De elites in Europa zijn in een dodenmars gestapt: het militaristische beleid van de EU en het gebruik van havens voor wapentransporten naar oorlogsgebieden. Vrijdag 6 februari jl. waren vooral in de vakbondsacties de Italiaanse havens aan de beurt. Onder het thema “havenarbeiders werken niet voor de oorlog” protesteerden duizenden mensen in meer dan twintig Europese havens, vooral langs de Middellandse Zee tegen de bloedige oorlogen in onze buurlanden Oekraïne en Palestina.
Het zwaartepunt van de protesten van de havenarbeiders ligt in Zuid-Europa vnl. rond de Middellandse Zee. In Griekenland zijn al maanden acties bezig van de Griekse vakbonden, de linkse partijen tegen de oorlogskoorts in Europa. In het noorden van Europa blijft het stil. Ook in de Vlaamse havens, alhoewel er hier ook ladingen vol munitie en materiaal naar Israël en Oost-Europa vertrekken.
De acties werden op 6 februari gecoördineerd door de vakbonden van Italië, Griekenland, Spanje, Marokko, Turkije. De vakbonden zien een groeiende herbewapening ten koste van sociaal beleid en de democratische rechten. Europese leiders stellen openlijk dat ze zich voorbereiden op een oorlog met Rusland.
De syndicale organisaties verzetten zich tegen het gebruik van de havens voor militair materiaal dat de oorlogskoorts belichaamt. De vakbonden organiseerden vroeger al en ook nu acties in de havens van Griekenland (Piraeus), Spanje (Bilbao), Italië (Genua, Livorno, Ravenna, Triëst).
Vrijdag lag de nadruk op Italië. In Livorno verhinderde een havenblokkade dat een schip van de Israëlische rederij ZIM kon aanmeren. Het moest voor de kust wachten. Twee andere ZIM-schepen konden de havens van Genua en Venetië niet binnenvaren en moesten uitwijken naar andere havens in Frankrijk en Slovenië.
Een schip van de Zwitserse rederij MSC, dat vanuit Israël kwam, werd de toegang tot de haven van Ravenna geweigerd. Ook dit schip keerde terug naar Slovenië.
Het autonoom havenarbeiderscollectief CALP (Collectivo Autonomo Lavoratori Portuali) heeft een nieuwe stap aangekondigd. CALP bereidt een observatiepost voor om de “transparantie, ethische duurzaamheid en veiligheid van de havenarbeiders” te bewaken. Genua zou haar haven officieel tot “vredeshaven” moeten uitroepen.
Het koppelen van de strijd tegen militarisme en de veiligheid en sociale belangen van de werknemers is allesbehalve willekeurig. Ten eerste brengt het transport van goederen zoals munitie praktische gevaren met zich mee voor de arbeiders die ze moeten laden. Ten tweede leidt het huidige versnelde militarisme tot een enorme geldverspilling aan wapens en het leger. Zo ontstaat een gebrek aan salarissen en pensioenen, de gezondheidszorg en sociale voorzieningen. CALP stelt dat “militarisme een politiek-economisch maneuver is van de Europese heersende klasse tegen de werknemers en de armen”.
Militarisme en afbraak van de sociale zekerheid en de lonen zijn de januskop die tegen de samenleving, het leefmilieu en de werkende bevolking is gericht.
In Italië protesteerden ook de havenarbeiders tegen het door de neofascistische premier Georgia Meloni gelanceerde veiligheidsdecreet. Dat beperkt de mogelijkheden tot protest (onder meer preventieve opsluiting van manifestanten), een logisch gevolg van het militarisme van de EU dat verzet tegen oorlog moet onderdrukken.
De sterke internationale deelname van de havenarbeiders in Zuid-Europa maakt duidelijk dat de “strijd tegen oorlog en de oorlogseconomie één van de centrale thema’s is voor de toekomst van Italië en Europa”, aldus CALP.
Hopelijk putten de Vlaamse havenvakbonden, en ruimer deze in het noorden van Europa, inspiratie om zich aan te sluiten bij wat er leeft bij de Zuid-Europese havenarbeiders tegen het misbruik van de havens voor oorlogen, militarisme en de daarmee gepaarde sociale afbraak en sociale ongelijkheid.
Miel Dullaert
Bron: Junge Welt, Jörg Kronauer, 9 februari 2026.