Vijf jaar geleden naar “True grit” gekeken, wat door de tegenstanders van John Wayne (waartoe ook ik behoor) meestal wordt beschouwd als zijn beste (sommigen beweren zelfs: “zijn enige goede”). En jawel, ik heb de hele tijd zonder enige ergernis kunnen kijken.
Wayne werd geboren in Winterset, Iowa, als Marion Robert Morrison. Morrisons voorouders waren voornamelijk van Engelse, Ierse en Schotse afkomst. Op jonge leeftijd verhuisde Morrison met zijn ouders naar Zuid-Californië waar zijn vader in Glendale als apotheker werkte. Ook kreeg hij hier de bijnaam Duke — naar zijn hond die hem altijd vergezelde als hij naar school liep. Morrison was op de middelbare school een goede footballspeler en, na afgewezen te zijn bij de militaire marine academie, kon hij met een sportbeurs als financiële ondersteuning rechten gaan studeren aan de University of Southern California (USC). Door een gebroken sleutelbeen eindigde zijn sportcarrière en werd ook zijn beurs beëindigd zodat Morrison de universiteit moest verlaten zonder diploma. Via een kennis met connecties in de filmindustrie kon Morrison beginnen als figurant, hij nam toen ook zijn artiestennaam “John Wayne” aan. Al snel werd hij, wegens zijn door zijn (afgebroken) sportcarrière getrainde en goed uitziende lichaam met een lengte van 1,93 meter, gecast voor rollen in voornamelijk actie en westernfilms. Geholpen door acteerlessen en zijn vriendschap met western acteur Tom Mix en regisseur John Ford kreeg hij al snel belangrijkere rollen.
In 1930 speelde hij de hoofdrol in The Big Trail. De film werd echter een fiasco, waarna Wayne negen jaar lang in 38 B-westerns speelde. In 1939 brak hij door met Stagecoach van regisseur John Ford. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Wayne, door zijn leeftijd geklasseerd als derde klas-reserve, een van de weinige Hollywood-acteurs die niet het leger inging. Bij gebrek aan concurrentie kreeg hij alle kansen om aan zijn carrière op het witte doek te werken. Voor critici werd hij zo tot iemand die van anderen offers eiste die hij zelf nooit bracht. Tijdens en na de oorlog speelde hij vele veldslagen na in films.
Wayne verscheen in veel mannelijke “macho”-rollen in voornamelijk westerns en oorlogsfilms. Hij werkte geregeld samen met John Ford. Met regisseur Howard Hawks maakte hij de beroemde trilogie: Rio Bravo, El Dorado en Rio Lobo. Rio Bravo wordt beschouwd als John Wayne en Howard Hawks‘ antwoord op High Noon (1952), omdat noch Wayne noch Hawks dachten dat een echte wetsdienaar hulp zou willen of nodig hebben bij het oplossen van een probleem, zoals Coopers personage in die film deed.
John Wayne had zich na The Searchers (1956) bewust afgewend van westerns, maar geen van zijn films sindsdien was bijzonder succesvol of goed ontvangen. Deze film betekende voor hem een terugkeer naar het genre.
John Wayne beschouwde deze film als een markering van zijn overgang naar de middelbare leeftijd. Op 51-jarige leeftijd begon Wayne aan te komen en hij vond zichzelf te oud om nog langer de romantische hoofdrol te spelen. Daarom was hij nerveus over de liefdesscènes tussen Chance en Feathers, aangezien hij 51 was en Angie Dickinson slechts 26. En het was terecht, want de vonk tussen beiden spat niet bepaald van het scherm! En toch… Quentin Tarantino heeft gezegd dat hij, voordat hij een relatie met een meisje aangaat, haar altijd deze film laat zien; als ze hem niet leuk vindt, komt er geen relatie (*).
Schurk Claude Akins herinnerde zich dat alle acteurs tijdens de opnames ineens begonnen te praten zoals John Wayne. Wayne was daar niet van onder de indruk.
