Kevin Pauwels wordt 35…

Kevin Pauwels wordt 35…

Ex-veldrijder Kevin Pauwels (foto Jean-Paul Van der Elst) viert vandaag zijn 35ste verjaardag.

“Ik kan het allemaal nog moeilijk opbrengen,” aldus een voor één keer eens spraakzame Kevin Pauwels. “De trainingen, maar ook de wedstrijden. Die zijn plezant als het goed gaat, maar niet als je rondrijdt zoals ik dit seizoen vaak heb gedaan. Ik won ook nog in Hasselt en in Zonnebeke. Dit was dus niet het jaar te veel. Maar misschien zou volgende winter dat wel geworden zijn. Nu al waren er naast die drie zeges te weinig andere goeie prestaties.”
Hoe zijn toekomst eruit zal zien, is nog niet duidelijk. De Kalmthoutenaar kreeg van zijn huidige werkgever een voorstel om als mecanicien in dienst van het team te treden maar daar wil hij nog eens over nadenken. Pauwels investeerde de voorbije jaren in vastgoed en zal zich financieel niet al te veel zorgen hoeven te maken.
Kevin Pauwels (°12 april 1984) is afkomstig uit Kalmthout. Hij is de jongere broer van Tim Pauwels, die op 26 september 2004, tijdens een veldrit in Erpe-Mere overleed ten gevolge van een hartaderbreuk. Op dat moment was hij reeds mijn favoriete veldrijder (Kevin, bedoel ik), omdat hij op zo’n aandoenlijke manier vaak niet uit zijn woorden geraakte. Later zou dat een beetje verbeteren, maar hij zal altijd een man van weinig woorden blijven. Ook zijn grootmoeder was een legendarisch figuur.
Kevin Pauwels werd in 2002 Belgisch juniorkampioen en wereldkampioen veldrijden in Zolder. In de daaropvolgende zomer reed hij drie MTB-wedstrijden, waaronder het Belgisch kampioenschap in Frasnes-lez-Anvaing. Dit laatste kampioenschap won hij.
Twee jaar later werd hij opnieuw wereldkampioen veldrijden, deze keer bij de beloften in Pontchâteau. Hierna werd hij actief bij Fidea Cycling Team.
In zijn laatste seizoen bij de beloften won hij vijf wedstrijden en de eindstand in de Wereldbeker. Ook op de weg was hij dat jaar winnaar in Libin en de ronde van Luik. In september 2006 maakte hij de overstap naar de elite.
Sinds het seizoen 2008-2009 was Marc Herremans zijn trainer. Het ging nóg beter met Pauwels en in 2008 behaalde hij zijn eerste grote overwinning bij de profs in de Vlaamse Druivenveldrit van Overijse. Een jaar later volgde er een solo-overwinning in de wereldbeker van Heusden-Zolder.
In het seizoen 2010-2011 behaalde Pauwels vijf overwinningen. Ook op de kampioenschappen presteerde hij goed met een derde plek op het BK en WK.
Hij sloot het seizoen af met 21 podia en top vier noteringen in alle regelmatigheidscriteria en in de UCI-ranking.
In maart 2011 wisselde Kevin Telenet-Fidea om voor Sunweb-Revor. Enkele maanden later werd hij in Halle Belgisch kampioen mountainbike, het begin van een superseizoen. Het seizoen begon met de zege in Erpe-Mere en gedurende het seizoen volgde er nog tien andere.
Naast zijn elf zeges stond Kevin Pauwels twintig keer op het podium, werd UCI-leider en greep de eindzege in zowel de GVA-Trofee als de Wereldbeker. Bij Sunweb-Revor waren ze zeer tevreden over de prestaties van Pauwels. De Kalmthoutenaar zag zijn lopende contract opengebroken, verbeterd en verlengd worden met twee jaar.
