigers en die zeiden: ‘Het is ironisch bedoeld.’ Nou moe. Was de Tweede Wereldoorlog ironisch? (…) Ik zette me in de sixties af tegen wat de oudere generatie dacht en snapte niet waar die over opgewonden raakte. Maar nu vind ik dat het te ver gaat. Er is te veel vrijheid voor het individu en dat gaat ten koste van de samenleving. (…) Ik denk dat geweld op het scherm nadelig is voor de maatschappij en het idee van censuur stoort me eigenlijk niet. Ik blijf het vreemd vinden dat seks gecensureerd wordt en geweld niet.”
Paul Cox in “De Standaard”: “Vorig jaar was ik in Zuid-Afrika en sprak ik met zwarte studenten over film. Toen ik hen vroeg naar hun favoriete film, antwoordden ze in koor: Pulp Fiction! Dat vonden ze echt grote cinema. Als ik mensen in de zaal hoor lachen wanneer iemands hoofd wordt weggeschoten, dan vraag ik mij toch echt af wat dat gelach betekent: dat het grote cinema is? Zoiets gaat in tegen alles wat ik vertegenwoordig. (…) Een filmmaker heeft een enorme verantwoordelijkheid tegenover zijn publiek. Onze kinderen kijken drie tot vier uur per dag naar de tv. Wat voor rotzooi er allemaal niet in die hoofdjes gaat! Ik heb zelf ook een aantal films voor kinderen gemaakt, voor kinderen van 8 tot 80. Want daar gaat het uiteindelijk toch om: je mag een bepaalde kwaliteit van je kindertijd nooit verliezen. Op een of andere manier moet je trachten je onschuld te bewaren.”
Quentin Tarantino krijgt ook kritiek van Jeremy Irons, die zich afvraagt waarom de Verenigde Staten zo uit de bol gaan over zijn rol als Humbert Humbert in de remake van Lolita: “Somehow America seems to think that if you show something on the screen it’s allowable. I think you have to be of pretty low intelligence to believe that. And yet they will allow films with horrendous violence that shock me, such as Reservoir Dogs. Ghastly!” (Time Out, 22/4/1998)
In een interview dat werd overgenomen door Humo verdedigt Tarantino zich: “Ach, het is zo gemakkelijk om de verantwoordelijkheid voor het geweld in de straat op de film af te schuiven. Dat geweld komt voort uit het gebrek aan middelen in de opvoeding, de gezondheidszorg, sport, huisvesting, noem maar op. Drugs, werkloosheid, onzekerheid, seks – dat zijn oorzaken van geweld. Niet films.”
Maar hij gaat verder: “Ik heb er geen moeite mee toe te geven dat ik een kick krijg van filmgeweld. Net zoals ik vrolijk kan zitten genieten als ik Gene Kelly in de regen zie dansen, terwijl ik de gek die in de realiteit hetzelfde zou doen, meewarig zou gadeslaan en meteen als knetter zou afdoen. In het échte leven ben ik de eerste om geweld af te keuren; ik gruw ervan.”
Edoch: “Maar als iemand me bedreigt zal ik me verdedigen en tot het uiterste gaan. Eén van de redenen waarom ik geen revolver in huis heb is dat ik hem ook zou gebruiken als een knaapje van twaalf zou trachten in te breken. Als je mijn huis binnendringt zal ik niet wachten tot de politie eraan komt of alleen maar schieten om te verwonden. Ik zal je de hele lading geven tot ik zeker weet dat je helemaal dood bent.”
Tot slot, over presidentskandidaat Bob Dole die het vooral op de films van Tarantino gemunt had: “Ik vind hem even belachelijk als Bob Carlin die alle speelgoedwapens wil verbieden terwijl iedereen zijn échte wapens mag houden.