Alhoewel hij veel films heeft gemaakt, won hij maar één Oscar voor beste mannelijke hoofdrol: voor zijn rol in True Grit (1969). Toen John Wayne zijn Academy Award voor zijn rol in ontvangst nam, zei hij: “Wauw. Als ik dat had geweten, had ik dat ooglapje 35 jaar eerder opgeplakt.” Marguerite Roberts was een schrijfster die vanwege haar linkse politieke opvattingen op een zwarte lijst stond.
John Wayne, die zelf extreemrechtse politieke opvattingen had, wist dit voordat hij het script las. Hij las het en vond het goed. Hij negeerde mensen die zeiden dat hij niet aan iets moest werken dat door een schrijver op een zwarte lijst was geschreven. Volgens
Scott Eymans biografie van Wayne stond Roberts zelf niet op een zwarte lijst, maar was ze getrouwd met de op de zwarte lijst staande John Sanford. Wayne schreef haar in 1969 een brief waarin hij haar scenario “magnifiek” noemde en hoopte dat ze nog eens zo’n scenario met hem in gedachten zou schrijven. Hoewel het scenario geschreven was door de linkse Marguerite Roberts, werd algemeen aangenomen dat de film John Waynes zeer rechtse opvattingen over recht en orde en de doodstraf weerspiegelde. Het originele boek is geschreven in de eerste persoon vanuit het perspectief van Mattie. Rooster en Leboeuf zijn in principe bijfiguren.
John Wayne had de rol van Mattie Ross aanvankelijk aan zijn dochter Aissa Wayne beloofd, maar regisseur Henry Hathaway weigerde haar te casten. Hoewel John Wayne en Henry Hathaway niet hoog opliepen met Kim Darby’s acteertalent, had zijzelf niets dan lof voor Wayne: “Het was geweldig om met hem samen te werken.” Olivia Hussey en Mia Farrow weigerden de rol van Mattie Ross en kregen daar later spijt van.
Elvis Presley werd overwogen voor de rol van La Boeuf, de Texas Ranger. Zijn manager, “Colonel” Tom Parker, stond er echter op dat Presley de hoofdrol zou krijgen. De rol ging uiteindelijk naar Glen Campbell (**). John Wayne vertolkte de rol later opnieuw in Rooster Cogburn (1975). (IMDb)
Of het nu in zijn contract stond of dat het puur toeval was, is niet echt duidelijk. Maar feit is dat Wayne tot dan toe in geen enkele film was gestorven. In 1972 gebeurde dat uiteindelijk toch in “The Cowboys” van Mark Rydell. De “dader” was Bruce Dern. Wayne zei tot hem: “People gonna hate you for this.” Waarop Dern repliceerde: “Maar in Berkeley zal ik de grote held zijn!”
Wayne speelde zijn laatste rol in 1976 in The Shootist. Tijdens de repetitie kreeg hij te horen dat hij maagkanker had. Hij verscheen voor het laatst in de openbaarheid bij de Oscar-uitreikingen in 1979, toen hij wist dat hij nog kort te leven had. Wayne was broodmager en breekbaar, en droeg een witte pruik, maar had mede op verzoek van zijn kinderen, laten zien dat hij tot het eind bleef vechten om langer te leven. Wayne overleed in het Ronald Reagan UCLA Medical Center op 72-jarige leeftijd aan maagkanker. Hij is begraven met een eenvoudige steen in het Pacific View Memorial Park in Corona del Mar in Californië.
Wayne was drie keer getrouwd en twee keer gescheiden. Wayne sprak vloeiend Spaans en zijn drie echtgenotes waren allen van geheel, of gedeeltelijk, Spaans-Amerikaanse afkomst:
- Josephine Alicia Saenz (gehuwd 1933 – gescheiden 1945), kinderen: Michael Wayne (1934-2003), Mary Antonia “Toni” Wayne LaCava (1936-2000), Patrick Wayne (1939), Melinda Wayne Munoz (1940)
- Esperanza Baur (gehuwd 1946 – gescheiden 1954); geen kinderen
- Pilar Pallete (gehuwd 1954 tot Wayne’s overlijden in 1979); kinderen: Aissa Wayne (1956), John Ethan Wayne (1962), Marisa Wayne (1966).
