“De braderij” van Jan Christiaens (tweede van links op bovenstaande foto) liep tijdens de jaarwisseling 1993-1994 in de Antwerpse KNS.
De plot is ongeveer het volgende: in een typisch Antwerpse wijk is kruidenier Gerard (Chris Cauwenberghs) min of meer toevallig tot gemeenteraadslid van het Vlaams Blok verkozen. Als de Marokkaan Khamal (Dirk Lavrysen) zich rechtover hem komt vestigen samen met zijn kersverse bruid (Nezha Attaf) en zijn schoonbroer (Mohamed Barich) is het hek van de dam, omdat die ook zijn schaap Paula (!) meebrengt. Maar hier zit men al op de rand van het ridicule, ook al omdat dit stuk eigenlijk is ontstaan op dit basisidee (“een eenzame Marokkaan en zijn schaap”) dat werd aangebracht door regisseur Herman Fabri. De zaak verbetert ook niet door het drugprobleem erin te vermengen en zelfs een moord (Irina Kaya). Ik heb het zelf niet gezien, maar Linda Berghmans in “De Standaard” stipt aan dat “het verhaal dunnetjes is” en dat “de ziel ontbreekt” en vooral dat “het geheel wordt gelardeerd met stevig Antwerps geschut en enkele weinig frisse grappen. Christiaens heeft de situatie zo realistisch mogelijk willen voorstellen. Dat is hem gedeeltelijk gelukt, mede door het supernaturalistisch decor van John Bogaerts.” Geen wonder dat “De Braderij” “bij een groot deel van het Antwerps publiek in de smaak (zal) vallen”.
Cafétheater Multatuli ligt er een beetje verloren bij in het Antwerpse Sint-Andrieskwartier. Lang geleden was deze wijk berucht als de parochie van miserie. Ooit een echte havenbuurt en tot op de dag van vandaag een uitgesproken rode wijk in de oude Antwerpse binnenstad. In opdracht van theater Multatuli schreef Jan Christiaens « De Kick van Claire », een stuk over een veredelde bordeelhoudster.
Voor Jan Christiaens zijn de hoeren net als de kathedraal een stuk Antwerpen waar je niet naast kan kijken. Hij schrijft er dan ook duidelijk met plezier over. Met « De Kick van Claire » na « Hoerenleed » en « De Zevende Hemel » een derde stuk over hoeren en rosse buurten.
Multatuli is een amateurgezelschap met een professionele reputatie. Sinds een drietal jaren beschikken ze over een cafétheater waardoor theater kijken een aparte belevenis wordt. De voorste toeschouwers kunnen hun consumatie gewoon op de scène kwijt en menig acteur staat plots vlak naast je zijn personage kracht bij te zetten. Nooit meegemaakt is ook het onwaarschijnlijke gekakel van het publiek dat aanhoudt ook nadat het doek reeds is opgegaan.
«Kaïn» is dan weer een bijna-cabaretprogramma van Musical 2000, muziektheater dat in den lande ook al uitsluitend in cafétheaters of gewoon in café’s van enige omvang gebracht wordt. Een verhaal is er niet, de teksten werden uit binnen- en buitenlandse literatuur samengesprokkeld door Fred Dannenburg. En daarmee loopt het wel eens fout. Want niet iedere tekst van dit programma dat luim en ernst theatertechnisch schitterend combineert, blijkt even sterk of fijngevoelig. Goedkope effecten en typetjes. De zin of onzin van een Gaston Berghmans-imitatie laat ik aan de kijker ter beoordeling over.
Centrale figuur in dit spektakel is Gabriël Van Landeghem, en hij beheerst zijn stem, ook in de muzikale nummers, virtuoos. Dat dient ook en vooral gezegd van de man achter de live-muziek, Guy Verhelst. Hij slaagt erin de muziek te laten uitgroeien tot begeleiding, tot stem naast de acteur, tot dramatisch effect en tot medespeler. Fascinerend zoals deze man tekeer gaat. Zodat zelfs een gedicht als ‘Galgelied’ van Karel Vertommen, dat wij nog van de basisschool kunnen opdreunen, door beide heren tot een grandioze rock wordt omgetoverd. Zo zorgen ze nog wel vaker voor verrassingen. Gesteund door’aanbrenger’ Chris Smet die de perfecte komiek is. Verder is de voorstelling die het vooral heeft over (ver-)oordelen, soms ietwat moraliserend. Maar in zijn entertainment-aspect is dit knap theater.
Opvallend is hoe beide voorafgaande stukken eigenlijk behoren tot vormen van cafécultuur. En daarover, over het ontstaan van een café, handelt « Maria Viers Lokaal », het nieuwste stuk van Oud Stekelbees. Of eigenlijk ook weer niet. Eén van de drie opmerkingen die deze prachtige productie (laten we dat meteen duidelijk stellen) kunnen worden gemaakt, is precies dat de verklaring voor de (overigens taalkundig ongelukkige titel er met de haren wordt bijgesleurd: de mooie Maria Viers verkoopt drank en wanneer haar verre neef, de gebochelde Boctor, op de idee komt om de mensen die drank komen halen ook toe te laten die in huis (in het « lokaal ») te verbruiken staat dus het café. Verder speelt dit gegeven echter geen enkele rol in het stuk.