Die referenties naar animatiefilms of strips hoor je vooral als het over geweldfilms gaat, zoals “Total Recall” of “Robocop”. Al heb ik het gevoel dat men daarmee vooral de blijkbaar onhoudbare geweldspiraal wat wil goedpraten. In “Teenage Mutant Ninja Turtles” is er b.v. een “goede” hippie die het straatgeweld te lijf gaat met baseball-bats en hockeysticks als wapens. Zo klopt hij op een bepaald moment een snoodaard met een golfstick tegen het hoofd, zodat die net zoals een balletje in een mooie boog wegvliegt. “Ik zal nooit meer zeggen dat golf een saaie sport is,” is dan de obligate one-liner die volgt. Als ik zo iemand dan hoor beweren “My God, I hate punks”, dan lopen mij de koude rillingen over de rug, ook al behoor ikzelf dan tot de hippie-generatie die het met het punk-verschijnsel altijd wat moeilijk heeft gehad.
CLOCKWORK ORANGE
“A clockwork orange” van Stanley Kubrick is in zoverre uniek, dat de regisseur zelf heeft verboden dat hij nog in Engeland zou worden ver­toond. Dit heeft alles te maken met het feit dat kort na de vertoning in ’71 een meisje werd verkracht door jongens die “Singing in the rain” zongen en zoals de filmlief­hebbers weten, is dit min of meer een kopie van wat er gebeurt in “Clockwork orange”. Toch is er niks nieuws onder de zon: reeds in april 1916 beweerden twee van moord beschuldigde meisjes dat ze geïnspireerd waren door een film…
Overigens hebben ook nog vele jaren later, op 29 oktober 1993 om precies te zijn, drie Franse kinderen tussen acht en tien jaar een clochard doodgeslagen ongeveer op de manier waarop dit eveneens in “Clockwork Orange” gebeurt. De leider droeg namelijk een bolhoed en een wandelstok, gekopieerd op de hoofdrol zoals die door Malcolm McDowell wordt vertolkt.
Maar reeds lang daarvóór vroeg Kubrick dus zélf om z’n film te verbieden. De schrijver van het boek waarop de film is gebaseerd (“op een briljante manier“, zoals hij zelf zegt), Anthony Burgess (1917-1993), is het alvast niet eens met deze zienswijze (het boek werd geschreven in 1962). Hij wijst met afgrijzen immers op de uitspraak van ene Lady Snow die t.g.v. de verklaring van de dader in de zgn.”Moors Murders”, nl. dat hij beïnvloed was door “Justine” van de Sade, zei dat “als het nodig was alle boeken ter wereld te verbranden om de dood van één kind te voorkomen, we niet mochten aarzelen om ze aan te steken“. En uiteraard voegt Burgess daaraan toe dat “Titus Andronicus” van Shakespeare of het Oude Testament dan wel als eerste in de fik mogen gaan, want op het gebied van gewelddadigheid zijn die nog altijd onovertroffen.
Toch was Burgess op het einde van zijn leven bereid te erkennen dat hij eigenlijk voor censuur is van het medium televisie, zo zegt hijzelf, al is het niet over het geweld dat hij zich zorgen maakt. Nee, de censuur waarvan Burgess voorstander is, slaat op iets helemaal anders: “De wereldtelevisie is homo­geen, wat betekent dat zij is volgestouwd met onschadelijke Amerikaanse sitcoms. Zij is zo smakeloos als ontbijtvlokken. De fout van het medium is niet het toedienen van scherpe stoten geweld of prikkelende seks, maar het feit dat het zich tot de grootste gemene deler richt en dus erg vaak vulgair is. Dat is veel angstwekkender dan het idee van A Clockwork Orange op de buis.” (de verkrachtingsscène in “Clockwork” is gebaseerd op het feit dat Burgess’ vrouw door Amerikaanse militairen is verkracht)
DE MAGISCHE KRACHT VAN HET WITTE VIERKANT
Uiteindelijk is het witte vierkantje er dan toch niet gekomen. Het parlement heeft ingezien dat dit immers vooral zou gebeuren tot tevredenheid van diegenen die men ermee juist wil weghouden van de film in kwestie. Hun aandacht wordt immers gevestigd op het feit dat er iets “pikants” zal te zien zijn. Want dààrover wil ik het hier hebben. Het vierkantje wordt in de praktijk bijna uitsluitend gebruikt voor erotische passages en niet voor geweldscènes.
