Op 7 mei 1824 werd in het Kärntnertortheater te Wenen voor het eerst de negende symfonie van Beethoven uitgevoerd. Het was Beethovens eerste publieke optreden in twaalf jaar tijd. De zaal zat tot de nok toe vol. Beethoven stond zelf naast de dirigent. Het orkest had echter de aanwijzingen gekregen alleen op de dirigent te letten. Er volgden vijf uitbundige staande ovaties, “waarbij zakdoeken en hoeden de lucht in gingen zoals nimmer vertoond”. Beethoven was zo slecht van gehoor, dat een van de solisten, de alt Caroline Unger, hem na afloop naar het publiek moest draaien zodat hij kon zien dat het publiek voor hem applaudisseerde. Zwaar geëmotioneerd nam hij de eerbetuigingen in ontvangst, wat tot nog geestdriftiger toejuichingen leidde. De politie moest er aan te pas komen om de zaal uiteindelijk te ontruimen.

De negende is een symfonie met koorfinale op Schillers ode An die Freude voor groot orkest, vier solisten (sopraanalttenor en bariton) en vier koorstemmen (sopraan, alt, tenor en bas). Het werk is opgedragen aan de koning van Pruisen Frederik Willem III en in het oeuvre van Beethoven is het opus 125. Het handschrift, het origineel, van de negende symfonie bevindt zich in de Staatsbibliothek zu Berlin. Men kan dit handschrift online bekijken op een website van deze bibliotheek. De muziek werd in 1972 op uitnodiging van de Raad van Europa door Herbert von Karajan van nieuwe arrangementen voorzien voor gebruik als het Europese volkslied. Het finale deel werd eerder al als volkslied gespeeld door het verenigde team van Oost- en West-Duitsland bij de Olympische Zomerspelen van 1956, 1960 en 1964. De keuze van Philips en Sony voor een cd-formaat van 12 centimeter werd mede bepaald door de wens dat de negende symfonie in zijn geheel op één cd kon worden opgenomen.

De negende symfonie was de laatste die Beethoven voltooide. De plannen voor de tiende waren halverwege toen hij drie jaar later in 1827 overleed. Hierna ontstond het 9e Symfonie-syndroom, maar we zouden dat magische beter van de “negende” afhalen. Sedertdien zou zogezegd een componist die een negende symfonie had durven schrijven dat met de dood moeten bekopen; als voorbeelden worden dan gegeven: Mahler, Bruckner, Schnittke, Vaughan Williams en Egon Wellesz (*) – want net als Schubert heeft Beethoven tal van “onvoltooide” symfonieën geschreven. Hijzelf was alleszins van plan nog een tiende af te werken. Gustav Nottebohm komt in 1887 zelfs tot vijftig in het totaal! Al is dit wel wat overdreven, toch kan men nog aan de aardige som van dertig geraken, meestal voorafgaand aan zijn eerste “officiële”, omdat Beethoven toen nog naar de gepaste vorm aan het zoeken was. Wat ervan overgeleverd is (b.v. van die tiende) is echter onvoldoende om ook maar enigszins tot een afgerond geheel te kunnen komen (**).
Integrale opnames van de symfonieën van Beethoven zijn er o.a. (in min of meer chronologische volgorde) van Mengelberg, Toscanini, Fürtwängler, Von Karajan (niet minder dan vier versies!), Abbado, Wand, Hogwood, Norrington en Harnoncourt.

Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)

(*) Joseph Gelinek, De tiende symfonie, Amsterdam, Mynx, 2008, p.88
(**) Het vormt alleszins een interessant uitgangspunt voor het boek van Gelinek. Helaas gaat het gebrek aan realiteitszin met het boek op de loop. Met als meest extreme voorbeeld de in muziekvorm getatoeëerde code op zijn hoofd. Dan nog liever de Britse film “Ooh… you are awful!” (Cliff Owen, 1972), waarin vier jongedames de combinatie van een Zwitserse bankkluis op hun bevallige achterwerken hebben laten tatoëren!

Helaas niet met de stichter van het orkest Jos Van Immerseel als dirigent. Zou hij zich te oud voelen om nog te dirigeren?

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.