Literaire sociologie was een vak dat erg populair was aan de universiteiten in de naweeën van mei ’68. Men kan het immers ook als een soort van “marxistische” literatuurgeschiedenis beschouwen. Eén van de grondleggers was de Hongaar György Lukács, die vandaag 55 jaar geleden is overleden. Ik voelde me uiteraard verplicht om deze studierichting als keuzevak te kiezen, maar aan de foto van Lukacs kan je al zien dat dit veel te serieus en veel te moeilijk was voor iemand als mij, ook al werd het in Gent dan gegeven door prof.Bolckmans, bij wie ik enkele jaren later mijn burgerdienst zou doen. Veel meer dan een vriendschap met dichteres Miriam Van Hee heb ik dan ook niet aan deze cursus overgehouden.
Maar om je slechts een idee te geven hoe ingeburgerd literaire sociologie was in die tijd, citeer ik even uit de inleiding van de zevendelige “Pelican Guide to English Literature” van Boris Ford (elfde druk in 1972). In zijn “general introduction” schetst Ford immers aan wat de lezer zich mag verwachten en dat is dan op de eerste plaats “een beschrijving van de sociale context van de literatuur in elke periode, met een poging om vragen te beantwoorden als: ‘Waarom behandelde de literatuur van deze periode dit soort problemen in plaats van dat?’, ‘Welke factoren stimuleerden in deze periode het toneelstuk in plaats van de roman, proza in plaats van poëzie?’, ‘Wat was de relatie tussen schrijver en publiek?’, ‘Hoe zag het lezerspubliek eruit qua smaak en samenstelling?’ Dit deel van elk boekdeel geeft een beeld van de hedendaagse samenleving op de momenten waarop deze in contact kwam met literatuur.”
En ook verder belooft Ford “een literair overzicht van de periode, waarin de algemene kenmerken van de literatuur uit die tijd worden beschreven op een manier die de lezer in staat stelt de ontwikkeling ervan te volgen en zijn oriëntatie te behouden. Het doel van dit deel is om vragen te beantwoorden als: ‘Wat voor soort literatuur werd er in deze periode geschreven?’, ‘Welke auteurs zijn het belangrijkst?’, ‘Waar ligt de kracht van de periode?’”
Kortom, de auteurs “vonden het essentieel om geen reputaties als vanzelfsprekend te beschouwen, maar juist om de sterke en zwakke punten van ons literaire erfgoed opnieuw, en vaak tot in detail, te onderzoeken. ”
Ronny De Schepper