Nochtans hebben expliciete geweldscènes op kinderen een veel diepere en blijvender invloed dan bloot, seks of schunnig taalgebruik, zo blijkt uit een onderzoek dat in september 1997 werd bekend gemaakt op een conferentie van de British Psychological Society. Psycholoog Glenn Cupit van de University of South Australia vroeg aan 1.500 kinderen, van wie de meeste tussen tien en elf jaar oud waren, om scènes te beschrijven uit video’s die op de gewone markt te verkrijgen zijn. Hij stelde vast dat scènes waarin bloot, genitaliën, erotiek of schunnig taalgebruik voorkomen en die vaak het voorwerp zijn van censuur, door de kinderen zelden vermeld worden. Het zijn de films met geweldscènes, horror en afgehakte ledematen die de lijst van de ongewilde herinneringen aanvoeren. Dat er desondanks toch meer gecensureerd wordt op seks, is volgens Cupit te wijten aan het feit dat een censuur op geweldscènes een veel grotere invloed zou hebben op de filmindustrie.
Uit de studie van Cupit bleek terloops ook dat zelfs de meest gewelddadige films (“Evil dead” b.v.) door vele kinderen worden bekeken (3 op 10!). Een goed jaar later bleek dan weer uit de langverwachte studie van het Engelse ministerie van binnenlandse zaken dat filmgeweld niet ipso facto tot gewelddadig gedrag leidt, maar wel indien deze films bekeken worden door jongeren uit een milieu dat daarop “gunstig” reageert. Aangezien men ook mag aannemen dat het juist in deze milieus is dat dergelijke films het meeste bekeken worden, is dat niet echt een geruststelling.
Tot een dergelijke vaststelling kwam ook een UNESCO-rapport, dat in februari 1998 bekend werd gemaakt: helden uit geweldfilms zijn de grootste idolen van tieners over de hele wereld. “Terminator” Arnold Schwarzenegger wordt door 88% van de jongeren herkend (“populairder dan Christus“?) en één kind op drie spiegelt zich aan John Rambo. In oorlogs- en crisisgebieden is dat zelfs één op twee. Zij hebben ook de overtuiging dat geweld hét middel is om problemen op te lossen (**).
In 1993 was in Groot-Brittannië dan weer veel te doen over het geweld in de films naar aanleiding van de moord op de tweejarige James Bulger door twee tienjarigen, waarvan er één beweerde zich door “Child’s play 3” te hebben laten inspireren. Alweer stond dus de invloed van de films op de toe­schouwers ter discussie: “Child’s play 3” werd al meteen teruggetrokken uit de programmatie van Filmnet en bepaalde videoclubs haalden hem uit de rekken. In Vlaanderen kwam Johan De Roo, de leider van de CVP-fractie in de senaat, met een wetsvoorstel voor de dag om video’s in te delen op basis van leeftijd (12, 15, 18 jaar).
In het begin van de jaren negentig heeft de conser­vatieve Britse regering reeds een onderzoek laten uitvoeren naar het feit of het zien van pornografie tot seksueel geweld leidde. De uitslag van dit onderzoek was negatief. Toch vond men het nodig om het onderzoek nog eens over te doen, maar dan louter op het vlak van geweld. Het zijn deze cijfers die begin ’98 werden kenbaar gemaakt.
De redenering om het onderzoek op te zetten was volgens Lord Rees-Mogg, voorzitter van de Broadcasting Standards Council en ex-voorzitter van de BBC: “Indien men stelt dat televisie geen effect nalaat op de kijkers dan zou TV-reclame weggegooid geld zijn.” Hij vond ook dat er wat geweld betreft een belangrijke wijziging had plaatsgevonden. Sedert “Rambo” en “Terminator” was de “held” immers op z’n minst even gewelddadig als “de slechte”. En aangezien de regie zich meestal richt op identificatie met de held… Bovendien krijgen deze films meestal moeiteloos het bordje “kinderen toegelaten” opge­kleefd, ze worden zelfs speciaal naar het doelpubliek van 14-15 jaar toe gemààkt.
Dat bleek dan ook uit het onderzoek: meer dan de helft (om precies te zijn 57%) van de Britse kinderen tussen 6 en 14 jaar hadden tenminste één van de Terminator-films gezien! Kinderpsychologen ontkennen het feit dat dergelijke films meteen tot gewelddadig gedrag zouden aanzetten, maar ze geven wel toe dat agressieve kinderen erdoor aangemoedigd worden. Bovendien heeft Rees-Mogg misschien geen ongelijk als hij zegt dat geweld verslavend werkt zoals een drug, d.w.z. men wil steeds verder gaan.
