Het is vandaag al veertig jaar geleden dat de Oostenrijks-Amerikaanse filmregisseur, producer en acteur Otto Ludwig Preminger (foto Allan Warren) is overleden. Hij werd bekend met gestileerde misdaadfilms zoals Laura (1944), Fallen Angel (1945), Anatomy of a Murder (1959) en Angel Face (1952) en maakte in totaal meer dan vijftig langspeelfilms.

De Joodse Otto Preminger werkte oorspronkelijk voor de Oostenrijkse theaterdirecteur Max Reinhardt. Door de nazidreiging vluchtte hij in 1935 naar de Verenigde Staten. Hier werkte hij bij 20th Century Fox als acteur en regisseur.

LAURA

Laura is een Amerikaanse film noir van Otto Preminger. Het scenario is gebaseerd op de gelijknamige roman, eveneens uit 1943, van de Amerikaanse auteur Vera Caspary.

Een film noir met specifieke vormgeving. Roger Ebert: “Film noir staat bekend om zijn ingewikkelde plots en willekeurige wendingen, maar zelfs in een genre dat ons The Maltese Falcon heeft gegeven, is dit wel een bijzondere film. Laura heeft een detective die nooit naar het bureau gaat; een verdachte die wordt uitgenodigd om mee te gaan tijdens de ondervraging van andere verdachten; een heldin die het grootste deel van de film dood is; een man die waanzinnig jaloers is op een vrouw, terwijl hij geen moment heteroseksueel lijkt; een romantische hoofdrolspeler die een domme boer uit Kentucky is die zich in de luxe penthouses van Manhattan begeeft, en een moordwapen dat door de agent wordt teruggelegd op de plek waar het verstopt zat, met de belofte dat hij het ‘morgen wel even komt ophalen’. En de enige naaktscène betreft de jaloerse man en de agent.”

Laura Hunt (Gene Tierney), een succesvolle carrièrevrouw en protegé van de cynische Waldo Lydecker (Clifton Webb), wordt kort voor haar huwelijk met de jonge playboy Shelby Carpenter (Vincent Price) op gruwelijke wijze vermoord in haar appartement. Rechercheur Mark McPherson (Dana Andrews) wordt belast met het moordonderzoek en raakt volledig geobsedeerd door het “aantrekkelijke” slachtoffer en de cultus rondom haar persoon en dood. De zoektocht naar de dader wordt hierdoor ernstig gecompromitteerd.

In zijn autobiografie vertelt Otto Preminger hoe hij zijn relatie met Twentieth Century-Fox herstelde toen hij studioproductiechef Darryl F. Zanuck ervan overtuigde de rechten op Vera Caspary’s roman “Laura” te kopen. Preminger en Zanuck hadden elkaar sinds 1937 niet meer gesproken, toen Preminger werd vervangen als regisseur van Kidnapped. Hun bittere vete beschadigde Premingers Hollywoodcarrière en hij maakte pas weer een film in 1943, toen Fox-directeur William Goetz, die de studio leidde tijdens Zanucks militaire dienst, hem toestond om Margin for Error (1943) te regisseren. Volgens Preminger beschuldigde Zanuck Goetz van verraad toen hij terugkwam en zei tegen Preminger: “Je kunt Laura produceren, maar zolang ik bij Fox ben, zul je nooit regisseren.” 

