45 jaar geleden keerde Peter O’Toole (op dat moment nog altijd immens populair omwille van “Lawrence of Arabia”) terug naar het theater en dan nog wel met “Macbeth”, het meesterwerk van William Shakespeare. Iedereen verwachtte een immens succes, maar het draaide helemaal anders uit. Ray Setterfield van On this day vertelt het verhaal…
Acteur Peter O’Toole, die in 1962 internationale roem verwierf met zijn filmrol als Lawrence of Arabia, keerde vandaag voor het eerst in zeventien jaar terug op het toneel. Hij deed dat in de traditionele thuisbasis van Shakespeares oeuvre, de Old Vic in Londen. En hij koos het toneelstuk waarvan veel acteurs zweren dat het vervloekt is: Macbeth. Vervloekt of niet, het stuk, dat het verhaal vertelt van een edelman die de koning van Schotland vermoordt en zelf de troon grijpt, was een schot in de roos: het was uitverkocht en zorgde voor een broodnodige boost in de schatkist van de Old Vic.
Maar het stuk en O’Tooles optreden werden door critici feller bekritiseerd dan welke grote klassieke productie ter wereld dan ook en lokte bittere verwijten uit. De Times beschreef de productie als “gruwelijk”, terwijl de Daily Mail het “heroïsch belachelijk” vond. The Guardian sprak van “een brullende vertolking van Peter O’Toole die ongeveer zo subtiel is als een stormram.” The Observer merkte op dat “O’Tooles optreden suggereert dat hij er een soort persoonlijke wraak op neemt.” De Sunday Times rondde de zware kritiek af met de woorden: “Vertrouw die recensies niet. Het spektakel is veel erger dan tot nu toe is beweerd; een mijlpaal in de geschiedenis van het grove acteren.”
O’Toole was zich terdege bewust van de pech die traditioneel gepaard gaat met een werk dat veel acteurs alleen maar zouden aanduiden als “het Schotse stuk”. Hij stond er tijdens repetities en interviews op dat de titel van het stuk niet genoemd mocht worden. Leonard Downie schreef in de Washington Post: “Het bleek dat O’Tooles angsten terecht waren. Tijdens de eerste avond liepen hij en Lady Macbeth tegen een muur op het podium, werd een zwaard gebogen in een onhandig, onbedoeld komisch zwaardgevecht, en het publiek bulderde van het lachen om wat schokkende scènes hadden moeten zijn van Macbeth en Banquo’s geest die bloed druipte en spoot.”
In ruil voor een symbolisch salaris had O’Toole de volledige controle over de productie gekregen en al vroeg vertelde hij Timothy West, destijds artistiek directeur van de Old Vic, dat hij van plan was opblaasbare decors te gebruiken (die gemaakt bleken te zijn van zwarte vuilniszakken). West herinnerde zich later: “Het was tijd voor een demonstratie en het doek ging op om een schemerige verzameling zwarte plastic fallussen te onthullen die in de wind wapperden. Onze oren werden bestookt door het lawaai van een luchtcompressor, die leek op een gigantische stofzuiger die op volle toeren draaide. Het algemene effect was dat van een stormachtige dag tijdens een staking van de vuilnisophaaldienst.”
Dat idee werd verlaten, maar Wests twijfels en angsten bleven. Toen de productie van start ging, voegde hij zich bij het koor van critici en zei in een interview: “Ik ben bang dat ik het moet verwerpen.” Hij voegde eraan toe: “Peter heeft contractueel volledige artistieke controle, en hoewel ik probeerde met hem te praten over hoe hij het speelde, wilde hij niet luisteren. Ik had enorme bedenkingen, maar tegen de tijd dat ik het tijdens de repetities kon zien, was het te laat om te proberen hem tot rede te brengen.” O’Toole reageerde door te zeggen dat het stuk “Wests zaak niet” was. Regisseur Bryan Forbes ging aanzienlijk verder. In een brief aan The Times schreef hij dat hij Wests uitspraak beschouwde als “een verachtelijke daad van artistiek verraad en een stuk commerciële dwaasheid. Generaals die vanuit de veiligheid van hun hoofdkwartier spreken, zouden geen kritiek moeten uiten op degenen die aan het front moeten sterven.”
Blijkbaar bleef O’Toole onberoerd door de stortvloed aan kritiek. Gevraagd naar zijn commentaar op de recensies, zei hij: “Ik ben beledigd door experts. Dit zijn halve waarheden, ernstige afwijkingen en flauwekul. De recensies zullen morgen in de krant staan. Het publiek trekt zich er niets van aan.” Het lijkt erop dat hij daarin gelijk had. Macbeth was de populairste voorstelling in de stad geworden en zoals Leonard Downie meldde: “Rijen kaartkopers stonden tot ver in de straat en de reserveringstelefoons rinkelden constant in de Old Vic en in Bristol, Leeds, Coventry en Liverpool, waar het stuk op tournee gaat. (…) Sommigen zeiden dat ze wilden zien waar al die ophef over ging; anderen wilden O’Toole zien. Velen die het stuk nu hebben gezien, leken het eens te zijn met de recensent van de Daily Telegraph die, na de productie en O’Tooles optreden te hebben ontmanteld, eraan toevoegde: ‘Desalniettemin is het een stuk dat het publiek opzwepende sensaties en een overweldigend vuurwerkspektakel van een beroemde ster zal bezorgen’.”
Ray Setterfield