Het leukste aan komplotteorieën is dat ze volstrekt ongeloofwaardig zijn. Zo ongeloofwaardig dat ze voldoende onrust nalaten, om toch nog een kiem van onzekerheid te zaaien, die zich nestelt in je eigen gebrek aan begripsvermogen als het monster in Alien. Als het nou es écht zo was ? Ik had dat al toen ik de meest vergezochte parawetenschap las over het verzwolgen kontinent van Mu (Captain James Churchward), de speurtocht naar Atlantis (Clive Cussler, Andrew Collins), de buitenaardse konnekties met de ster Sirius van de oude Egyptenaren (Robert Bauval) of de Graal als eeuwigheidsmachine (Johannes en Peter Fiebag). Als het om politieke samenzweringen gaat verhoogt voor mij het waarschijnlijkheidsgehalte in een meetkundige reeks.
Ik was dan ook bijzonder blij dat mijn vriend Mark Van Oppen – de striptekenaar Marvano – met afgrijzen had gekeken naar Canvas, dat zich de naam van het betere tv-net aanmeet zoals De Morgen denkt onafhankelijk te zijn. Zijn woede werd opgewekt door de verdachtmakingen en verzinsels over de aanslagen van 11 september 2001. Marvano is geen sf-heidene, hij heeft The Forever War van Joe Haldeman in drie kloeke, hardkartonnen stripverhalen omgezet. Hij weet wat af van motoren en vliegtuigen en ruimteschepen, en was dan ook hoogst verbauwereerd over het gebrek aan elementaire kennis van die tuigen in de pseudo-onthullende dokumentaire Loose Change 2 van Dylan Avery, een knaapje van 22 dat denkt een genie te zijn. Niks erger in de wereld dan zogenaamd investigative journalism. De Von Dänikens verzinken erbij in het niet. Niet dus, Marvano stelt nuchtere, affrontelijk simpele vragen van gezond verstand: Hoeveel weegt een vliegtuig ? Hoe groot is de inslag van zo’n vliegtuig ? Hoe waren de Twin Towers gebouwd ? Afijn, de antwoorden daarop vernietigen zowat het hele doemdenken over kruisraketten, zelfontbranding, ingeplante bommen en zo meer. De CIA vrijgepleit – en juist daarom verdachter dan ooit.
Ik deel mijn vreugde (en obsessie) met Jo Van Damme. Niks fijners dan een heerlijke komplotteorie, een stuk boeiender dan sudoku’s of teologische disputen. Uitgangspunt van Avery – en Van Damme – is dat “de Amerikaanse regering zichzelf een nieuw Pearl Harbour kado heeft gedaan om vervolgens de Patriot Act door het parlement te jagen”, u weet wel, dat wetje dat zelfs scheten en fronsen bestempelt tot staatsgevaarlijk gedrag, en de Konventie van Genève waardeloos verklaart. Want al is Amerika dan wel “in oorlog met de terreur”, die oorlog laat geen oorlogsrecht toe (zoals: folteren en waterboarding mogen natuurlijk, en gevangenen in bv. Guantanamo Bay mogen zich niet laten verdedigen). Je moet al een Bush zijn om zoiets onzindelijks te bedenken. En een Amerikaan om daar gladjes mee in te stemmen.
Dat hele komplot van zelf opgezette aanslagen om de politieke macht en de autokratie van een ambitieus (vice)president (of hij nu Cheney heet in het echt of Dandridge bij Russell Andrews) te bestendigen ten koste van de demokratische vrijheden, zet De Midasmoorden nauwgezet uiteen. Nieuw is het thema, zoals aangetoond, allesbehalve. Verontrustend evenmin. Literair, daar heb ik mijn twijfels over. Maar suggestief en tekenend voor een samenleving waarin niemand niemand meer vertrouwt, dat zeker.
De Midasmoorden hebben geen enkel verband met het gelijknamige boek van Pieter Aspe, die ten minste nog de moeite deed de mytologische draagwijdte van de figuur in zijn roman te verwerken. Midas (zoals het boek oorspronkelijk heette bij zijn verschijnen in 2005) rammelt. Zo geloofwaardig de speurder Justin Westwood in de steigers wordt gezet, zo flets reageren de partners, en zo doorzichtig en melig zijn de verdachten in dit verhaal. Midas begint krachtig, met een zelfmoordaanslag in een restaurant. Als later ook een piloot gelikwideerd wordt, en nieuwe aanslagen verwanten van de man ombrengen, als ook blijkt dat zowel het FBI als het ministerie van Justitie en de herverkiezing van het presidentiële duo belang hebben bij een klimaat van terreur en aanslagen, is het hek van de dam. Westwood wordt, uiteraard vanwege zijn eigenzinnig karakter, meegesleept in een maalstroom van bedreigingen, afpersing, geweld en valse liefde, het scenario van een doordeweeks TV-feuilleton. Niet dat Andrews zich opvallend vergaloppeert, hij houdt een strakke lijn aan, die helaas voor insiders van het genre vrij snel herkenbaar is (en die uiteindleijk ook kompleet bevestigd wordt). Maar Andrews zakt helemaal door de mand als hij puur menselijke situaties moet en wil beschrijven: van een hete seksnacht tot de volwassen gedragingen van kinderen. Het dampt en stoomt van de klisjees en de ongebreidelde matrijsbeschrijvingen. Midas zakt dan af tot onder het B-verhaal (“Ze had grote borsten, die uit haar beha leken te barsten”, blz. 278; sinds de sf-tekenaars uit de jaren vijftig nooit meer zo’n blaasbalg gezien), en is dus allicht niet toevallig bij Luitingh uitgegeven, dat geen ene moer maalt om meerwaarde. Voorspelbare ontspanning. Het is geen verwijt, maar het doet balen om alle gemiste kansen die een dergelijk thema had kunnen opleveren. Het enig eerlijke op de flap is dan ook dat er niet het modieuze ‘literaire thriller’ opstaat. Dat is het niet, en kan het nergens zijn. Erger is dat Midas vooral trendbevestigend werkt: roddel en achterklap zijn de maatstaf der dingen geworden, enige kritische analyse moet onderdoen voor het makkelijke populistische beeld van ‘politiek is altijd rot’, en ook: ‘er zijn nog altijd behoeders van onze vrijheden’. Dag Jan. Iets meer cynisme of iets minder imitatiekritiek had De Midasmoorden kunnen vrijwaren voor kleinburgerlijk welbehagen. Dat is niet gebeurd. Leg het boek dus weg. En lees deftige komplotteorieën.
Lukas De Vos, 29-08-2006
Referentie
Russell Andrews, De Midasmoorden. Amsterdam, Luitingh 2006, 398 blz.