De eerste uitgave van Gruppenbild mit Dame van Heinrich Böll verscheen in 1971 bij Kiepenheuer & Witsch in Keulen. Een exacte verschijningsdatum is echter moeilijk vast te pinnen. Anders dan bij veel recente boeken vermeldden Duitse uitgevers destijds vaak alleen het jaar. Er zijn wel enkele aanknopingspunten: op 28 juli 1971 publiceerde de Frankfurter Allgemeine Zeitung al een voorpublicatie en verscheen tevens de eerste grote bespreking van Karl Korn. (chatgpt)
De verteller, ook wel “vert.” genoemd , reconstrueert het leven van Leni Pfeiffer aan de hand van gesprekken met hedendaagse getuigen en de achtergelaten getuigenissen.
De hoofdpersoon van de roman, Leni Pfeiffer, geboren Gruyten, is een intelligente en goedhartige maar ongeschoolde vrouw. Toen de nationaal-socialisten aan de macht kwamen, was haar familie een van de winnaars van deze tijd omdat haar vader een bouwonderneming leidde, die bunkers en kazernes mocht optrekken. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt het gezin echter getroffen door verschillende lotgevallen en staat Leni er uiteindelijk vrijwel alleen voor. Tegen het einde van de oorlog werkte ze in een krans- en bloemenwinkel en ontmoette daar de Sovjetkrijgsgevangene Boris Lvovitich Koltovskij. De twee beginnen een liefdesrelatie, hoewel dit verboden en uiterst gevaarlijk is, en Leni krijgt kort voor het einde van de oorlog een kind met Boris. Door ongelukkige omstandigheden belandt hij in een geallieerd krijgsgevangenenkamp, aangezien hij wordt aangezien voor een Duitse krijgsgevangene, en sterft hij in een Franse mijn.
De laatste delen van de roman spelen zich af in de naoorlogse periode en vertellen onder meer Leni’s relatie met de Turkse gastarbeider Mehmet. Deze relatie weerspiegelt de centrale episode van de roman: Leni’s liefde voor de Russische krijgsgevangene Boris, wat haar de belastering van een “blonde Sovjethoer” opleverde. Leni lijkt zich niet te laten beïnvloeden door de sociale tendensen om bepaalde groepen mensen uit te sluiten en hen op een ‘denigrerende’ manier te behandelen.
De roman is een soort poëtische documentatie; men spreekt ook van pseudo-documentaire constructie. De meeste documenten zijn fictief, maar er zijn ook tal van authentieke documenten, waaronder de dossiers van de processen tegen oorlogsmisdaden in Neurenberg (inclusief in hoofdstuk 8). Het oorlogsproza van Alois Pfeiffer (in hoofdstuk 4) komt uit: Combat Experiences from the War on the Western Front in 1940. Gebaseerd op beschrijvingen van frontlijnstrijders, red. van de Generale Staf van het leger, Berlijn 1941. Böll zelf zei over zijn roman: “Het idee voor dit boek speelt al heel lang in mijn gedachten, waarschijnlijk samen met de meeste romans en verhalen die ik tot nu toe heb geschreven. (…) Het echte aspect van de oorlog was voor mij het bombarderen van de steden. Dat was complete waanzin. De vrouwen en kinderen in de steden hadden het veel, veel erger dan zelfs een soldaat aan het front.”
De figuur van de non Rahel, genaamd Haruspika wegens gespecialiseerd in uitwerpselen, is duidelijk gebaseerd op Edith Stein (1891-1942). De joodse Edith Stein werd in 1922 gedoopt in de katholieke kerk. In 1933 trad ze toe tot de orde van de Ongeschoeide Karmelieten. Ze wordt beschouwd als een bruggenbouwer tussen christenen en joden. Tijdens het nazi-tijdperk werd Stein ‘als jood en christen’ het slachtoffer van de Holocaust (in Auschwitz). In de katholieke kerk wordt ze vereerd als heilige en martelaar.
Het is vooral dankzij dit boek dat Böll de Nobelprijs heeft gekregen. Totaal onbegrijpelijk! Het boek werd in 1976 verfilmd met Romy Schneider als Leni Gruyten/Pfeiffer en Brad Dourif als Boris Koltowski. De film werd geregisseerd door de Joegoslaaf Aleksandar Petrović, die in 1967 de Gouden Palm had gewonnen op het Festival van Cannes voor zijn film “Ik heb ook gelukkige zigeuners gekend”. Böll werkte aanvankelijk aan het script, maar gaf het op, vooral omdat de hoofdrolspeelster er zware kritiek op had.
Ronny De Schepper