Ook in de daaropvolgende zomer presteerde Kevin Pauwels op een hoog niveau, met een tweede plaats in de koninginnenrit van de Ronde van België en opnieuw de Belgische mountainbiketitel. De man uit Kalmthout jaagde ook, weliswaar zonder succes, zijn Olympische mountainbikedroom na.
Seizoen 2012-2013 werd niet het seizoen van Kevin Pauwels. Ondanks zijn vijf prachtige zeges, bleef er een wrange nasmaak. Heel het jaar door werd Pauwels geplaagd door een mysterieuze haperende ketting, waardoor hij niet enkel zeges zag gaan vliegen, maar ook in de eindklassementen en op het WK niet meespeelde.
Het jaar nadien was ook niet het seizoen van Kevin Pauwels. Toch haalde hij twee overwinningen. In zijn thuisgemeente Kalmthout won hij de laatste editie van de Bosduincross. In de eindejaarsperiode kon hij ook de vernieuwde Bpost Bank Trofee van Essen op zijn naam schrijven. Op het WK in Hoogerheide greep hij het brons.
In 2014-2015 zagen we weer de Kevin van weleer. Door een nieuwe begeleiding kon hij weer aan zijn terugkeer naar de top werken. Het seizoen begon nog rustig, maar vanaf zijn zege in de Superprestige van Zonhoven was de oude Kevin weer terug. De overwinningen volgden in snel tempo. Hij hield zijn niveau aan tot op het einde van het seizoen. Met acht overwinningen en minstens dubbel zo veel podiumplaatsen, deed Kevin het ook goed in de klassementen. Hij boekte voor de tweede keer de eindzege in de Wereldbeker en was ook tweede in de Superprestige en Bpost Bank Trofee. Ondanks de opmars van de jonge talenten Mathieu Van Der Poel en Wout Van Aert, kon hij het seizoen afsluiten op de eerste plaats in het UCI-klassement.
In 2015-2016 won hij in Ruddervoorde, Niel en Oostmalle. Hij werd tweede in de Bpost Trofee en derde in de Wereldbeker en op het wereldkampioenschap. De derde plaats werd ook zijn positie in het UCI-klassement achter de twee nieuwe jonge goden.
In 2016-2017 behaalde hij geen overwinning, maar toch kon hij zijn plaats als “de beste na Van der Poel & Van Aert” handhaven. In het seizoen 2017-2018 ging het echter verkeerd. Zijn manager Jurgen Mettepenningen wilde dat hij “agressiever” zou koersen, maar door rugklachten was net het omgekeerde waar: Kevin Pauwels haalde geen enkele podiumplaats en was meestal slechts in strijd voor de tiende positie…
Pas op 1 december 2018 kon hij de Soudal Cross in Hasselt winnen. De veldrijder van Marlux-Bingoal was in afwezigheid van de absolute toppers de beste op de omloop waar hij in 2010, 2011 en 2014 ook al eens won. Pauwels’ laatste zege in het veld dateerde van februari 2016, toen vierde hij in Oostmalle. In januari 2019 heeft hij dan zijn tweede zege van het seizoen geboekt: in de modder van Zonnebeke haalde de 34-jarige crosser in de voorlaatste ronde de ontsnapte Tom Pidcock (19) terug. Diether Sweeck reed naar de derde plaats. Het dient gezegd dat de Belgische WK-selectie en Mathieu van der Poel ontbraken in deze 35e Kasteelcross.
Daarna heeft hij de Sluitingsprijs in Oostmalle gewonnen, de laatste cross uit zijn carrière. De 34-jarige Pauwels haalde het na een solo die hij net voor de slotronde opzette, nadat Belgisch kampioen Toon Aerts ten val was gekomen. Die werd tweede, voor Tom Meeusen. De Nederlander Lars van der Haar finishte als vierde voor Laurens Sweeck. Pauwels werd na afloop uitvoerig gevierd. (Wikipedia)

