In 1997 schreef Arthur Japin — als resultaat van tien jaar onderzoek — De zwarte met het witte hart. In zijn ‘Dagboek’ (mei 2006) noteerde Japin: “Een Franse recensent concludeert dat ik een ‘détecteur d’âmes’ ben. ‘Détecteur d’âmes’, dat wil ik in mijn paspoort of nog beter, op mijn grafsteen. Een ontdekker van zielen te zijn, zo voelt het precies, van de allereerste glimp die je opvangt van een historisch personage die iets ongelooflijks heeft meegemaakt en het naspeuren van de feiten en emoties van dat leven, tot de reconstructie daarvan door middel van het je in een ander inleven.” En dat is wat hij uitzonderlijk sterk, meevoelend, deed in zijn eerste roman ‘De zwarte met het witte hart’ (1997), die hem lanceerde in de Nederlandse maar ook in de wereldliteratuur gezien de talloze vertalingen.

Midden jaren tachtig vertelde een vriend hem het verhaal van twee Ghanese prinsjes van 10 jaar die ‘als onderpand’ of ‘om zich te bekwamen in de westerse kennis’ naar Nederland werden gehaald. Het ging om de troonopvolger Kwame en zijn boezemvriendje en neefje Kwasi. Na een bewogen tocht door het oerwoud, een verblijf in het vervallen slavenfort Elmina (slavenhandel was officieel verboden toen), de reis overzee, komen ze gedurende twee jaren terecht in een kosthuis in Delft. Inmiddels hebben we veel geleerd over de gebruiken, de religie, de zeden van het volk van de kinderen, de Ashanti en hun stad Kumasi. Niet toevallig: gedurende tien jaren deed Japin opzoekingswerk in Ghana, Weimar en uiteraard in alle archieven in Nederland. Zijn boek is dan ook uiterst gedocumenteerd. Maar uiteraard diende hij voor iets dat zich afspeelde in 1837 en later, ook fictie toe te voegen. Evenwel, de kracht van de roman berust onder meer op het feit dat hij door de inleving in zijn personen de fictie tot waarheid ombuigt. Bizar wordt het wanneer bepaalde fictieve feiten door hem toegevoegd als dramatisch accent, achteraf (na publicatie) blijken waar gebeurd te zijn en pas dan als bij toeval aan het licht komen (zelfmoord van een soldaat; frenologisch onderzoek van de jongens).
Gedocumenteerd maar ook zeer verscheiden in opbouw en structuur… De roman is in wezen één grote vertelling van de bejaarde Kwasi die inmiddels als planter reeds vijftig jaren op Java woont en daarom gevierd zal worden. Hij schrijft zijn herinneringen. Maar verder zijn er verslagen van de reis, officiële documenten, brieven…
Onder de eerste confrontatie met racisme in het kosthuis, door enkele jongens, waartegen anderen en ook het opvoeder-echtpaar zich verzetten, lijdt vooral Kwami. Daar reeds tekent zich de tegenstelling af tussen de jongens, of hoe zij zich zullen blijven opstellen tegenover het probleem en het gedrag van de blanken. Kwasi leert zich in eerste instantie verdedigen, desnoods met geweld; Kwami ondergaat lijdzaam maar zijn geest blijft veel meer onverzettelijk. Zodat uiteindelijk, na jaren, Kwasi zich regaliseert, en Kwami zich profileert. Het andere grote verschil is de interesse, Kwami wordt vooral geboeid door talen, Kwasi door de wetenschappen zodat hij tenslotte mijnbouwkundig ingenieur wordt. Ook tegenover de taal is hun houding anders: Kwami wil de taal ‘weten, kennen’, Kwasi wil haar bedwingen in het eerste leerproces. “Het leven van de Ashanti speelt zich op straat af. Hun hut heeft geen ramen. Wanneer hun ziel hen benart, stormen ze naar buiten. Daar schamen ze zich niet hun emoties te uiten in de bescherming van het woud. Dit geeft Europeanen het idee dat Ashantijnen dicht bij hun natuur staan en dat zij handelen uit eenvoudige drijfveren. Ashantijnen houden hun gedachten echter in het duister. Liever storten zij zich in een diepte, dan dat ze hem peilen. De blik naar binnen wordt eveneens belemmerd als de blik naar buiten.” En met deze achtergrond werden de jonge prinsjes dus weggerukt uit hun cultuur…
