Het is vandaag ook al 25 jaar geleden dat de Amerikaanse componist Jay Livingston (rechts op bovenstaande foto) is overleden. Hij is vooral bekend als de helft van een songwritingduo met Ray Evans (links) dat gespecialiseerd was in het componeren van liedjes voor films. Livingston schreef de muziek en Evans de teksten. De dame in het midden is actrice Jane Russell die hen in 1948 de oscar overhandigde voor het nummer “Buttons and Bows”, geschreven voor de film The Paleface.
Livingston was born Jacob Harold Levison in McDonald, Pennsylvania; he was Jewish. His brother, longtime Capitol Records executive Alan W. Livingston, is best known for creating “Bozo the Clown” and signing Frank Sinatra and The Beatles among other legends with Capitol. Jay Livingston studied piano with Harry Archer in Pittsburgh, Pennsylvania, and worked as a musician at local clubs while still in high school. He attended the Wharton School at the University of Pennsylvania, where he organized a dance band and met Evans, a fellow student in the band. Their professional collaboration began in 1937.
Het merkwaardige is dat het duo haast uitsluitend voor films heeft geschreven, zonder dat Livingston echter een echte componist van filmmuziek was. Ze schreven m.a.w. hits die in een film werden ingepast of die de titelmelodie voor de film vormden. Daarom heb ik als voorbeeld de muziek voor de televisieserie Bonanza gekozen, omdat dit nog het dichtst in de buurt komt van echte filmmuziek, ook al bestaat er ook een gezongen versie van het Bonanza-thema.
Livingston en Evans schreven o.a. voor “The Scarlet Hour” van Michael Curtiz (1956) en “Condemned property” van Sydney Pollack (1966). Ze werden zeven keer genomineerd voor een oscar en hebben effectief driemaal een Academy Award in de wacht gesleept. De eerste keer was in 1949 voor “Buttons and bows” uit de western “Paleface” van Norman Z.McLeod. De tweede keer was in 1951 voor “Mona Lisa” uit “Captain Carey, USA” van Mitchell Leisen. Het spreekt vanzelf dat het nummer van Nat King Cole ook nog eens werd gebruikt voor de film “Mona Lisa” zelf van Neil Jordan uit 1986.
De derde oscar kreeg het duo in 1957 voor “Que sera, sera”, dat Doris Day zong in “The man who knew too much” van Alfred Hitchcock. In onderstaand klipje heeft men getracht de manier waarop het lied in de film voorkomt (niet gewoon als verkoopsargument, maar werkelijk als deel van het plot) weer te geven. Toegegeven, ’t is niet helemaal gelukt, maar ’t is beter dan niets.
Livingston and Evans won the Academy Award for Best Original Song three times, in 1948 for the song “Buttons and Bows”, written for the movie The Paleface; in 1950 for the song “Mona Lisa”, written for the movie Captain Carey, U.S.A.; and in 1956 for the song “Whatever Will Be, Will Be (Que Sera, Sera),” featured in the movie The Man Who Knew Too Much. They also wrote “Tammy’s in Love” for the movie Tammy and the Bachelor in 1957. Livingston and Evans wrote popular TV themes for shows including Bonanza and Mr. Ed. They also wrote the Christmas song “Silver Bells” in 1951, for the film The Lemon Drop Kid, as well as “Never Let Me Go” for the 1956 film The Scarlet Hour.
Fans van Johnny Mathis kunnen Mr.Livingston bedanken voor onder andere The Twelfth of Never en All The Time. Livingston verscheen als zichzelf samen met Evans in de nieuwjaarsfeestscène van de film Sunset Boulevard uit 1950 .
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)