Laura zou dus oorspronkelijk door Rouben Mamoulian worden gefilmd. Toen Otto Preminger de kans kreeg om de eerste serie dailies te bekijken die terugkwam, was hij verbijsterd. “De acteerprestaties waren verschrikkelijk. Judith Anderson overacteerde, Dana Andrews en Gene Tierney waren amateuristisch en er was zelfs iets mis met het optreden van Clifton Webb.”  Preminger liet de rushes onmiddellijk per luchtpost naar Darryl F.Zanuck in New York sturen, zodat hij zelf kon zien wat er gebeurde. Zanuck was het ermee eens dat het een puinhoop was en gaf Rouben Mamoulian de opdracht om alles opnieuw te filmen. Toen de tweede serie dailies net zo slecht bleek te zijn als de eerste, of zelfs nog slechter, besloot Zanuck om Rouben Mamoulian helemaal uit de film te halen. Omdat er twee weken werk geschrapt moest worden, begon Otto Preminger doelbewust aan zijn regieklus. Hij gooide alles wat Rouben Mamoulian had gedaan weg, inclusief de kostuums, sets en zelfs de cameraman Lucien Ballard (vervangen door Joseph LaShelle). Bovendien werd het originele portret van Laura, geschilderd door Mamoulians vrouw Azadia Newman, weggegooid en vervangen door een foto (gemaakt door Fox-fotograaf Frank Polony) die met olieverf werd overgeschilderd. Volgens Otto Preminger moest hij hard werken om het respect van de cast te winnen, die allemaal “vijandig” tegen hem leken toen hij het overnam, met uitzondering van Clifton Webb. “Ik hoorde later”, zei hij, “dat Mamoulian ze allemaal individueel had gebeld en gewaarschuwd dat ik hun acteerwerk niet leuk vond en van plan was ze te ontslaan.”
Darryl F.Zanuck was tegen de casting van  Clifton Webb vanwege Webbs (in Hollywood) bekende homoseksualiteit, maar producent/regisseur  Otto Preminger won en de 54-jarige Webb, die voor het eerst sinds 1925 op het scherm verscheen, werd genomineerd voor een Oscar, hoewel hij er zo homoseksueel uitzag als maar kon in een rol die duidelijk bedoeld was voor een heteroseksueel. Aan de andere kant moest Clifton Webb leren omgaan met de schok om zichzelf op het scherm te zien na een lange afwezigheid uit Hollywood. Toen hij de eerste reeks rushes zag, waaronder zijn eerste scène in bad waarin hij McPherson ontmoet, kreeg Webb bijna een hartaanval: “Toen ik mezelf in bad zag zitten en eruit zag als Mohandas K.Gandhi, had ik het gevoel dat ik zou overgeven. Nadat het voorbij was, redde Dana Andrews mijn leven met een grote slok bourbon. De eerste schok die ik voelde toen ik mezelf zag, had een vreemd psychologisch effect op me. Het deed me voor het eerst beseffen dat ik niet langer een knappe, jonge puber was, wat ik me in de loop der jaren in het theater wel had voorgesteld.”

Vincent Price  beschouwde dit altijd als de beste film die hij ooit maakte. Volgens zijn dochter Victoria  vond Vincent Price dat Gene Tierney net zoveel te maken had met het succes van de film als de regie van Otto Preminger: “Volgens hem was het Gene Tierney’s ‘vreemde schoonheid’ en onderschatte acteervermogen dat Laura zo populair maakte,” zei ze. “Hij vond dat haar schoonheid zowel tijdloos als imperfect was.” Gene Tierney, die deze film oorspronkelijk niet wilde maken maar het toch deed onder contractuele verplichtingen, gaf zichzelf echter niet veel krediet voor het succes ervan: “Ik heb nooit het gevoel gehad dat mijn eigen optreden veel meer dan toereikend was. Ik ben blij dat het publiek mij nog steeds identificeert met Laura, in plaats van helemaal niet. Hun eerbetoon, geloof ik, is voor het personage – de dromerige Laura – in plaats van voor wat ik ook aan de rol heb meegegeven. Ik wil niet bescheiden klinken. Ik betwijfel of iemand van ons die bij de film betrokken was, dacht dat deze een kans had om een ​​soort mysterieklassieker te worden, of om langer te blijven bestaan ​​dan zijn generatie… Als het werkte, kwam dat omdat de ingrediënten goed bleken te zijn.”

Ondanks de Oscar-afwijzing van de score, bleek de muziek van David Raksin zo populair dat de studio al snel overspoeld werd met brieven met de vraag of er een opname beschikbaar was van het hoofdthema. Spoedig werden bladmuziek en opnames van de instrumentale muziek uitgebracht en die bleken een groot succes bij het publiek. Deze film is zelfs zo beroemd om het spookachtige “Laura’s Theme” dat Hedy Lamarr, toen haar werd gevraagd waarom ze de rol van Laura had afgewezen, zei: “Ze stuurden me het script, niet de score.” Fox vroeg de gevierde songwriter Johnny Mercer om een tekst te schrijven die bij het thema van “Laura” pasten, en hij stemde daar graag mee in. Het werd een enorme hit en werd meteen een standaard, opgenomen door de jaren heen door talloze artiesten, waaronder in 1945 door Woody Herman and His Orchestra (zang door Woody zelf) op Columbia, Dick Haymes op Decca, Johnny Johnston op Capitol en in 1947 door Frank Sinatra op Columbia. Otto Preminger heeft echter verklaard dat hij de tekst niet leuk vond. Otto Preminger wilde oorspronkelijk Duke Ellingtons “Sophisticated Lady”, Jerome Kerns “Smoke Gets in Your Eyes” of George Gershwins “Summertime” gebruiken, maar dat lukte niet.
De eerste versie van de film bevatte een sequentie waarin Vincent Price “You’ll never know” zingt en zichzelf begeleidt op de piano. De PR-afdeling van Twentieth Century-Fox verspreidde verhalen waarin werd verklaard dat Price (die zong bij de Yale Glee Club en een nummer had in The House of the Seven Gables) de volgende Perry Como zou worden. Het nummer werd echter geschrapt en Price’s zangcarrière is er nooit gekomen.

