Alexander Revell

Alexander Revell

Alexander Revell (foto Marc Hooftman) was een Nieuw-Zeelandse veldrijder die actief was tussen 2012 en 2017. Hij werd in die periode 1ste, 2de en 3de in het kampioenschap van zijn land (die eerste plaats was in 2013), maar in de veldritten die hij hier bij ons kwam betwisten, behaalde hij nooit een prijs. Toch was hij ontzettend populair omwille van zijn indrukwekkende snor.

Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?

Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?

Volgend weekend worden in het Deense Bogense de wereldkampioenschappen veldrijden betwist. Dertig jaar geleden was dat niet anders, zij het dat ze toen plaats hadden in Pontchâteau, waar vorige week nog de wereldbeker werd betwist. In de sportrubriek van De Rode Vaan gaf ik een vooruitblik onder de titel “rijden of ploeteren?” Zo zie je maar weer dat de discussie over de staat van de omlopen bij het veldrijden van alle tijden is…
Zondag worden in het Franse Pontchâteau de wereldkampioenschappen veldrijden betwist. Traditiegetrouw (voor Frankrijk) wordt een erg berijdbare omloop in het vooruitzicht gesteld. Aangezien vorig jaar reeds drie wegrenners op het ereschavot mochten plaatsnemen (Pascal Richard, Adri Van der Poel en Beat Breu), staat het uitstippelen van een veldritparcours dan ook meer en meer ter discussie. Hier te lande stelde de BWB een commissie samen, waarin men water en vuur probeerde te verzoenen : « krachtpatsers » Albert Van Damme en Bert Vermeire moesten samen met « acrobaat » Erik De Vlaeminck de omlopen keuren. Zelfs een klein kind kon voorspellen dat dit op herrie zou uitdraaien. Het conflict kende zijn hoogtepunt n.a.v. de Belgische titelstrijd in Bioul, waar met Roland Liboton (foto) ondanks de modderpoel toch de beste veldrijder won. Is dit nu koren op de molen van de « modderploeteraars » ?

