Stroomden in het voorjaar tienduizenden naar Brussel om kennis te maken met de beroemde ruiterbeelden uit het oude China, dan stond het tentoonstellingswezen gedurende het hele najaar in het teken van Europalia, waar ditmaal Griekenland aan de eer was. De tentoonstellingen gewijd aan de Griekse Oudheid en Byzantium mochten zich in een bijkans schrikbarend succes verheugen, terwijl op de Griekse modernisten eerder terughoudend zo niet afwijzend werd gereageerd. Dit komt niet zozeer omdat het grote publiek nu eenmaal nog altijd onbegrijpend staat tegenover zelfs niet meer zo héél moderne kunst, maar wel omdat het Griekse modernisme nu eenmaal een inhaalbeweging is geweest, wat zich mede door een voor kritiek vatbare selectie ook in deze tentoonstellingen nog liet voelen. Intussen kan men alleen maar constateren dat alle Hellenofilie ten spijt het Grieks op onze middelbare scholen en de klassieke vorming in het algemeen op sterven na dood zijn. De barbaroi schijnen het dan toch te zullen halen. Wie er ook veelal doods bijliggen zijn onze musea, die nochtans schatten herbergen die in niets voor deze van onze Griekse bezoekers moeten onderdoen.

In het allereerste nummer van 1982 publiceerden we een top 100 aller tijden, samengesteld aan de hand van inzendingen van onze lezers en wie kwam als winnaar uit de bus ? Jawel, Mick Jagger (foto) en zijn Rolling Stones met het onvergetelijke « Satisfaction ». Op de Stones zouden we trouwens tot driemaal toe (nrs. 23, 24, 25) nog eens terugkomen omwille van hun optreden in het Feyenoordstadion van Rotterdam. Een week later passeerden daar overigens ook Simon and Garfunkel (24). Beide bezoeken gingen gepaard met het uitbrengen van een live-elpee. Talking Heads die op Torhout­-Werchter (26) schitterden, deden overigens hetzelfde (« The name of this band is… », in nr. 24) en op de valreep brachten ook nog Rod Stewart en de J. Geils Band uitstekende live-elpees uit.
Ook op binnenlands vlak vlogen we er reeds in het allereerste nummer in : een verzamelelpee van Belgische pop was de aanleiding voor een aantal bespiegelingen bij dit verschijnsel. Wij vroegen ons o.m. af of The Kids, The Bet, The Machines of Toy wel in staat zouden zijn om de fakkel over te nemen van Raymond van het Groenewoud, die — na niet minder dan vierde te zijn geëindigd (met « Je veux d’l’amour ») in onze top 100 aller tijden — aan een filmcarrière was beginnen bouwen.
En inderdaad, The Kids en Toy verdwenen in de quasi-anonymiteit, The Bet bracht een aanvaardbare, maar toch ietwat ontgoochelende elpee uit (3), die weliswaar werd overtroffen door de Beatles-persiflage, « A world of Machines » (21, 29), maar geen van deze groepen drukte echt z’n stempel op het voorbije jaar.
Terecht wees een – zij het niet onpartijdige (*) – lezer er ons dan ook op (in de r.v. nr. 4) dat het wel eens De Kreuners zouden kunnen zijn die met de palm zouden gaan lopen. En inderdaad, alleszins zal zanger Walter Grootaers de geschiedenis ingaan als de eerste rockvedette waaraan een « standpunt » van de r.v. werd gewijd (nr. 17). De elpee « Er sterft een beer in de Taiga » (46) plaatste dan nog de kroon op het werk. De Meester zelf (RVHG, dus) dook zijdelings hier en daar nog eens op: ofwel in de Young Lovers-tournee van Jean Blaute (13, 41, 44), ofwel op de goede single van De Waterlanders (25) of de mini-elpee van Kamagurka (50).
Voor echte vernieuwing zorgden echter Allez Allez (13), Luna Twist (7, 50) en T.C. Matic met hun elpee « Apache », waaraan wij eerlang aandacht besteden.
Werd het filmjaar 1982 afgesloten met de vertoning van spektakelprenten als « E.T. » en « Tron » dan gelukte het deze toch niet om door te dringen tot de eindselectie van de Unie van de Filmkritiek. De filmjournalisten kozen inderdaad volgende vijf prenten om te kampen voor hun jaarlijkse Grote Prijs : « Chambre en ville » van Jacques Demy (Fr.), « Cutter’s way » van Yvan Passer (USA), « French lieutenant’s woman » van Karel Reisz (USA), « Der Stand der Dingen » van Wim Wenders (USA) en « Victor, Victoria » van Blake Edwards (USA). De Grote Prijs wordt dit jaar gesymboliseerd door een metalen beeldhouwwerk, « Silver cameraman » geheten, van de kunstsmid G. Lipschitz.
Wat de Belgische producties aangaat, werden er in het afgelopen jaar vooral langs Franstalige zijde enkele opvallende prenten gedraaid waaronder « Le lit » van Marion Hänsel die daarvoor de Cavens-prijs kreeg. Haar Nederlanstalige collega’s deden het minder goed, ook al beweerde Guy Lee Thys dat hij met « De potloodmoorden » een werk van internationaal formaat draaide. « Maria Danneels » van rebel Robbe De Hert, verwezenlijkt in het kader van de tv-reeks « Made in Vlaanderen », beviel ons heel wat beter. Maar kom, het kan niet altijd « een wonderjaar » zijn…
