Bijna tegelijkertijd met “Die Zauberflöte” werkte Mozart ook aan “La Clemenza di Tito” (KV.621) omdat de intendant van het Praagse Nationaal Theater Domenico Guardasoni hem op 14 juli 1791 (na een weigering door Salieri) omwille van zijn succes met “Don Giovanni” vroeg om dit stuk van Metastasio, dat reeds twintig maal op muziek was gezet (o.a. door Galuppi, Wagenseil, Gluck, drie keer door Hasse en ook door Scarlatti, die samen met Draghi recordhouder is van de meeste opera’s: 175), nog eens onder handen te nemen voor de kroning in Praag van Keizer Leopold II tot koning van Bohemen.
Om het vooruit te laten gaan, doet Mozart een beroep op de ingekorte versie van Caterino Tommaso Mazzola en neemt Süssmayr de recitatieven voor zich. Alhoewel hij in totaal amper achttien dagen over de 300 pagina’s heeft gedaan, is het toch een volwaardig werk. Opmerkelijk is ook dat het allemaal nieuwe muziek is. In tegenstelling tot andere snelschrijvers zoals Bach, Haendel of Rossini gebruikte Mozart trouwens nooit bestaande muziek, waarop hij dan een andere tekst of een andere orchestratie zette.
Het stuk speelt zich af in het paleis van Vitellia in het oude Rome. Vitellia is jaloers omdat keizer Tito wil trouwen met Berenice. Zij beraamt een plan om Tito door Sesto te laten vermoorden en het Capitool in brand te steken. Annio vertelt haar dat Tito niet met Berenice gaat trouwen omdat het volk hiertegen gekant is. Het plan wordt dan ook uitgesteld. Annio wil op haar beurt trouwen met Servilia, de zuster van Sesto, doch Tito wil nu eveneens met deze trouwen. Als zij hem echter uitlegt dat ze echt van Annio houdt, geeft hij hen echter de toestemming tot het huwelijk. Vitellia begrijpt de blijdschap van Servilia verkeerd. Zij denkt namelijk dat deze zich er al op verheugt om keizerin te worden. Daarop geeft Vitellia het bevel aan Sesto om het plan toch uit te voeren. Dan verneemt zij echter dat Tito evenwel besloten had met haar te trouwen (derde keer, goede keer).
Te laat! Sesto heeft de brand al gesticht en de moord gepleegd. Toch heeft Tito de moord overleefd (zelfs zonder één schrammetje) en hij laat Sesto arresteren. Die verraadt Vitellia niet, maar uit wroeging bekent ze zelf haar misdaad. Tito is wel boos, maar schenkt beiden toch vergiffenis. Deze edelmoedige versie strookt helemaal niet met het historische karakter van de Romeinse keizer, want hij is juist diegene die honderdduizenden joden liet ombrengen.
Alhoewel de versie van Mazzola al iets genuanceerder is dan de pure lofzang van Metastasio, kan men toch opmerken dat dit in de historische context een “reactionaire” zet was van Mozart. In navolging van de Franse Revolutie gingen de anciens régimes ook elders aan het wankelen en deze opera moest “aantonen” welk een brave mens Leopold II (eigenlijk ook “keizer van Rome”!) wel was, b.v. omdat hij de “techniek” van het martelen had afgeschaft. Peter Shaffer wist dus heel goed wat hij deed, toen hij deze opera (ontstaan tegelijk met “Die Zauberflöte” en het “Requiem”, en ook met het klarinetconcerto – wat men goed kan horen) wegliet uit zijn “Amadeus”. Hieruit komt immers helemaal geen rebel naar voren, maar een gatlikker (Mozart schreef het t.g.v. de kroning van keizer Leopold II tot koning van Bohemen; twee jaar na de Franse revolutie was het ook een politiek statement).
De première op 6 september in het Standentheater, nu het Till-theater, in Praag, was geen succes. Het gewone volk (dat gratis binnenmocht omwille van de feestelijkheden) vond het maar saai en ook keizerin Marie Louise deed het werk af als “una porcheria tedesca” (een Duitse zwijnerij). Wie er wél van hield, was alweer Salieri, die als goede pleitbezorger van Mozart bovendien drie missen van diens hand meebracht, waarvan er één (KV.317) effectief tijdens de kroning werd gebruikt en die wordt dan ook sindsdien de Kroningsmis genoemd. De passage in “Amadeus” dat Mozart onwel wordt tijdens de uitvoering van “Die Zauberflöte” is trouwens op de première van “Titus” geïnspireerd: daar werd Mozart inderdaad ziek tijdens het laatste gedeelte en diende hij onmiddellijk na afloop te worden afgevoerd.
Ronny De Schepper