Volkszangeres ’t Gensche Netje, artiestennaam van Antoinette Van Elslande werd geboren in Gentbrugge op 10-09-1939.

Haar vader Achiel Van Elslande zong met zijn vader Jozef liedjes tijdens de voorstellingen van de stomme films in Cinema Casino in Ledeberg. Hij begeleidde ze daarbij op accordeon. Antoinette kreeg eerst de familienaam van haar moeder, Emilie Verbeke, omdat die pas twee jaar na haar geboorte huwde met haar vader. Zonder een noot muziek te kunnen lezen, leerde ze als tiener autodidactisch accordeon spelen op de gammele akkoordeejoen mee leepels van haar vader. Enkele jaren later kreeg ze een nieuwe en volgde ze accordeonles bij Albert Maertens privé en solfège aan de avondmu­ziek­school van Gentbrugge. Overdag was ze fabrieksmeisje.

Haar eerste publieke optredens deed ze in volkscafé/duivenmelkerslokaal “De Noordduif” aan het Arsenaal, de tramremise op de Brusselse steenweg, niet zelden begeleid door Juulke Crispijn, gekend als pianist van de Gentse opera. Antoinette speelde toneel bij het RAT (Reizend Amateur Theater), bij het Gents Volkstheater in Ledeberg en het Nieuw Gents Volksto­neel (Willy Verbeke), onder meer in stukken van Henri Van Daele. Ze speelde ook de hoofdrol in ’t Weeuwke van de Muide (*).

In het Van Crombrugghen Genootschap verzorgde ze geregeld recitals met Gentse café chantant-liedjes van Helène Maréchal, Karel Waerie, Rosa Geinger…), maar ook op de Poatersolfieste of de Galgenfeesten waar ze van 1952 optrad als ’t Gensche Netje. In 1997 speelde ze in “Gensche madammen” in ’t Koetshuis, een revue geschreven door en geregisseerd door Freek Neirynck met Will Ferdy en Roxanne Sirejacobs, met als openingssong “Ik ben ’t Gensche Netje…” (Neirynck/Neirynck) in een arrangement van Patrick Fakkel. Met dat nummer vertegenwoordigde ze ook het Gentse dialectlied op ’t Volksfestival 2001 in de Brabantse folkgemeente Gooik. ’t Gensche Netje heeft haar repertoire nooit opgenomen op commerciële geluidsdragers. Begin maart 2022 heeft ze vier dikke kaften vol oude Gentse liedjes aan de Erfgoedcel van de Stad geschonken. “Ik heb vele jaren die liedjes verzameld voor mijn plezier. Ik wil niet dat ze op de container belanden als ik dood ben”, zegde Netje tegen Bart Moerman van Het Nieuwsblad.

Freek Neirynck

(*) De Gentse smartlappen-operette ’t Weeuwke van de Muide werd in 1915 geschreven door Leopold (Pol) Speeckaert (niet te verwarren met de schilder die in datzelfde jaar stierf, RDS). Oorspronkelijk werden alle vrouwenrollen door mannen vertolkt. Poppenspeler Gustaaf Guustje De Puydt (van zowel ’t Spelleke van de Muide als van ’t Spelleke van de Folklore) was één van de bekendste vertolkers van de titelrol in de periode van het ‘Heerentoneel’. Het verhaal speelt zich af in 1910 in de volkse en armoedige Gentse havenwijk, de Muide. Coletse, een jonge en aantrekkelijke weduwe, houdt er een kruidenierswinkel op de hoek van een sieteetse (steegje of koerke). Sies, een jonge, niet onknappe schilder, moet van zijn baas Stevens de gevel van het winkeltje kalken. Het wordt wederzijdse liefde op het eerste gezicht, maar de vrekkige schildersbaas (“de luulekste muile van Gent”) waagt ook zijn kans. Zonder resultaat evenwel en daarom wil hij wraak nemen door Sies af te danken, daarbij geholpen door zijn al even krenterige huisbazin, Stanse de Flaake. Sies wordt er levensmoe door, ziet het allemaal niet meer zitten en wil er een eind aan maken, maar Coletse zorgt door haar liefde voor een happy end. ’t Weeuwke van de Muide werd veel gespeeld in patroonaazjes of katholieke kringen die allemaal over een min of meer geëquipeerde toneelzaal beschikten. Het stuk werd ook gespeeld als laatste productie in de Gentse Ancienne Belgique. Freek Neirynck herschreef het stuk voor Vogt een volkstheaterinitiatief van Jackie Zaki De Waele dat het opvoerde in Minardschouwburg. In de zomer van 2011 werd het opgevoerd door de toneelvereniging Nut en Vermaak uit Mariakerke in een bewerking van Jan Van Durme. (FN)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.