Volgens Alcide is het vandaag exact 3210 jaar geleden dat de Grieken Troje hebben ingepalmd via een list met een reusachtig paard, gevuld met dertig of veertig soldaten. Nu valt er over deze geschiedenis (of mythe?) wel heel wat interessants te vertellen en daarom grijp ik deze “verjaardag” graag aan, maar waarom het nu precies vandaag zou zijn dat dit is gebeurd (of niet) dat heb ik nergens gevonden (ook bij Alcide niet).
Het Trojaanse paard vormt een episode in het verhaal van de Trojaanse Oorlog. Omdat de Grieken er maar niet in slagen de stad Troje in te nemen bedenkt Odysseus een list. De Grieken bouwen een reusachtig houten paard waarin soldaten zich verstoppen, volgens diverse bronnen schommelend tussen dertig en veertig. Merkwaardig is wel dat er een “deelnemerslijst” bestaat van die veertig (zie Wikipedia)…
Dit paard wordt ’s avonds voor de poort van Troje achtergelaten, in de hoop dat het ’s nachts door de Trojanen binnen de stadsmuren zal worden gehaald. Omdat de Grieken argwaan bij de kant van de Trojanen verwachten, laten zij Sinon buiten de poort achter, terwijl de rest van het Griekse leger zich op hun boten achter een heuvel verschanst op het eiland Tenedos. Sinon wordt, zoals de bedoeling was, aangetroffen door de Trojanen. Hij vertelt hen dat hij is achtergelaten omdat hij ruzie heeft met Odysseus, en dat het paard een geschenk is voor Pallas Athena, dat opzettelijk zo groot is gemaakt dat de Trojanen het niet binnen hun muren kunnen krijgen. Halen zij echter hun stadsmuur neer om het binnen te laten, dan zal Athena de veiligheid van de stad garanderen. De Trojanen trappen in de list, slaan een bres in hun eigen muur en halen het paard de stad in. Later die nacht komen de Griekse soldaten tevoorschijn om de poort voor hun kompanen te openen. Het nu kansloze Troje wordt met gemak door de Grieken veroverd.
Dit verhaal wordt overigens niet in de Ilias van Homeros verteld, zoals men dikwijls denkt. Wél is er een korte samenvatting in diens Odysseia (VIII, 493-520). Het verhaal werd uitgebreid behandeld in het epos Ilioupersis (De verwoesting van Troje) van Arctinus van Milete, dat geheel verloren is gegaan, maar de voornaamste bron was voor latere versies van het verhaal. Een beroemde, uitvoerige versie is die van Vergilius in het tweede boek van zijn Aeneïs. In vroegere eeuwen en vooral in de middeleeuwen werden echter De geschiedenis van de verwoesting van Troje van Dares Phrygius en het Dagboek van de Trojaanse oorlog van Dictys Cretensis als belangrijkere bronnen beschouwd, omdat ze (ten onrechte) voor ooggetuigenverslagen werden gehouden.
Een van de latere uitbreidingen, die ook niet bij Homeros zijn te vinden, is het verhaal van Laocoön. Deze Trojaanse priester waarschuwt zijn stadsgenoten voor het paard, omdat hij de list van Odysseus doorzien heeft. Maar net als hij de meerderheid heeft overtuigd, wordt Sinon de stad binnengesleept. De Trojanen slaan opnieuw aan het twijfelen, tot een gruwelijk voorteken hen van Laocoöns ongelijk overtuigt: twee slangen komen uit zee aangekropen om Laocoön en zijn zoons te verzwelgen. Onder andere Vergilius gebruikt deze uitbreiding in zijn Aeneis.
Aan de historische correctheid van het paard van Troje wordt getwijfeld. Moderne historici menen dat het paard een literair verzinsel is. Gemeend wordt wel dat het paard een metafoor is voor een stormram die de Grieken gebruikten om zich toegang te verschaffen tot de stad Troje.
Ook is wel eens beweerd dat het paard een aardbeving voorstelde die de muren van Troje verwoestte. De god Poseidon was immers zowel god van de zee, als van paarden en aardbevingen. De schade aangetroffen bij archeologische opgravingen van Troje VI – een rijke en machtige handelsstad – lijkt op die van een aardbeving. Maar meestal wordt Troje VIIa beschouwd als het Troje uit Homerische tijden. Het Trojaanse paard, een rekwisiet dat Wolfgang Petersen gebruikte voor de film “Troy” (2004), werd als geschenk aan de Turkse regering gegeven. Het staat nu tentoongesteld op de boulevard van Çanakkale, een belangrijke badplaats waar de meeste bezoekers van de ruïnes van Troje verblijven. Çanakkale ligt op ongeveer een uur rijden van de archeologische site van Troje. Er is nog een ander “Trojaans paard” te vinden op de echte archeologische site van Troje (zie foto), maar dit is niet het rekwisiet uit de film.
De Britse komediegroep Monty Python persifleerde het Paard van Troje in hun film Monty Python and the Holy Grail uit 1975; daar reed men een gigantisch houten konijn richting kasteelpoort, waarna de truc jammerlijk mislukte. De belegeraars keken aanvankelijk weliswaar gniffelend toe hoe de kasteelbewoners enthousiast het ‘konijn’ binnenhaalden, maar realiseerden zich later dat het konijn leeg was: men was vergeten het vol te stoppen met soldaten.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)