Lees verder “Kevin Pauwels wordt 35…”

Alexander Revell

Alexander Revell

Alexander Revell (foto Marc Hooftman) was een Nieuw-Zeelandse veldrijder die actief was tussen 2012 en 2017. Hij werd in die periode 1ste, 2de en 3de in het kampioenschap van zijn land (die eerste plaats was in 2013), maar in de veldritten die hij hier bij ons kwam betwisten, behaalde hij nooit een prijs. Toch was hij ontzettend populair omwille van zijn indrukwekkende snor.

Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?

Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?

Volgend weekend worden in het Deense Bogense de wereldkampioenschappen veldrijden betwist. Dertig jaar geleden was dat niet anders, zij het dat ze toen plaats hadden in Pontchâteau, waar vorige week nog de wereldbeker werd betwist. In de sportrubriek van De Rode Vaan gaf ik een vooruitblik onder de titel “rijden of ploeteren?” Zo zie je maar weer dat de discussie over de staat van de omlopen bij het veldrijden van alle tijden is…
Zondag worden in het Franse Pontchâteau de wereldkampioenschappen veldrijden betwist. Traditiegetrouw (voor Frankrijk) wordt een erg berijdbare omloop in het vooruitzicht gesteld. Aangezien vorig jaar reeds drie wegrenners op het ereschavot mochten plaatsnemen (Pascal Richard, Adri Van der Poel en Beat Breu), staat het uitstippelen van een veldritparcours dan ook meer en meer ter discussie. Hier te lande stelde de BWB een commissie samen, waarin men water en vuur probeerde te verzoenen : « krachtpatsers » Albert Van Damme en Bert Vermeire moesten samen met « acrobaat » Erik De Vlaeminck de omlopen keuren. Zelfs een klein kind kon voorspellen dat dit op herrie zou uitdraaien. Het conflict kende zijn hoogtepunt n.a.v. de Belgische titelstrijd in Bioul, waar met Roland Liboton (foto) ondanks de modderpoel toch de beste veldrijder won. Is dit nu koren op de molen van de « modderploeteraars » ?