De discussie rond geweld heeft zich ook uitgebreid tot films die beweren dergelijk Hollywood-geweld aan te klagen, maar die tegelijk zelf ook gewelddadig zijn. Peter Greenaway formuleerde het als volgt in de Filmkrant:The baby of Macon heeft het heel slecht gedaan in Engeland, omdat de critici in zeer morele termen van leer trokken. Het geweld van de Terminator-films keuren ze wel goed, omdat dat geruststellend werkt. Mijn geweld is verontrustend, de intentie is anders. (…) Door extremen van menselijk gedrag te onderzoeken, kunnen we onszelf beter begrijpen. Het is moeilijk een lijn te trekken tussen sensatie en provocatie, maar in het eerste geloof ik niet en in het tweede wel. Ik streef de extremen na om een catharsis te bereiken. Bij mezelf, en naar ik hoop ook bij het publiek. Men verwijt mij vaak dat ik koud en afstandelijk werk maak. In feite zijn mijn onderwerpen heel emotioneel. Ik denk dat het op een rationele manier proberen te begrijpen van extreme emotionele situaties heilzaam is voor zowel lichaam als geest.”
Ook de films van Peckinpah staan bekend voor hun extreem geweld. En daarbij lijkt het soms of de werkelijkheid de fictie naäapt. Zo werd Arne Peter (in 1922 geboren en acteur in “Straw dogs”) in 1983 vermoord. Een andere “gewelddadige” filmer, Sam Raimi, wijst erop dat het (afschuwelijke) geweld in zijn film eigenlijk te vergelijken is met dat in stripverhalen “en dus niet zo erg als het wel lijkt“. Zo kan je àlles goedpraten natuurlijk. En dan nog. Denk maar even terug aan de discussie over de “Tom and Jerry”-tekenfilms, waarbij kleine kleuters elkaar wel eens met een hamer pleegden te lijf te gaan, omdat Tom Cat gewoon eens even scheel kijkt als Jerry the Mouse hem met zo’n doorslaand argument bewerkt. In de werkelijkheid is dat dan echter wel even anders…
Forest Whitaker (van o.a. “Bird”) maakte in 1993 zijn regie-debuut met “Strapped”, een weinig originele film over het alledaagse geweld in New York. Iets dergelijks krijgen we ook in de film van Walter Hill, “Trespass”, met Bill Paxton, Ice-T en Ice Cube. Deze actiefilm over misdaadbendes in de Amerikaanse grootstad was eigenlijk onder de titel “Looters” reeds klaar in 1992, maar de rellen in Los Angeles zetten Universal ertoe aan om de titel te veranderen en de release uit te stellen tot de storm wat geluwd was. Ook Ricky Tognazzi exploreerde dat jaar met “Ultras” (met Gianmarco Tognazzi en Ricky Memphis) de drijfveren tot het geweld. Een Romeinse hooligan keert na zijn vrijlating terug bij zijn liefje, dat ondertussen echter een verhouding is begonnen met zijn beste vriend. De ultieme confrontatie komt er midden in een botsing met Juventus-fans.
“Natural born killers” kreeg de speciale prijs van de jury op het Festival van Venetië. Dat was niet helemaal een verrassing, want de voorzitter van de jury was David Lynch. “Natural born killers” van Oliver Stone is weliswaar gebaseerd op een scenario van Quentin Tarantino, maar kan er toch niet eenduidig mee in verband worden gebracht. Tarantino had het scenario immers verkocht aan de producers toen hij nog onbekend was en pakte dus ook naast het grote geld. Dat zat hem blijkbaar zo dwars dat hij één van hen zelfs publiekelijk afranselde. Ton sur ton met de film dus…
Dat de film eigenlijk een aanklacht zou zijn tegen de manier waarop de media van geweldenaars helden maken, zoals Stone achteraf beweerde, wordt in feite door hemzelf ontkracht in De Morgen van 14/10/1994, als Jantje Temmerman hem vraagt of het de bedoeling was “een controversieel en provocerend werkstuk af te leveren”? “Nee, dat is gewoon zo gegroeid,” beweert Stone. “Toen we hiermee begonnen, was het de bedoeling een actiefilm voor de zomerperiode te maken. Iets waar de tieners tijdens de vakantie heen konden.” Zonder commentaar…
Anderzijds heeft hij natuurlijk wel gelijk dat zich tijdens de draaiperiode in de realiteit allerlei toestanden afspeelden die de film in de schaduw dreigden te stellen. Hij somt ze zelf op: “Over Loreena Bobbitt die de penis van haar man afsneed, over de gebroeders Menendez die hun ouders vermoordden, je had dat gedoe met Tonya Harding bij het ijsschaatsen, waardoor tussen haakjes de kijkcijfers van de Olympische Winterspelen nooit geziene hoogten bereikten, en dan was er natuurlijk ook O.J.Simpson.”