Net zoals bij het wielrennen op de weg is België zijn dominantie in het veld reeds lang kwijt. Op het jaarlijkse internationale titeltreffen wordt ons land sedert enkele jaren steevast in de hoek gedrumd door Zwitserland (bij de profs) en door Tsjechoslovakije (bij de amateurs), terwijl in de Super Prestige-wedstrijden het onze noorderburen zijn die de plak zwaaien. Toch bezitten wij nog altijd wellicht de intrinsiek beste veldrijder, Roland Liboton. Dat is ongetwijfeld in tegenspraak mei zijn uitslagen (ondanks het record dat hij vestigde met zijn tiende Belgische titel op rij), maar het beantwoordt veeleer aan het beeld dat wij ons vormen van « de » veldrijder: een compleet atleet, dus zeker een getraind loper maar meer nog een sterk wielrenner, daarnaast begiftigd met een flinke dosis techniek en acrobatie. Juist wegens dat evenwicht zouden wij aan Roel de voorkeur geven boven Hennie Stamsnijder en Adri Van der Poel, die elk op hun manier toch een klein beetje naar één van de twee uitersten overhellen.
Maar zoals gezegd, daarmee schuiven wij Liboton nog niet als voornaamste titelkandidaat vooruit voor zondag. Daarvoor komt Adri Van der Poel nog het meest in aanmerking, al werd hij vorige zondag in Wetzikon verslagen door een opnieuw sterk op dreef zijnde Hennie Stamsnijder. In Pontcháteau dient er echter veel geklommen (op de fiets wel te verstaan) en dat zou wel eens het verschil tussen beide Nederlanders kunnen maken. Anderzijds mogen we veronderstellen dat het toch nog genoeg veldrit zal zijn, opdat de Franse wegrenners Lavainne, Arnould en de gebroeders Madiot te kort zouden schieten.
Indien dit niet het geval zou zijn, dan zouden de « ploeteraars » (de supporters noemen hen « krachtpatsers ») misschien weer wind in de zeilen krijgen. Maar niet door Bioul. Daar kende de moreel onberekenbare Liboton immers gewoon weer eens een uitzonderlijk dagje en dan rijdt (of « loopt » desnoods) hij iedereen naar huis. Voor hetzelfde geld laat hij het echter afweten en spreekt banbliksems uit over de omloop. Hij had dit trouwens vooraf nu ook gedaan. En terecht. Het refreintje is reeds zo goed gekend dat we ons afvragen of het nog wel zin heeft het nog eens op te dreunen: de toewijzingscommissie die in de zomer, als alles droog ligt, vlug even komt kijken om daarna de beentjes onder tafel te strekken; het afwezig zijn van een alternatief parcours ingeval van slechte weersomstandigheden; meerdere wedstrijden op één dag zodat de eventueel toch nog berijdbare stukken volledig « omgeploegd » zijn als de profs aan de beurt zijn enz.
Het is dan ook een uitstekend idee geweest van de BWB om een paar legendarische veldrijders uit te nodigen samen in een keuringscommissie te stappen. Alleen getuigde het niet erg van grote moed om beide extremen, zeg maar Erik De Vlaeminck en Albert Van Damme, te proberen verzoenen. Men had beter een resolute keuze gemaakt en het spreekt vanzelf dat wij dan — met alle respect voor grote kampioenen als Albert Van Damme of Bert Vermeire — de mening van Erik De Vlaeminck bijtreden. Cyclo-cross is nog altijd een onderdeel van de wielersporten niet van de atletiek, zelfs al stelt Fred Vandervennet (vroeger marathonloper en nu « physical coach » van de wielerploeg Sigma) dat het lopen met een fiets zo een specifieke discipline is dat « Hennie Stamsnijder Vincent Rousseau zou voorbijlopen ». Dit kan misschien wel zijn, maar dat geldt dan voor lopen met eender welke last op de schouders en is bijgevolg geen argument om teveel lopen bij cyclo-cross goed te praten. Of zoals iemand anders het uitdrukte : zou men zich kunnen voorstellen dat Eric Geboers de helft van het circuit zijn machine zou moeten voortduwen omdat de omloop niet berijdbaar is?
Vandervennet is ook slechts in bescheiden mate er voorstander van dat veldrijders hun seizoen op de weg zouden voorbereiden. Bovendien beveelt hij dan nog wel het gebruik van hun crossfiets aan (gehoord, Liboton ?), omdat door de verschillende houding bepaalde spieren anders werken. Anderzijds vindt hij uiteraard wel dat de basisconditie tijdens de zomer dient te worden onderhouden en wijst hij juist daarom met een beschuldigende vinger in de richting van Liboton (ze zijn streekgenoten). Een stapje verder gaande voegt hij eraan toe dat een goede middenmoter op de weg misschien meer kans maakt in het veld — wat ons inziens dan weer in tegenspraak is met de door hemzelf geprezen « specificiteit » van het veldrijden, maar wie zijn wij om de woorden van een specialist in twijfel te trekken.
Alleszins zouden wij precies omwille van dat specifieke karakter niet graag zien dat een « zuivere » wegrenner in Pontchâteau zou zegevieren. Zowel in Frankrijk (Système U tegen Toshiba) als in België (Liboton en Messelis bij ADR tegen De Brauwer en Danny De Bie bij SEFB) hebben wij dit jaar kunnen vaststellen dat de ploegentaktiek ook in het veld een rol is beginnen spelen. Als de sponsors trouwens net zoals wij om minder slijk vragen, is dat niet om sportieve redenen, maar wel opdat men de publiciteit op de truien beter zou kunnen lezen… Nu, voor dat soort invloeden uit de wegwielrennerij bedanken we uiteraard. De dégoutante nummertjes die regerend wereldkampioen Pascal Richard dit seizoen heeft opgevoerd (take the money and run) mogen niet voor herhaling vatbaar zijn.
Nee, een omloop die een specifieke veldrijder bekroont, dat is het beste argument tegen de moddercrossen hier te lande. Dus geen gebuisde wegrenner — en uiteraard zeker geen gebuisde veldloper, waarvoor men in Frankrijk echter geen schrik hoeft te hebben. Waarom zou b.v. een Danny De Bie niet eens voor een verrassing kunnen zorgen ? Terwijl bij de liefhebbers de West-Duitser Mike Kluge precies op tijd in vorm is. Want dat is dan weer een ander aspect : de drie ereplaatsen voor wegrenners waren vorig jaar zeker niet aan het parcours te wijden, maar veel meer aan het feit dat zij volop aan het pieken waren naar hun vorm voor het wegseizoen, terwijl de « echte » veldrijders hun kruit reeds hadden verschoten in de lucratieve SP-crossen. Een probleem waarmee Roland Liboton in het verleden ook steeds heeft af te rekenen gehad. Dit jaar kwam hij er echter niet aan te pas. Wordt juist dit falen nu zijn sterkste troef?

Lees verder “Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?”

Wout Van Aert wint in Pontchâteau

Wout Van Aert wint in Pontchâteau

Wout van Aert (foto Erik Westerlinck) heeft zondagzijn vierde zege van het jaar gepakt. Hij won in Pontchâteau voor Toon Aerts en Michael Vanthourenhout en wordt leider in de Wereldbeker. Voor Van Aert was het zijn eerste overwinning in een klassementscross dit seizoen.