Net zoals bij het wielrennen op de weg is België zijn dominantie in het veld reeds lang kwijt. Op het jaarlijkse internationale titeltreffen wordt ons land sedert enkele jaren steevast in de hoek gedrumd door Zwitserland (bij de profs) en door Tsjechoslovakije (bij de amateurs), terwijl in de Super Prestige-wedstrijden het onze noorderburen zijn die de plak zwaaien. Toch bezitten wij nog altijd wellicht de intrinsiek beste veldrijder, Roland Liboton. Dat is ongetwijfeld in tegenspraak mei zijn uitslagen (ondanks het record dat hij vestigde met zijn tiende Belgische titel op rij), maar het beantwoordt veeleer aan het beeld dat wij ons vormen van « de » veldrijder: een compleet atleet, dus zeker een getraind loper maar meer nog een sterk wielrenner, daarnaast begiftigd met een flinke dosis techniek en acrobatie. Juist wegens dat evenwicht zouden wij aan Roel de voorkeur geven boven Hennie Stamsnijder en Adri Van der Poel, die elk op hun manier toch een klein beetje naar één van de twee uitersten overhellen.
Maar zoals gezegd, daarmee schuiven wij Liboton nog niet als voornaamste titelkandidaat vooruit voor zondag. Daarvoor komt Adri Van der Poel nog het meest in aanmerking, al werd hij vorige zondag in Wetzikon verslagen door een opnieuw sterk op dreef zijnde Hennie Stamsnijder. In Pontcháteau dient er echter veel geklommen (op de fiets wel te verstaan) en dat zou wel eens het verschil tussen beide Nederlanders kunnen maken. Anderzijds mogen we veronderstellen dat het toch nog genoeg veldrit zal zijn, opdat de Franse wegrenners Lavainne, Arnould en de gebroeders Madiot te kort zouden schieten.
Indien dit niet het geval zou zijn, dan zouden de « ploeteraars » (de supporters noemen hen « krachtpatsers ») misschien weer wind in de zeilen krijgen. Maar niet door Bioul. Daar kende de moreel onberekenbare Liboton immers gewoon weer eens een uitzonderlijk dagje en dan rijdt (of « loopt » desnoods) hij iedereen naar huis. Voor hetzelfde geld laat hij het echter afweten en spreekt banbliksems uit over de omloop. Hij had dit trouwens vooraf nu ook gedaan. En terecht. Het refreintje is reeds zo goed gekend dat we ons afvragen of het nog wel zin heeft het nog eens op te dreunen: de toewijzingscommissie die in de zomer, als alles droog ligt, vlug even komt kijken om daarna de beentjes onder tafel te strekken; het afwezig zijn van een alternatief parcours ingeval van slechte weersomstandigheden; meerdere wedstrijden op één dag zodat de eventueel toch nog berijdbare stukken volledig « omgeploegd » zijn als de profs aan de beurt zijn enz.
Het is dan ook een uitstekend idee geweest van de BWB om een paar legendarische veldrijders uit te nodigen samen in een keuringscommissie te stappen. Alleen getuigde het niet erg van grote moed om beide extremen, zeg maar Erik De Vlaeminck en Albert Van Damme, te proberen verzoenen. Men had beter een resolute keuze gemaakt en het spreekt vanzelf dat wij dan — met alle respect voor grote kampioenen als Albert Van Damme of Bert Vermeire — de mening van Erik De Vlaeminck bijtreden. Cyclo-cross is nog altijd een onderdeel van de wielersporten niet van de atletiek, zelfs al stelt Fred Vandervennet (vroeger marathonloper en nu « physical coach » van de wielerploeg Sigma) dat het lopen met een fiets zo een specifieke discipline is dat « Hennie Stamsnijder Vincent Rousseau zou voorbijlopen ». Dit kan misschien wel zijn, maar dat geldt dan voor lopen met eender welke last op de schouders en is bijgevolg geen argument om teveel lopen bij cyclo-cross goed te praten. Of zoals iemand anders het uitdrukte : zou men zich kunnen voorstellen dat Eric Geboers de helft van het circuit zijn machine zou moeten voortduwen omdat de omloop niet berijdbaar is?
Vandervennet is ook slechts in bescheiden mate er voorstander van dat veldrijders hun seizoen op de weg zouden voorbereiden. Bovendien beveelt hij dan nog wel het gebruik van hun crossfiets aan (gehoord, Liboton ?), omdat door de verschillende houding bepaalde spieren anders werken. Anderzijds vindt hij uiteraard wel dat de basisconditie tijdens de zomer dient te worden onderhouden en wijst hij juist daarom met een beschuldigende vinger in de richting van Liboton (ze zijn streekgenoten). Een stapje verder gaande voegt hij eraan toe dat een goede middenmoter op de weg misschien meer kans maakt in het veld — wat ons inziens dan weer in tegenspraak is met de door hemzelf geprezen « specificiteit » van het veldrijden, maar wie zijn wij om de woorden van een specialist in twijfel te trekken.
Alleszins zouden wij precies omwille van dat specifieke karakter niet graag zien dat een « zuivere » wegrenner in Pontchâteau zou zegevieren. Zowel in Frankrijk (Système U tegen Toshiba) als in België (Liboton en Messelis bij ADR tegen De Brauwer en Danny De Bie bij SEFB) hebben wij dit jaar kunnen vaststellen dat de ploegentaktiek ook in het veld een rol is beginnen spelen. Als de sponsors trouwens net zoals wij om minder slijk vragen, is dat niet om sportieve redenen, maar wel opdat men de publiciteit op de truien beter zou kunnen lezen… Nu, voor dat soort invloeden uit de wegwielrennerij bedanken we uiteraard. De dégoutante nummertjes die regerend wereldkampioen Pascal Richard dit seizoen heeft opgevoerd (take the money and run) mogen niet voor herhaling vatbaar zijn.
Nee, een omloop die een specifieke veldrijder bekroont, dat is het beste argument tegen de moddercrossen hier te lande. Dus geen gebuisde wegrenner — en uiteraard zeker geen gebuisde veldloper, waarvoor men in Frankrijk echter geen schrik hoeft te hebben. Waarom zou b.v. een Danny De Bie niet eens voor een verrassing kunnen zorgen ? Terwijl bij de liefhebbers de West-Duitser Mike Kluge precies op tijd in vorm is. Want dat is dan weer een ander aspect : de drie ereplaatsen voor wegrenners waren vorig jaar zeker niet aan het parcours te wijden, maar veel meer aan het feit dat zij volop aan het pieken waren naar hun vorm voor het wegseizoen, terwijl de « echte » veldrijders hun kruit reeds hadden verschoten in de lucratieve SP-crossen. Een probleem waarmee Roland Liboton in het verleden ook steeds heeft af te rekenen gehad. Dit jaar kwam hij er echter niet aan te pas. Wordt juist dit falen nu zijn sterkste troef?

Lees verder “Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?”