“The Sting” is een Amerikaanse speelfilm, geregisseerd door George Roy Hill, met in de hoofdrollen Paul Newman en Robert Redford.
Het scenario van de film is geschreven door David S.Ward en gebaseerd op de waar gebeurde oplichterspraktijken van de gebroeders Fred & Charley Gondorf, zoals beschreven in het boek “The Big Con: The Story of the Confidence Man” van David Maurer (1940). De titel van de “The Sting” (de bijensteek) is afkomstig uit de wereld van de oplichters en slaat op het moment dat de oplichter het geld van zijn doelwit in handen heeft. Als de oplichtertruc goed is uitgevoerd heeft het doelwit geen idee dat hij is opgelicht, maar weet wel dat hij zijn geld kwijt is. Dit “steekt” uiteraard en doet zeer.
David Ward had The Sting geschreven met Robert Redford voor ogen, maar de acteur zag weinig in het scenario en weigerde de rol. Vervolgens benaderden de producenten Jack Nicholson maar ook hij was niet geïnteresseerd. Intussen had Redford zich bedacht en nam de rol aan. Hij geloofde overigens niet dat de film een grote hit zou worden en vond dat er weinig viel te acteren. Redford had zo weinig met de film dat het tot 2004 zou duren voordat hij “The Sting” voor het eerst zag.
Regisseur George Roy Hill kreeg het scenario voor de film per ongeluk in handen en was gelijk verkocht. Hij wilde “The Sting” regisseren. Hill liet ook Paul Newman het scenario lezen en de acteur vond het een goed verhaal maar zag weinig in de rol van Gondorf, het was oorspronkelijk ook een kleine rol en voor een veel oudere man dan Newman. De acteur was ook niet zo gesteld op rollen in komische films. Newman had echter succesvol samengewerkt met Hill en Robert Redford in “Butch Cassidy and the Sundance Kid” en zag het project als de langverwachte tweede samenwerking van het trio. Na zijn toezegging om mee te doen werd het personage van Gondorff aanzienlijk uitgebreid.
Een van de meest kenmerkende onderdelen van de film is de muziek. Componist Marvin Hamlisch liet zich inspireren door de zogenaamde ragtime uit het begin van de twintigste eeuw. Muziek die meer thuishoort bij het tijdperk van de echte Gondorfs dan bij de jaren dertig van de vorige eeuw waarin “The Sting” speelt. Veel van de muziek die Hamlisch gebruikt, komt van pianist/componist Scott Joplin, zijn nummer “The Entertainer”, werd in een arrangement van Hamlisch de herkenningsmelodie van de film en een grote hit in de jaren zeventig. De muziek van Joplin was in 1970 herontdekt door Joshua Rifkin die het album “Scott Joplin: Piano Rags” in dat jaar uitbracht. In 1973 bracht Gunther Schuller het album “Scott Joplin: The Red Back Book” uit. De door Schuller aaneen gevlochten orkestraties van Joplins werk, de zogenaamde “Standard High-Class Rags”, uitgebracht in 1912, werden door Hamlisch geleend voor de filmmuziek.
“The Sting” was bij het publiek zeer succesvol. De opbrengsten waren voor die tijd enorm: 160.000.000 dollar. De film won zeven Oscars. In 2005 werd de film vanwege historische, culturele en esthetische kwaliteiten voor conservering opgenomen in het National Film Registry van de Amerikaanse Library of Congress.
In 1983 kwam een weinig succesvol vervolg op “The Sting” uit onder de titel “The Sting II”. Er deed niemand van de ploeg van de eerste film mee. Er was nog een andere film in voorbereiding. Na het floppen van “The Sting II” werd afgezien van die plannen.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)