Vandaag is het zeventig jaar geleden dat de Welshe dichter Dylan Thomas meer dood dan levend aankwam in Chelsea Hotel.
En inderdaad, op 5 november 1953 gaat hij op stap in New York, waar hij toen verbleef, en keert laveloos terug naar zijn kamer in het fameuze Chelsea Hotel, waarover Leonard Cohen zingt als hij het over zijn liefdesnacht met Janis Joplin heeft. Algemeen wordt aangenomen dat de combinatie van drank (“I’ve had 18 straight whiskies. I think that’s the record”, had hij die avond nog gezegd) en zijn suikerziekte hem fataal werd. Dylan Thomas raakt in coma en sterft op 9 november.
Hij was in New York voor de première van “Under the milkwood”, zoals men weet in het Nederlands vertaald door Hugo Claus, die ook zijn autobiografie “Portrait of the Artist as a Young Dog” vertaalde. Minder geweten is misschien dat Claus vooral het gedicht over de dood van zijn (die van Dylan Thomas dus) vader koesterde: “Do not go gentle into that good night” en dat hij het ook in praktijk bracht door voor euthanasie te kiezen.
En tenslotte hebben we natuurlijk ook Bob Dylan aan de man te danken. Misschien niet zozeer de dichter Bob Dylan (alhoewel), maar dan toch zeker het feit dat Bob Zimmerman het nuttig oordeelde om zijn naam te veranderen in Bob Dylan…
Ronny De Schepper