Verder had Wayne tussendoor nog affaires met actrices Marlene Dietrich en Merle Oberon en zijn secretaresse Pat Stacy maar geen kinderen bij hen.
Wayne was politiek gezien conservatief rechts en steunde bijvoorbeeld de Amerikaanse deelname aan de Vietnamoorlog. Hij was zijn leven lang een fervent supporter van de Republikeinse Partij.
Volgens vele mede-acteurs was hij aangenaam en tolerant van karakter. Hij hield van zijn vak en zei tegen een interviewster enkele jaren voor zijn dood, dat hij in zijn films gewoon ‘zichzelf speelde’. Deze twee woorden geven de kern weer van zijn meer dan 200 films die hij maakte. De rode lijn is steeds weer een goede vent met kleine gebreken, met af en toe een vrouw die voorbij komt en hem op het rechte pad houdt.
Zoals vele acteurs droeg Wayne in zijn films een pruik. Zijn eigen haar begon in de jaren veertig zo dun te worden dat hij ook buiten de filmstudio’s haarstukjes ging dragen. Voor een documentaire tijdens zijn bezoek aan Vietnam ging hij gekleed in een gevechtspak en droeg hij geen pruik – mede vanwege de vochtige tropische hitte – maar deed er verder ook niet moeilijk over. Een student vroeg hem eens bij een bezoek aan de Harvard-universiteit: “Is it true that your toupée is real mohair?”. Wayne antwoordde: “Well sir, that’s real hair. Not mine, but real hair.”
Wayne overleed aan maagkanker in 1979, maar had in 1964 al eens longkanker gekregen. Na een zware operatie, waarbij een long en enkele ribben werden verwijderd, werd hij genezen verklaard. Er wordt weleens gesuggereerd dat Wayne de longkanker heeft opgelopen door het inademen van radioactieve deeltjes tijdens de opnamen voor The Conqueror (1956). Deze film werd opgenomen in Utah vlak bij een van de testterreinen voor atoomwapens. Meerdere acteurs die aan de film meewerkten, waaronder Susan Hayward en Agnes Moorehead, en ook regisseur Dick Powell kregen later kanker. Wayne zelf ging echter ervan uit dat zijn maagkanker meer te wijten was aan zijn forse drankgebruik en de longkanker aan het roken van gemiddeld zes pakjes sigaretten per dag. (Wikipedia)
Ronny De Schepper
(*) In de Tarantino-film Get Shorty (1995) legt Chili Palmer aan drugsdealer Bo Catlett het verschil uit tussen Rio Bravo (1959) en El Dorado (1966): “Robert Mitchum speelde de dronkaard in El Dorado. Dean Martin speelde de dronkaard in Rio Bravo. In principe was het dezelfde rol. John Wayne deed hetzelfde in beide films. Hij speelde John Wayne.”
(**) Van deze revenge movie, waarin het nu eens niet een vader is die zijn kind(eren) wreekt, maar een veertienjarige dochter (prachtige prestatie van de inderdaad 14-jarige Hailee Steinfeld) die de moordenaar van haar vader (Josh Brolin) wil zien hangen of – als het niet anders kan – hemzelf neerschieten, kwam in 2010 een remake uit door de broertjes Coen. Ik denk dat ik wel mag verklappen dat het uiteindelijk dat laatste zal worden, want er wordt in deze film gemoord en geschoten alsof het een film van de broertjes Coen zou zijn, wat uiteraard ook zo is. Typisch is dat bij al dat geweld de meest ontroerende sterfscène die van het paard Little Blackie is…