In “Twin Peaks” van David Lynch zitten nogal wat verwijzingen in naar “Laura”. Uiteraard de naam van het hoofdpersonage (Laura Palmer), maar ook het feit dat ze een dagboek bijhield, dat de sleutel bevat om de identiteit van de moordenaar te ontraadselen. Bovendien heet het personage van Clifton Webb in de film van Preminger Waldo Lydecker en men herinnert zich nog wel dat een vogel die Waldo heet een belangrijke rol speelt bij de ontknoping van “Twin Peaks”. Deze vogel werd overigens verzorgd door een dierenarts met de naam… Dr.Lydecker.

CARMEN JONES 

In “Carmen Jones” van Otto Preminger uit 1954 is Bizets overbekende opera naar moderne Amerikaanse normen en toestanden vertaald, met een bokser, Husky Miller genaamd, i.p.v. een stierenvechter en met een aanpassing van Bizets muziek aan het zwarte idioom dat soms opvallend dicht in de buurt komt, maar soms ook, b.v. bij een wals, als een tang op een varken slaat. Opera is musical geworden (met lyrics van Oscar Hammerstein), het resultaat is een soort Broadway‑show met een Afro‑Amerikaanse cast met Harry Belafonte als Joe en Dorothy Dandridge als Carmen Jones, straatscènes in Chicago, boksers, soldaten, bloedmooie meiden en natuurlijk veel passie. De filmversie kwam 11 jaar nadat de theaterversie op Broadway een matig succes had gekend. “Carmen Jones” was Premingers tweede Cinemascoopfilm en werkt dan ook een paar keer met breedbeeld en long takes. Bekende songs bleven “Dere’s A Cafe On the Corner”, “Beat out Dat Rhythm On A Drum”, “Dat’s Love” en “Dis Flower” (die “d” i.p.v. “th” dient om het “race effect” meer te beklemtonen).
Dorothy Dandridge kreeg hiervoor een oscarnominatie, maar later zou zij zich zodanig ergeren aan de typecasting, dat ze dus uiteindelijk zelfmoord pleegde met een overdosis drugs. Het was wel gek dat uitgerekend zangeres Whitney Houston haar rol zou vertolken in een biopic. Janet Jackson had reeds foto’s van zich laten publiceren als deze zwarte Carmen, maar het mocht niet baten, zelfs niet na de dood van Houston door verdrinking, mogelijk na een hartaanval te wijten aan een medisch probleem en… het gebruik van drugs.
Eén van de problemen van Dandridge was dat ze niet kon zingen en toch steeds in musicals werd gecast, waarbij haar stem dus werd gedubd (Marilyn Horne nam de zang van Dorothy Dandridge in “Carmen Jones” voor haar rekening). Zong Belafonte wél zijn eigen rol in “Carmen Jones”, dan kreeg ze in “Porgy and Bess” een tegenspeler die evenmin kon zingen als zij: Sidney Poitier.

BONJOUR TRISTESSE

“Bonjour tristesse” van Françoise Sagan is een typische roman in de Franse existentialistische traditie geschreven (zoals veel van haar boeken in het Nederlands vertaald door Hubert Lampo, een andere vertaler was Remco Campert). De titel is ontleend aan een gedicht van Paul Eluard.
De ik-persoon, een jong meisje, gaat met haar vader, weduwnaar, en zijn minnares, Elza, naar de zee. Het meisje wordt daar verliefd op een jongeman en beleeft voor de eerste keer de liefde. Een vroegere vriendin van haar vader, de Zweedse Anne Larsen, komt zich bij het stel voegen. Met haar vrouwelijke charmes neemt zij al gauw de overhand op de nog jeugdige en onbeholpen Elza. Daar zij ten zeerste bekommerd is om de studies van de schrijfster neemt deze het op voor Elza, want ze voelt dat het bohémien-bestaan van haar vader in het gedrang komt. Daarom raadt ze haar geliefde aan net te doen alsof hij Elza het hof maakt. Haar list slaagt, haar vader wordt jaloers en wil “zijn” minnares weer afhandig maken van die bengel. Anne betrapt hen beiden terwijl ze de liefde bedrijven en vlucht weg. ’s Avonds wordt hen gemeld dat zij een “auto-ongeluk” heeft gehad… Naar verluidt baseerde Paul Simon zijn “Sounds of Silence” op dit boek, of op zijn minst toch op de verfilming door Otto Preminger in 1957 met Jean Seberg in de rol van Cecile en David Niven als haar vader Raymond. Deborah Kerr is Anne en Mylène Demongeot Elza. De film was echter geen succes en dat moet ik helaas beamen. Hij was te zien op televisie in de tijd dat ik op kot zat (wellicht in 1969) en ik ben speciaal gaan kijken bij mijn kotbaas (diezelfde als die van Paul Jambers, maar die zat daar toen al niet meer) en ik weet nog hoe gegeneerd ik was dat ik die mensen daardoor “dwong” om naar dat gewrocht te kijken.

