Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat de Poolse auteur Wladyslaw Reymont is overleden aan een hartfalen in Warschau op 58-jarige leeftijd. Als schrijver behoorde hij niet tot de top van de Poolse literatuur, zodat het dan ook voor velen een verrassing was, dat hij een jaar eerder de Nobelprijs had gekregen. In het juryrapport werd daarvoor vooral verwezen naar zijn belangrijkste werk, “Chlopi” (“Boeren”), dat evenwel al twintig jaar eerder was verschenen. Hij had al langere tijd gezondheidsproblemen gerelateerd aan zijn hart, wat hem er in 1924 zelfs van weerhield de Nobelprijs persoonlijk in Stockholm in ontvangst te nemen.

Officieel heette hij Stanislaw Wladislaw Rejment. Hij was in zijn jeugd erg ongelukkig, omdat zijn leven uit hard werken, veel armoede en strengheid bestond. Hij was een moeilijke jongen en werd als de mislukkeling van de familie beschouwd, omdat hij het nergens kon uithouden. Hij bezocht diverse scholen, had kleine baantjes, sloot zich aan bij een reizend toneelgezelschap en later bij een spiritist en kreeg ten slotte via zijn vader een baantje bij de spoorwegen, maar hij bleef verlangen naar een ander leven. Toen hij succes kreeg met het publiceren van enkele romans, kon hij het zich uiteindelijk permitteren om veel te reizen en bezocht historische steden in o.a. Italië en de Verenigde Staten, maar deze reizen hebben echter geen enkele invloed gehad op zijn literaire werken, omdat hij door zijn gebrekkige talenkennis bleef vreemd staan tegenover het leven in andere landen, zodat de lacunes in zijn culturele vorming niet minder werden. 

Reymont behoorde min of meer tot de groep van Jong Polen, die terugkeert naar de romantiek door te kiezen voor het onbewuste, het kosmische, zwaar depressieve toestanden, het instinct, het vage, afwijkingen en ontsporingen, onaangepaste figuren, het primitieve, de natuur. Reymont probeert als autodidact zijn tekorten op te vullen door veel te lezen, maar hij bezat niet het vermogen om te onderscheiden wat waarde had en wat niet, aldus prof.Backvis die zijn eerste vier romans ronduit als mislukkingen beschouwt (*). Dit komt doordat de romanfiguren onbeduidend en niet in staat zijn de constructie van de romans te dragen. Pas daarna gaat hij personages kiezen, die hem vertrouwd zijn en begint hij menselijke gemeenschappen te beschrijven, waardoor zijn romans Het land van belofteDe boeren en Rok 1794 (Het jaar 1794) meesterwerken zijn. 

Het land van belofte is de cynische benaming voor de fabrieksstad Łódź, een enorme stad zonder verleden en toekomst, een kunstmatige jungle van machines, waar de mens als een stuk vuil bij het afval wordt gegooid. Reymont laat hier zien, dat macht corrumpeert en leidt tot ontmenselijking. De laatste schakel van de keten is de revanche van de natuur, wanneer de fabrieken niet meer zijn dan sinistere ruïnes. In het fictieve dorpje Lipce, dat in werkelijkheid het plaatsje Tuszyn is waar hij is opgegroeid, vindt Reymont aansluiting bij de boerencultuur met zijn eeuwenlange solidariteit. De boeren is een cyclus van het leven en werken op het land vanaf de advent. In vier delen beschrijft hij in dit boerenepos het dorpsleven, de natuur, het land en de strijd van de boeren tegen de adel. De trilogie Rok 1794 gaat over de nadagen van de oude republiek, waarin de genotzucht en morele ontreddering van de aristocratie hoogtij viert en buitenlandse mogendheden avonturiers betalen, maar ook over het verzet van de adel en burgers tegen de Russische bezetters.

Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia en prof.Claude Backvis)

(*) Het allerslechtste in zijn ogen is “De vampier”, wat nochtans gebaseerd is op Reymonts eigen ervaringen in dienst van een spiritistische oplichter. Dat zou ik toch wel eens willen lezen…

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.