Waarover het dan wel gaat? Over liefde, over passie, over stoer doen, afgewezen worden, over niet bij elkaar kunnen komen, kortom over diepe gevoelens. Van die gevoelens waarmee een tiener voortdurend overhoop ligt, omdat ze hem of haar in conflict brengen met de omgeving waarin het er (zeker in het huidige tijdssegment) vooral op aankomt « cool » te blijven. Vandaar een tweede opmerking: wat is de doelgroep (de problematiek zal « oudere jongeren » spreken, maar de vorm waarin het wordt gegoten lijkt ons eerder geschikt tot maximum 14 jaar) en hoe zal die doelgroep het stuk verwerken? Dat is helaas iets, waarvoor een kindertheaterfestival geen oplossing biedt, aangezien er vooral voor volwassenen en dan nog bij voorkeur « confraters » wordt gespeeld (zie ons gesprek met organisatrice Christel De Weerdt in r.v. nr.45).
Zelf zaten we overigens naast een groep Engelse acteurs die enorm onder de indruk waren van het spektakel, vooral dan van de muziek (opnieuw van John Gilbert Colman, voor het eerst ook op de scène te zien). En inderdaad, die muziek is alweer geweldig. Schitterende close-harmony, prachtige sfeerschepping en als dusdanig een integraal onderdeel van het stuk. Er wordt aan allerlei muziekstijlen gerefereerd, gaande van Afrikaanse muziek tot kameropera, maar vooral werden wij getroffen door de overeenkomst met de sfeer die ook door de muziekscore geschapen wordt in de « cultfilm » « Bagdad Café ». « Maria Viers Lokaal » is trouwens gebaseerd op « The ballad of the sad café » van Carson McCullers en eenieder zal het erover eens zijn dat de film in zijn situering en zijn personages inderdaad daaraan doet denken.
« Maria Viers Lokaal» zelf neemt wat het stuk betreft wél voldoende afstand van zijn Amerikaanse bron. Het wordt zeer naar hiertoe gehaald, ook door het derde minder leuke aspect, namelijk het feit dat regisseur Hans van den Boom (van De Blauwe Zebra) zijn acteurs (zo te zien drie Vlamingen en twee Nederlanders) een soort van « Hollands zoals geradbraakt door Vlamingen » laat spreken. Dat was naar het schijnt een expliciete opdracht en dat nemen we de acteurs dan ook niet kwalijk, vooral niet omdat zij voor de rest een hartverwarmende prestatie neerzetten. Voornamelijk Geertrui Daem in de titelrol verraste ons als een soort « Carmen van het Noorden ». Zij zal het ons hopelijk niet ten kwade duiden als we stellen dat ze geen echte « knock out » is op het eerste gezicht, maar ze spéélt werkelijk of Brigitte Bardot in « Et Dieu créa la femme » nog dient te worden uitgevonden. Hetzelfde geldt trouwens voor Bart Van den Bossche als haar « onmogelijke » vrijer. Colman speelt op een aandoenlijke manier diens onfortuinlijke broer Lennie en de reeds genoemde neef Boctor wordt tragikomisch gestalte gegeven door Stef Bos. Peter Reyn houdt als verteller de spanning in het verhaal en kleedt theatraal ook de overgang naar de flashback uitstekend in. Meer krans behoeft deze goede wijn niet, zeker?
In Gent is « de Vooruit » op de eerste plaats misschien ook nog altijd het meest gekend als café (dan ook wel eens « de wachtzaal op een trein die nooit komt » genoemd), maar Erik Temmerman zou er zeker niet mee gediend zijn mochten we zijn Kunstencentrum ook onder « cafécultuur » onderbrengen.
Dat doen we dan ook niet, ondanks de misleidende overkoepelende titel. Het Kunstencentrum Vooruit tracht sedert enkele jaren immers integendeel de kop te nemen van de avant-garde podiumkunsten, je weet wel, het raakvlak tussen « gewoon » theater, danstheater en bewegingstheater. Vorig jaar haalde programmator Daan Bauwens daarvoor de Polen naar Gent, maar omdat het beoogde succes wat uitbleef, gaat men dit jaar met « Vooruit-Zicht » niet meer de « lokale » (zij het dan ver van ons bed gesitueerd) maar eerder de thematische toer op. Wat dat betreft mocht het unieke optreden van de Amerikaanse Sha Sha Higby vorige maand misschien als een vooruitgeschoven attractie gelden. Immers, is de werktitel « Talent, voor het van de bomen valt » niet op haar toepasselijk? Zij die in de Verenigde Staten slechts in privé-kring optreedt en in Amsterdam voor zowaar slechts vijf toeschouwers, kreeg de voorste rijen van de grote zaal van « Vooruit » volledig bezet (verder kon toch niet, wijzelf zaten eigenlijk reeds een beetje te ver voor de intimistische sfeer die ze creëert), wat dus niet alleen voor haar, maar ook voor Vooruit en het hele Gentse publiek een pluim mag betekenen.
Als Higby zoveel volk trekt dan zal het voor de Canadese Marie Chouinard wel storm lopen (22/11). Hier kan je je zelfs afvragen of dit talent nog altijd niet van de bomen is gevallen. Dan houdt de Amerikaanse Kathy Rose (29/11) meer vraagtekens in. Volgens de persmap is haar optreden « een combinatie van animatiefilm en dans », waardoor ze « een holografisch effect » bereikt. De voorstelling « baadt in een vreemd erotische sfeer door de vermenging van het geraffineerd mysterieuze van Rose met filmische experimenten als vertraagde film, herhalingen, close-ups, split-screens enz. De voorstelling is een bijna grafisch ritueel waarbij de danseres langzaam in het celluloid lijkt te verdwijnen. »
Referentie
Piet Loose, Johan de Belie & Ronny De Schepper, Cafécultuur, De Rode Vaan nr.47 van 1988
