Het is al 65 jaar geleden dat ene Raymond Jones in de platenwinkel van Brian Epstein in Liverpool naar “My bonnie”, het singeltje van Tony Sheridan met The Beatles, vraagt. Epstein heeft het niet in huis, wat hem verschrikkelijk ongelukkig maakt, want hij gaat er prat op dat hij àlles in huis heeft. Het wordt nog erger als op maandag de winkel heropent en twee meisjes binnen stappen die naar hetzelfde plaatje vragen. Zij weten een verbijsterde Epstein te vertellen dat The Beatles eigenlijk van Liverpool zijn en dat de plaat zowaar in Duitsland werd opgenomen (*). Daarop besluit Epstein dat hij ze toch eens wil gaan beluisteren in The Cavern Club, waar ze op dat moment spelen. The rest, zoals dat dan heet, is history…
Nochtans vindt Epstein er oorspronkelijk eigenlijk niks aan, hij houdt zelfs helemaal niet van popmuziek. Volgens Hunter Davies (“The Beatles, the authorised biography”) ging zijn voorkeur uit naar klassieke muziek, meer bepaald naar Jean Sibelius (p.129), en als het dan toch wat lichter mocht zijn, dan was er altijd nog… Edmundo Ros. Dat belet hem echter niet om als succesvolle platenverkoper een poprubriekje te schrijven in Mersey Beat. Zo noteert hij o.a. dat “de populariteit van The Shadows lijkt steeds groter te worden.” “Daar moeten The Beatles wel van hebben overgegeven;” besluit Davies (p.130).
Niet gehinderd door enige kennis gelooft hij desondanks in The Beatles als hij ze aan het werk ziet in de duistere Cavern: “Eens zullen ze beroemder zijn dan Elvis Presley,” voorspelt hij. In de (mede door George Harrison gefinancierde) Monty Python-parodie “All you need is cash” luidt het echter anders. Dan blijkt de homoseksuele manager van “The Rutles” niet echt in hun muziek geïnteresseerd, maar wel in “their trousers” (hun broeken).
Volgens Hunter Davies zei hij in werkelijkheid: “Ik vond ze leuk vanwege een bepaalde eigenschap die ze hadden, een soort uitstraling. Ze waren ontzettend sympathiek.” En over de reden waarom de Beatles met hém in zee wilden gaan is hij heel eerlijk: “Ik had geld, een auto, een platenzaak. Ik denk dat dat geholpen heeft. Maar ze mochten me ook graag.” (p.138)
Toch moet ook Davies toegeven: “Als hij niet hun manager was geworden, is het onwaarschijnlijk dat ze ooit vrienden zouden zijn geworden.” (p.243)
Vooral de verhouding met Paul McCartney ligt moeilijk: “Ik denk dat Paul denkt dat ik een hechtere band heb met John dan met hem. Dat is niet helemaal waar. In het begin was dat wel zo, maar nu houd ik evenveel van ze allemaal.” (p.243-244)
Een leuke anekdote uit de tijd dat het nog “minder goed” ging tussen Paul en Brian… Op het moment dat Epstein de Beatles bij zich roept om hun onderling contract te bespreken, komt Paul McCartney niet opdagen. Epstein, als Pietje Precies, is furieus en vraagt George Harrison hem op te bellen. Paul blijkt in bad te zitten. “Dat is schandalig,” brult Epstein, “Hij zal te laat kimen!” Waarop George met de droge humor die kenmerkend is voor hem repliceert: “Te laat, maar wel heel proper…” (Davies, p.137)
Enfin, uiteindelijk slaagt Epstein er toch in om de Beatles in het gareel te laten lopen. Door sommigen werd hem dat kwalijk genomen. Vooral John Lennon had het er met name erg moeilijk mee: “We konden het niet zeggen, maar we vonden het eigenlijk niet leuk om terug te gaan naar Liverpool. Het feit dat we lokale helden waren, maakte ons nerveus. Als we daar optraden, zat het altijd vol met mensen die we kenden. We voelden ons ongemakkelijk in onze pakken en omdat we er zo netjes uitzagen. We waren bang dat vrienden zouden denken dat we onze principes hadden verloochend. Wat we in zekere zin ook wel hadden gedaan.” (p.188-189)
Epstein verdedigt zich: “Ik heb ze niet veranderd. Ik heb alleen maar geprojecteerd wat er al was. Wat er was, was die présence. Op het podium straalden ze een ondefinieerbaar gevoel uit. Maar dat werd bedorven door roken, eten en praten met de mensen op de voorste rijen.” (Davies, p.141)
Ronny De Schepper
(*) Uiteindelijk zou Epstein 200 exemplaren bestellen. Hunter Davies schrijft er niet bij (p.136) of hij die dan ook alle 200 heeft kunnen verkopen, maar in the long run zal dat wel geen probleem geweest zijn natuurlijk. Eens de Beatles bekend waren, wilden de fans wellicht àlles wat ze ooit hadden uitgebracht…