Het Koninklijk Hof interesseert zich voor de twee jongens en vreemd genoeg worden zij steeds vaker – niet alleen op plechtigheden – in het paleis uitgenodigd. Mede dankzij de vriendschap die ze sluiten met prinses Sophie (op wie Kwasi later verliefd wordt). Uiteraard verloopt ook dit niet steeds vlekkeloos; er is een incident als ze op het Sinterklaasfeest geconfronteerd worden met Zwarte Piet. Later zal Kwasi zich zelfs deze rol laten toemeten wat tot de eerste ruzie tussen de jongens aanleiding is… Als prinses Sophie huwt en groothertogin van Weimar wordt, verblijft Kwasi vaak in Weimar als gast. Waar hij o.m. kennis maakt met Hans C.Andersen, en met de rijke cultuur van de stad.
Bij Kwasi blijft onderhuids steeds heimwee spelen. Hoe kan het ook anders: “Als je nooit de horizon gezien hebt, weet je niet dat er een grens is aan je blik. In de dichte wouden rond Kumasi kijk je niet verder dan een paar meter vooruit. Als je zoiets aan een Hollander vertelt, benauwt hem dat. Die wil de situatie overzien en kijken waar hij heengaat. Als hij geen vrij uitzicht heeft, benauwt hem dat. Maar het tegendeel is waar. In plaats dat het ontmoedigt achter elke struik een nog dichtere te vinden, wekt dat juist de lust om verder te kijken. Je hakt je zo snel mogelijk een pad vrij om te kunnen zien wat verderop ligt. Het mes scherpt de blik, want hoe beperkter je zicht, hoe groter de wil om te zien.” Kwasi voelt zich nog steeds vernederd. Zelfs een onschuldig Indianenspel met Sophie, als kinderen nog, ergert hem, ze zijn ‘de minderen’, hoe goedbedoeld en welwillend het meisje ook is. En hij is verbijsterd wanneer Kwasi reeds na twee jaren Holland als ‘zijn land’ noemt. Hoewel de opvattingen hen van elkaar lijken te verwijderen, blijven de neven aan elkaar gehecht als voorheen. In wezen kan niets hen scheiden. Maar ook Kwami moet kiezen voor een bestemming en bizar opteert hij voor een militaire loopbaan. Bizar? Via de marine zal hij mogelijk naar Afrika kunnen terugkeren. Wat ook gebeurt. Hij zal gelegerd worden in fort Elmina waar ooit hun reis begon. En van daaruit stuurt hij een brief aan zijn vader (in het Nederlands, hij kent de taal niet meer) om te vragen of hij – als troonopvolger – welkom is. Het antwoord is nee; zolang hij de taal niet spreekt niet. Maar niemand kan hem daar de taal leren. Een wanhopige situatie die hem drie jaren vasthoudt, naar Holland wil hij niet terug. Afgesloten van Kwasi (brieven bereiken elkaar niet of nauwelijks) voltrekt zich tenslotte zijn einde: zelfmoord. Terwijl Kwasi na tal van politiek gesjoemel in Sumatra eerst uitgerangeerd een administratieve functie bekleedt (waar hij E.D.Dekker ontmoet), naar Holland terugkeert, om uiteindelijk met een kluitje in het riet gestuurd te worden: een armzalige lap grond op Java voor een koffieplantage die hij dan toch weet uit te bouwen. En waar hij dan, na vijftig jaren, tegen zijn zin gelauwerd wordt. Om net op die dag de onthulling te krijgen via een hem in de handen gespeeld document, hoe men officieel steeds over de prinselijke neven oordeelde: “…het principe van noblesse de peau, de verhevenheid van de blanke huid boven een andere, en van de morele en intellectuele superioriteit…” “Uw nieuws is vijftig jaar oud” zegt de bejaarde Kwasi, woorden die hem voor ons opnieuw dichtbij Kwami brengen.
‘De zwarte met het witte hart’, zoals een klein meisje zei toen zij op de schoot van de nog jeugdige Kwasi zat, over zijn wang aaide, en dan naar haar handje keek om te zien of hij geen sporen naliet… een trouvaille. Zoals er nog zijn in dit magistrale boek. Dat evenwel sterk gedocumenteerd is, fantasie komt niet op de tweede maar op de derde plaats. Vooraan staat het inlevingsvermogen van Japin in zijn twee personages. Dat dit boek zo’n succes heeft, en velen tot tranen bewoog, hoeft niet te verwonderen. Het is met schroom dat je naar de in het boek afgedrukte daguerreotype van Kwasi kijkt.
“Verhalen die je kan dromen vervelen nooit” staat er in het boek. Dit werk neemt je mee, in een wervelwind. De zielen van de prinsjes achterna. Een aanklacht? Ja; maar ook schoonheid en ontroering.

Johan de Belie

P.S. Net zoals bij “Een schitterend gebrek” vergist chatgpt zich hier weer bij het weergeven van de auteur. Deze keer heb ik het echter wel gebruikt.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.