Zoals te verwachten was, is het lemma over Wout Van Aert (Herentals, 15 september 1994) op Wikipedia veel te uitgebreid om over te nemen. Daarom beperk ik me tot zijn resultaten bij de jeugd.
Van Aert genoot zijn opleiding bij het jeugdteam van Telenet-Fidea. Na een anoniem eerste seizoen bij de junioren in 2010–2011, liet hij voor het eerst van zich horen in 2011–2012. Zo won hij dat seizoen de cross in Ruddervoorde. Het was dat seizoen de enige cross die Mathieu van der Poel NIET wist te winnen. Op zowel het BK als het WK werd hij tweede, dit achter respectievelijk Daan Soete en diezelfde Van der Poel. Vanaf het seizoen 2012–2013 maakte Van Aert de overstap naar de beloften. Als eerstejaars presteerde hij uitstekend, hij won verscheidene crossen en werd zowel op het BK als het WK derde. Door zijn prestaties werd hij op 1 januari 2013 prof bij Telenet-Fidea. In het daaropvolgende seizoen domineerde hij samen met Van der Poel de beloftencategorie. Van Aert kroonde zich dat seizoen tot wereldkampioen in Hoogerheide, nadat hij drie weken eerder gediskwalificeerd werd tijdens het BK in Waregem na een valse start. Ook won hij zijn eerste wedstrijd bij de elite, in Otegem klopte hij Klaas Vantornout en Rob Peeters, daags na dat bewuste BK.
Gaandeweg het seizoen 2014–2015 merkte Van Aert dat hij de beloftencategorie ontgroeid was. Zo won hij het EK en verscheidene manches in de wereldbeker. Tegelijk met eeuwige rivaal Van der Poel besloot hij enkele weken voor het WK om vanaf nu definitief bij de profs te gaan rijden.
We springen dan naar eind 2018. Toen heeft Wout van Aert de Sylvestercross in Bredene gewonnen. De wereldkampioen won voor Quinten Hermans en Jens Adams. Voor Van Aert is het nog maar zijn tweede overwinning van het veldritseizoen, nadat hij op 18 oktober in Ardooie won. Voor de rest was Mathieu Van der Poel hem steeds te sterk en occasioneel ook Toon Aerts, die in Bredene allebei niet van de partij waren.
Sinds Wachtebeke rijdt de wereldkampioen na een cross uit op de rollen (“cooling down”). En dat werkt de tegenstanders op de zenuwen omdat ze langer moeten wachten op het begin van de ceremonie. “Het was al een paar keer dat we écht moesten wachten”, aldus Van der Poel. De Française Christelle Reille, werkzaam bij de Internationale Wielerunie (UCI), duwde in Namen dan ook op de timer op het moment dat Mathieu van der Poel en Toon Aerts zich begonnen schoon te wrijven voor de ceremonie. “Het is me deze week gezegd dat ik tien minuten kreeg”, zei een pissige Van Aert. ’s Anderendaags verontschuldigde hij zich al, omdat hij wellicht inzag dat een podiumceremonie bij het veldrijden toch wel uitzonderlijk is. Dit jaar hebben we (“dankzij” de opwarming van de aarde) gelukkig bijna altijd met milde temperaturen te maken gehad, maar ik herinner mij uit het verleden podia met Marc Janssens of Erwin Vervecken, waarbij de gevierde renner stond te bibberen van de kou!
Daarna heeft Wout Van Aert de veldrit in La Mézière in Frankrijk op zijn naam gebracht. Er stond geen maat op de wereldkampioen die met bijna twee minuten voorsprong won en zo zijn derde zege van het seizoen pakte. In de strijd om de tweede plek vloerde de Fransman Clément Venturini onze landgenoot Quinten Hermans in de sprint. Na afloop haalde Wout van Aert op Twitter wel zwaar uit naar Sporza. Tijdens de uitzending van de veldrit in Brussel sprak commentator Michel Wuyts over de 20.000 euro startgeld die Van Aert naar verluidt zou krijgen in Frankrijk. In het verslag na afloop van de cross in La Mézière titelde Sporza op zijn website als volgt: ‘Van Aert maakt zijn (forse) startgeld waar in Mézière’. In het verslag zelf passeerde ook volgende passage: “Wout van Aert werd door de organisatie in Bretagne verleid met een fors bedrag om te starten (20.000 euro, naar verluidt). Van Aert kon dan ook nog eens het vliegtuig nemen naar het westen van Frankrijk. Reden genoeg voor de wereldkampioen om de DVV-cross in Brussel links te laten liggen. Maar Van Aert gaf de Fransen wel waar voor hun geld.” Dat was blijkbaar niet helemaal naar de zin van de wereldkampioen en hij reageerde fors op Twitter. “Wat krijgt u betaald om op zondagmiddag een livestream te volgen vanuit uw luie zetel? #niveaunihil.”

Lees verder “Wout Van Aert wint in Pontchâteau”

David Van Der Poel wint het EKZ-klassement

David Van Der Poel wint het EKZ-klassement

David van der Poel is de nieuwe eindwinnaar van de EKZ CrossTour. De vierde plaats in de zesde en laatste wedstrijd te Meilen (Zwitserland) was voldoende om Lars Forster voor te blijven. De twee Duitse coureurs Marcel Meisen en Sascha Weber vormden in het begin samen met de Belgische Quinten Hermans de kopgroep. Op de voet gevolgd door Zwitsers kampioen Lars Forster. Forster vocht zich naar de top, maar moest genoegen nemen met de tweede plaats met 9 seconden achterstand op Meisen. Hermans eindigde de race op de derde plaats gevolgd door leider van der Poel. Voor van der Poel is het de eerste eindoverwinning van de EKZ CrossTour.
Lees verder “David Van Der Poel wint het EKZ-klassement”