« Theater: eredienst van de verveling ? » zo vroeg onze toneelrecensent Johan de Belie zich af in de r.v. nr. 8 en inderdaad, verveling was vaak troef dit jaar en dan meestal nog een « rituele » verveling. We hebben het hier dus over de « nieuwe esthetiek », een term die willens nillens op de Brusselse Beursschouwburg werd gekleefd (r.v. nr. 36). De vaandeldager was en bleef Jan De Corte die het hele jaar door eigenlijk nog teerde op zijn « Hamletmachine », een productie uit 1981. « Torquato Tasso » ging immers pas heel recent in première. Bracht De Corte echter tot cultuur verheven verveling op het toneel, dan bleven zijn epigonen toch vaak steken in wat wij dan « het nieuwe maniërisme » hebben gedoopt (r.v. nr. 48).
In het zog van deze « vernieuwing » zagen een aantal jonge groepen het licht (b.v. « De sluipende armoede », nr. 18) en werden er ook interessante, nog meer experimentele producties op het getouw gezet (« Fase », nr. 20; « Interact », nr. 27 en 44; « AKT », nr. 46), toch viel het ons op dat het vooral solo producties waren die hoge topper scheerden : Freek De Jonge met “De Komiek”, Tom Lanoye met « Jamboree » (47) en zelfs Becketts “Eindspel” in Arca (43) kan met wat goede wil een soloprestatie van Julien Schoenaerts worden genoemd.
Bij de « gevestigde » schouwburgen liet vooral het NTG zich weer opmerken (o.a. met « Breek ze », nr. 11, en de monsterproductie « Belgische cirque belge », nr. 50), terwijl ook de KNS af en toe gevat uit de hoek kwam (« Moeder Courage », nr. 7, of « Maria vecht met de engelen », nr. 46). KVS-Brussel bleef echter weer zo ondermaats, dat wij nog steeds geen recensent hebben gevonden die erheen wil…
Ook in opera-land weinig nieuws. De euforie rond Gerard Mortier en zijn « nieuwe » Muntschouwburg is wat weggedeind, kritiek klinkt soms al wat luider door. Toch haalde men hier op korte tijd een Europees peil, zoals o.m. « Alceste » van Gluck (r.v. nr. 13) bewees.
Dat kan zeker niet worden gezegd van de Opera voor Vlaanderen ook al moesten we dit jaar alvast een fikse vooruitgang vaststellen, zoals met « Tristan en Isolde » (7) of « Parsifal » (17), beiden toevallig of niet van Ri­chard Wagner.
Toch rijzen er nog vele vragen, zoals « Heeft de Opera voor Vlaanderen wel zin ? » (r.v. nr. 28) of « Wordt opera het duurste tijdverdrijf ? » (nr. 35).
Over prijzen gesproken, daarover kan het Festival van Vlaanderen trouwens meepraten (r.v. nr. 10 en 35). Om publiek en sponsors aan te trekken ging men hier nogal de « populaire » toer op, wat niet iedereen bevredigde.
Voor de grootste verrassing zorgde echter het doorgaans zo verguisde Gentse Arena-theater door met een herneming van « Mistero Buffo » uit te pakken (nr. 34, 37 en 41). En jawel hoor, het was vakwerk, maar het laagje politiek engagement was er helemaal afgehaald. Misschien was dat óók wel symptomatisch voor 1982 ?
De man met de zeis verwijlde dit jaar maar al te dikwijls in het Vlaamse letterland. Niet alleen ontviel ons de prins van het Nederlandse proza Maurice Gilliams, ook Wies Moens, Paul Lebeau, Paul de Vree, Valeer Van Kerckhove en Willy Vaerewijck moesten het tijdelijke met het eeuwige verwisselen. Ook buitenlandse grootheden gingen de weg van alle vlees. Zo b.v. de Duitse toneelauteur Peter Weiss, zijn filmende landgenoot, Rainer Werner Fassbinder, zijn musicerende idem bandleader Kurt Edelhagen, de Italiaanse heldentenor Mario del Monaco, de vader van de Britse abstracte schilderkunst Ben Nicholson, de Amerikaanse regisseur Henry “King” Vidor en de jazzmusicus Sonny Stitt.
Op muzikaal gebied moeten wij dit jaar voorts afscheid nemen van Nini De Boël, de populairste operettezangeres die Vlaanderen ooit heeft gekend. Dat ook zowel Ferre Grignard als Arthur Rubinstein ons ontvielen, bewijst ten overvloede dat elk onderscheid des persoons Magere Hein vreemd is. Iets wat ook violist Leonid Kogan aan den lijve heeft ondervonden. Still going strong is Marc Chagall, die er dit jaar 95 werd.
Maar tot op het laatste ogenblik bleef de dood zijn slagschaduw vooruit werpen. Bij het afsluiten van ons jaaroverzicht bereikte ons de mare van het afsterven van Louis Aragon, een man die meer dan wie ook ervoor gezond heeft dat — althans in Frankrijk — de kloof tussen publiek en poëzie gedicht werd, ook al omdat heel wat van zijn teksten werden getoonzet door mensen als Georges Brassens, Leo Ferré of Jean Ferrat. Leven en kunst vloeiden bij Aragon ineen, iets waaraan zijn lidmaatschap van de PCF wel niet vreemd zal zijn geweest.
En o ja, het Vlaamse cultuurbeleid zorgde ook nog voor de Belgenmop van het jaar: de Brakke Grond in Amsterdam.

Jan Mestdagh, Ronny De Schepper en Lode De Pooter

(*) Dat was namelijk Herman Schueremans, in die tijd manager van de groep.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.