ADVISE AND CONSENT

“Advise and consent” van Otto Preminger uit 1962 wordt door Daniel Bubbeo  als volgt samengevat op de Internet Movie Database: “Robert Leffingwell (Henry Fonda) is de presidentskandidaat voor de functie van minister van Buitenlandse Zaken. Voordat hij wordt goedgekeurd, moet hij eerst een onderzoek van de Senaat doorstaan ​​om te bepalen of hij gekwalificeerd is. Aan het hoofd van de Senaatscommissie staat de idealistische senator Brig Anderson (Don Murray), die al snel merkt dat hij niet voorbereid is op de politieke schandalen die aan het licht komen, waaronder Leffingwells vroegere banden met een communistische organisatie. Wanneer Leffingwell getuigt over zijn politieke voorkeuren, bewijst hij zijn onschuld. Later komt Anderson er echter achter dat hij onder ede heeft gelogen en vraagt ​​hij de president (Franchot Tone) zelfs om Leffingwell terug te trekken, vooral nadat de jonge senator chantagepogingen begint te ontvangen over een lijk in zijn eigen kast.” 

De film is gebaseerd op de met de Pulitzerprijs bekroonde roman van Allen Drury, die in de jaren vijftig als correspondent voor The New York Times werkte toen hij het boek schreef. Bijna elk personage is gebaseerd op een echt persoon: Lafe Smith is gebaseerd op John F. Kennedy; Orrin Knox (Edward Andrews) is gebaseerd op Robert A.Taft , Fred Van Ackerman (George Grizzard) is gebaseerd op Joseph McCarthy en de president is gemodelleerd naar Franklin D. Roosevelt. En de nominatie van Leffingwell is gebaseerd op het onderzoek van de House Un-American Activities Committee naar Alger Hiss.

Zelfs de chantage van Brig Anderson, en hoe die wordt opgelost, is gebaseerd op een echt incident. De chantagepoging is gebaseerd op de zaak van de senator van Wyoming, Lester C. Hunt , die werd gechanteerd door leden van de Republikeinse Partij. Senator Styles Bridges vertelde Hunt dat als hij zich in november kandidaat zou stellen voor herverkiezing, de details van de arrestatie van zijn zoon (wegens voorstellen van prostitutie aan een mannelijke undercoveragent) in “elke brievenbus in Wyoming” terecht zouden komen. Hunt stemde er uiteindelijk mee in om af te treden, maar pleegde elf dagen later zelfmoord in het Capitool. (“Advise and Consent” was de eerste mainstreamfilm met een scène die zich afspeelde in een homobar.)

Toen Allen Drury de roman schreef waarop deze film is gebaseerd, was John F. Kennedy, op wie het personage Senator Lafe Smith dus was gebaseerd, een jonge senator met de ambitie om president te worden. Toen de film uitkwam, was Kennedy president en werd Lafe Smith gespeeld door Peter Lawford,  die op dat moment getrouwd was met Kennedy’s zus Patricia Kennedy
Burgess Meredith, als Herbert Gelman, getuigt tegen Leffingwell (diens zoon wordt gespeeld door child actor Eddie Hodges, die op dat moment een hit had, namelijk “I’m gonna knock on your door”) tijdens de bevestigingshoorzitting van laatstgenoemde. Hij beweerde dat ze beiden lid waren van een communistische cel. In werkelijkheid werd Meredith zelf door de House Un-American Activities Committee bestempeld als een ‘onvriendelijke getuige’, wat zijn carrière bijna ruïneerde.  
Will Geer, die de minderheidsleider van de Senaat speelt, werd ook op een zwarte lijst geplaatst omdat hij weigerde namen te noemen voor dezelfde commissie. Regisseur Otto Preminger bood de rol van een senator uit het Zuiden aan aan Martin Luther King Jr., in de overtuiging dat de casting een positieve impact zou kunnen hebben (ondanks het feit dat er destijds geen zwarte senatoren waren). King weigerde na serieuze overweging, omdat hij vreesde dat het spelen van de rol vijandigheid zou kunnen opwekken en de burgerrechtenbeweging zou kunnen schaden. (Een zwart parlementslid komt wel even in beeld in het begin van de film.)

Ronny De Schepper

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.