Le Boucher is een Frans-Italiaanse film, geschreven en geregisseerd door Claude Chabrol in 1969. De slager haalt op 27 februari 1970 de Franse bioscopen. De film opende op de derde plaats in de Parijse box office en behaalde de beste score van de regisseur sinds La Ligne de démarcation in 1966.
In Trémolat, in de regio Périgord, wordt het huwelijk gevierd van schoolmeester Léon Hamel (Mario Beccaria) met een jonge vrouw uit het dorp. Onder de gasten bevinden zich de jonge collega van de leraar, Hélène Davile (Stéphane Audran), die tevens directrice van de school is, en Paul Thomas, bijgenaamd “Popaul”, de dorpsslager (Jean Yanne).
Hélène en Paul ontmoeten elkaar op de bruiloft en het klikt meteen. De winkelier, gecharmeerd door de jonge vrouw, vertrouwt haar toe dat hij voor zijn mishandelende vader is gevlucht door in het leger te gaan en te hebben gevochten in de Indochinese en Algerijnse oorlogen. Hélène, oorspronkelijk uit Parijs, heeft een liefdesaffaire achter de rug die slecht is afgelopen. De jonge lerares, die Paul ziet als een vriend die haar eenzaamheid verdrijft, betrekt de slager bij de activiteiten van haar leerlingen en nodigt hem uit voor een gesprek bij haar thuis.
De rust van het dorp wordt verstoord wanneer het lichaam van een jong meisje wordt gevonden, doodgestoken. Na een schoolreisje met haar leerlingen naar een grot, ontdekt Hélène een ander bebloed lichaam van een jonge vrouw aan de rand van een klif. Het blijkt de vrouw van Léon te zijn, op dezelfde manier vermoord. Ik wil heus geen spoiler zijn, maar anderzijds hoef je echt geen Einstein te zijn om te weten wie de dader is. Je kan de film zeker geen whodunit noemen! Toch werd de film bij de bioscooprelease enthousiast ontvangen door de pers. Le Figaro noemde het “de beste Franse film sinds de Bevrijding.” Indiewire beschrijft het als “[Chabrols] meesterwerk, een elegante constructie van stemming, toon en atmosfeer die ontwapenend effectief en uiterst verontrustend is.”
Hélène Frappat schrijft: “Chabrol presenteerde zichzelf als een entomoloog; er zat iets in zijn regiestijl, een manier om mensen te observeren als insecten. Eén vraag loopt als een rode draad door Chabrols werk, en maakt hem voor mij de Franse Fritz Lang: niet ‘wie heeft gedood?’ maar ‘wie is degene die heeft gedood?’ Chabrol zei altijd dat het bioscoopscherm een spiegel was en dat wat de kijker zag zichzelf was. Al Chabrols werk brengt ons terug naar deze vraag: wie ben ik, een mens, die deze moordenaar op het scherm ziet? Het zou te simplistisch zijn om de moordenaar te verbannen naar het rijk der monsters en ons van hem te distantiëren alsof het scherm ons van hem afsnijdt, terwijl het ons juist dichterbij brengt…”
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)