“Le vélo de Ghislain Lambert” is een Frans-Belgische film geregisseerd door Philippe Harel en in première ging op 24 september 2001, op het filmfestival van San Sebastián. Daar ontving de film de juryprijs voor beste scenario, die werd toegekend aan Philippe Harel, Benoît Poelvoorde en Olivier Dazat.
Begin jaren zeventig was Ghislain Lambert (Benoit Poelvoorde) zogezegd een Belgische wielrenner, geboren op dezelfde dag als Eddy Merckx, die ervan droomde kampioen te worden. Hij slaagde erin zich bij een professionele ploeg aan te sluiten, maar als waterdrager. Vastbesloten in zijn droom van overwinning en sportieve roem, wachtte Ghislain Lambert ongeduldig op zijn
kans. Daarbij was zelfs doping geoorloofd om eindelijk te schitteren. Uiteindelijk beëindigde Lambert zijn carrière met een korte periode van roem, verbonden aan zijn laatste plaats in de Tour de France.
Het leuke aan “Le vélo de Ghislain Lambert” is dat een aantal ware anekdoten er naadloos in worden verwerkt, zoals de praktijken van Marc Zeepcentrale; Pierre Brambilla die z’n fiets in z’n tuin begraaft; Jean Robic die met een hamer op z’n hoofd klopt; het jachtongeval van Gilbert Duclos-Lassalle en, wellicht het dichtst op de huid van de titelfiguur zittend, de “stunt” van Emile Bodart in Bordeaux-Parijs. Minder leuk is dat deze film wellicht zeer waarheidsgetrouw is wat het leven van “les petits coureurs” (*) betreft (niet voor niets waren Loïc Le Bourhis en Pierre Tosi “conseillers techniques”; er is zelfs een rolletje weggelegd voor Koen De Koker!). Een andere “petit coureur”, Pierre Dewailly (1967-2000) uit Doornik, speelt een bijrolletje in ‘Le Velo de Ghislain Lambert’. Een jaar later reed hij zich met de auto dood op de plaats waar hij zijn eerste zege boekte bij de liefhebbers (Froidmont). Eigenlijk is deze film een uitwerking van het onderwerp van de documentaire “Dossard” (1986) van Alain Marcoen, waarbij deze zich concentreerde op de “petit coureur” Guy Janiszewski.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)
(*) Ontroerend is de slotscène als Lambert op een voddenmarkt letterlijk “petits coureurs” verkoopt. Een wielervedette van het moment is erin geïnteresseerd en na wat afbieden, zoals dat gaat op zo’n markt, koopt hij ze uiteindelijk. Terwijl hij weggaat, bedenkt Lambert zich en loopt achter hem aan met een wielertijdschrift waarin een poster van de renner staat. Hij vraagt hem om daarop een handtekening te plaatsen. En de vedette doet dit met plezier en schrijft als opdracht: “Pour les petits coureurs”…