In april van dit jaar las ik mijn eerste boek van Alfred Döblin, die vandaag 65 jaar overleden is. Ik kende zijn naam natuurlijk van “Berlin Alexanderplatz” dat zelfs destijds bij Anton van Wilderode nog ter sprake is gekomen. Het boek(je) dat in mijn kast stond was “De twee vriendinnen en hun gifmoord”. Op de kaft lees ik: “In de jaren twintig kwam het in Berlijn tot een veelbesproken proces. Een jonge vrouw vergiftigt haar man, omdat hij haar relatie met een andere vrouw in de weg staat. Alfred Döblin, die als zenuwarts vertrouwd was met de analyse van geestesprocessen, bewerkte zijn notities van de rechtszaak tot een meeslepende vertelling over de verhouding van twee vrouwen.” Geestesprocessen wordt terecht door mijn spellingscorrector als foutief aangegeven, maar het is toch een intrigerende tekst die me aanspoort tot lezen…

Het werd echter een tegenvaller. De laatste zinnen van Döblin zijn: “Ik wilde juist deze complexiteit van dit geval aantonen, de indruk uitwissen dat men alles of een groot deel van zo’n omvangrijk brok leven zou kunnen begrijpen. Wij begrijpen het tot op zekere hoogte.” Met andere woorden: op het einde weet je nog evenveel als bij het begin. Dat is niet echt wat ik van een boek verlang…

Döblin was het vierde kind van Max en Sophie Döblin. Max Döblin was kleermaker in het Pruisische Stettin (tegenwoordig Szczecin net over de grens met Polen). Toen Döblin tien was, verliet zijn vader het gezin. Dankzij een studiebeurs kon Alfred, op 13-jarige leeftijd, verder studeren aan het Köllnischer Gymnasium. Döblin studeerde geneeskunde in Berlijn en haalde zijn doctoraat in de neurologie in de Freiburger Psychiatrische Klinik in Freiburg im Breisgau. Zijn studies werden betaald door zijn broer Ludwig en zijn oom Rudolph Freudenheim, een broer van zijn moeder.

Alfred was als psychiater werkzaam in Berlijn van 1905 tot 1933. In 1907 begon hij een verhouding met de toen 16-jarige hulpverpleegster Frieda Kunke. Samen krijgen zij in 1911 een zoon, Bodo Kunke. In 1912 aanvaardt Alfred het wettig vaderschap. Intussen is hij echter wel al gehuwd met Erna Reiss. Met Erna krijgt hij nog drie zonen: Peter, Wolfgang en Klaus.

Hij publiceerde verhalen in het tijdschrift Der Sturm, alsmede politieke verhandelingen onder het pseudoniem Linke Poot. De jonge Döblin was een expressionist, die zeer geïntrigeerd bleek door het fenomeen massacultuur, of hoe een individu in de menigte kan opgaan en zijn identiteit verliezen. Uit zijn ervaringen met psychiatrische patiënten experimenteerde hij in zijn verhalen, waarvan het opmerkelijkste ‘De moord op een boterbloem’, Die Ermordung einer Butterblume, is.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Döblin vrijwillig arts in de Elzas. Waar hij aanvankelijk, uit nationalisme, de oorlog een goede zaak vond, ervoer hij na verloop van tijd de techniek als een gevaarlijke bedreiging voor het mens-zijn. Zijn eerste drie romans handelen over de wisselwerking tussen mens en machine en de paradox dat een menselijke creatie uiteindelijk de mens gaat domineren.

Na de oorlog, toen Döblin weer in Berlijn werkte, raakte hij betrokken bij de nieuwe zakelijkheid; onder invloed van het dadaïsme ging hij collages maken, de vertelstijl, die voorheen ook reeds polyfoon was, werd een soort afstandelijk-ironische ‘verslaggeving’, met veel pseudowetenschappelijke redenaties en een essayistische opbouw.

Döblin was een kritische socialist en joods. In 1933, na de machtsovername door de NSDAP, vluchtte hij eerst naar Zürich en vervolgens naar Frankrijk, dat hij echter na de capitulatie moest verlaten. Uiteindelijk belandde hij in de Verenigde Staten, waar hij als balling een aantal antifascistische romans schreef. In 1940 bekeerde hij zich tot het katholicisme.

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog keerde hij terug als enthousiast medewerker aan de heropbouw van Duitsland en vestigde zich in Baden-Baden en vervolgens te Mainz. Hij raakte echter eens te meer ontgoocheld in de politieke ontwikkelingen van zijn land — hij was ook fel tegen het kapitalisme gekant — en verhuisde in 1953 naar Parijs. Na nog één roman te hebben gepubliceerd, stierf hij eenzaam in het Zwarte Woud.

Het belang van Döblin voor de 20e-eeuwse literatuur valt nauwelijks te overschatten: hij was de eerste Duitse schrijver die een grote epische verteltrant combineerde met een vervlochtenheid met het leven in de grote stad en die aan de hand van expressieve uitdrukkingsmiddelen de implicaties van de technologische vooruitgang voor het mensdom beschreef. Döblin oefende hiermee een grote invloed uit op Günter Grass; men kan hem verhaaltechnisch wel als de Duitse James Joyce beschouwen, ook op het gebied van de impact die hij op de literatuur heeft nagelaten. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.