Volgens Stone was de mediatisering van de Vietnam-oorlog het keerpunt: “Dat was het moment waarop de televisie verslaafd raakte aan lijken. Het werd een virus dat onze huizen binnensloop. Het resultaat is een soort schizofrenie die enerzijds het geweld veroordeelt, maar er anderzijds de hele tijd gebiologeerd naar kijkt.
Er was nog een andere (aanklacht tegen?) geweldfilm in competitie, “Il Branco” van Marco Risi, over een groepsverkrachting. De jury was overigens zeer verdeeld. Hetzelfde was het geval voor “L’Appât” van Bertrand Tavernier (“Daddy Nostalgie”, “Coup de Torchon”, “Round midnight”, “La fille d’Artagnan”) met Marie Gillain in de hoofdrol (de rol waarvoor ze Dominique Deruddere in de steek liet) kreeg de Gouden Beer van Berlijn, maar de critici gingen daarmee niet akkoord. Het merkwaardige is dat “L’appât”, die – gebaseerd op waar gebeurde feiten – het geweld wil aanklagen en de zucht naar geld (Gillain moet dienen om rijke mannen te verleiden die dan door haar twee vrienden, die een bedrijfje willen oprichten zoals Bollie en Billie, worden overvallen), blijkbaar verweten wordt dat hij te suggestief is. Tavernier wilde immers het geweld zelf niet tonen. Hij noemt “Natural born killers” zelfs een “fascistoïde film”. Met zijn film wilde hij “de absolute dictatuur van een bepaald soort Amerikaanse cinema” aan de kaak stellen.
Ook Dustin Hoffman en Roger Moore hebben zich bij die boodschap aangesloten. Van Roger Moore hoeft ons dit eigenlijk niet te verbazen – zijn rechterwenkbrauw zal bij dergelijke scènes wel weer vervaarlijk de hoogte ingaan – maar ook Dustin Hoffman vindt dat er wél een verband is tussen film en realiteit, namelijk in het feit dat jongeren zonder inkomens en zonder toekomstperspectieven wel degelijk door filmvoorbeelden kunnen worden geïnspireerd. Hij verwijst daarbij naar de bloedbaden in Dunblane en in Tasmanië (1996). Holly Hunter reageert verontwaardigd: “Wanneer ik Dustin Hoffman op een persconferentie hoor klagen over het geweld in films, weet ik echt niet wat ik hoor. Hij is toch de acteur uit Marathon Man? Is dit de zoveelste toegeving aan political correctness? Die PC-mentaliteit in de VS is echt verschrikkelijk. Straks mogen we alleen nog naar schilderijen van Monet kijken, omdat ze alleen het mooie laten zien. Maar wat doe je dan met Francis Bacon? Mogen we alleen pastorale, lyrische sprookjes lezen of mogen we J.G.Ballard lezen?” (tegen Patrick Duynslaegher in Knack)
Om te eindigen kunnen we niet beter doen dan Adrian Lyne citeren (in Humo van 4/11/1997), die er slechts moeizaam in geslaagd is een verdeler te vinden voor zijn verfilming van “Lolita”, de klassieker van Vladimir Nabokov: “Mocht ik een film hebben gemaakt over een dertienjarig meisje dat door een kannibaal aan stukken wordt gereten, dan was er geen probleem geweest.”

Lees verder “Geweld in de film”