Net heb ik nog een vertwijfelde, wanhopige poging gedaan om mits een kleine bevochtiging van de potaarde de rozen die zich op de tafel in de eetkamer veeleer in een palliatieve afdeling wanen, te reanimeren. Vergeelde blaadjes die drie weken geleden frisgroen oogden, de rode schatjes zingen zoals Adamo het hen voorzong “Quand les roses se fanaient…”, ze laten zieltogend hun kopje en de rest van hun tere lijf neerslachtig hangen. Bloemen, planten, mijn dada niet.

Waarom ze dan toch in hemelsnaam in het centrum van de kamer figureren? Omdat de kleinkinderen ze verkochten, ten voordele van de jeugdbeweging. De centjes om op kamp te gaan, daar zichzelf van het nodige voedsel, spiritualiën en andere aangename dingen des levens te voorzien moeten ergens vandaan komen. Zo werd ik ondanks mijn aversie de peetvader van dit vervloekte busseltje onschuldige bloemen. Oh ja in de veranda bevinden zich al jarenlang eveneens enkele vreemde exemplaren, die ik passioneel verwaarloos. Het bewateren geschiedt sinds ik alleen ben en mijn echtgenote (die evenmin over groene vingers beschikte) hen en mij onvrijwillig aan ons lot overliet, door de kinderen. Voor mijn part waren ze al lang ter helle gevaren.

Bloemen! Waarom wil men hen verdorie in huis halen? Gun hen toch de plaats waar ze horen: de wijde natuur. Daar zijn ze gelukkig, daar kunnen ze gedijen. Wat haal je je in het hoofd om hen te besluipen met in de hand een mes, schaar, sikkel of cirkelzaag en hen als een middeleeuwse beul te lijf te gaan. Om hen weg te rukken uit hun natuurlijke habitat, hen de zuurstofrijke lucht, de zon en de regen te ontzeggen, hen van de hun vertrouwde elementen te beroven. Om hen te verbannen naar bedompte donkere kamers waar ze nog met chirurgische kneepjes een poosje hun laatste weken slijten. Waarom toch? Om met hun kleurenpracht onze tot depressie veroordelende interieurs wat op te fleuren, de term zegt genoeg! Wat een schandelijk misbruik. Daar bestaan toch andere middelen voor, snuffel eens in de lokale kringwinkel, er zijn allicht voldoende gedumpte volgekladderde kleurige canvasdoeken te vinden die uw living een pseudo artistiek aanzien zullen geven. En dat bloemstukje op de dis wanneer u gasten ter tafel noodt, is dat nodig? Begrijpelijk, dat wel; het kan een afleiding zijn, een rustpunt voor het oog – het is niet leuk voortdurend te moeten kijken naar al die kauwende, smakkende smoelwerken, naar die open monden met halfrotte tanden en brokken doorweekt voedsel. Maar mogen bloemen zich daarom slachtofferen! Of om uw bedenkelijke esthetische smaak te etaleren aan de toevallige voorbijganger, wat staan die potten met exotische bloemen zichzelf en uw identiteit te manifesteren aan het raam? Vroeger blikten zowat overal de vrouwentongen, in beschaafder termen de sansevieria genaamd, ons tegemoet. Een saaier plant is niet te vinden, in tegenstelling tot wat haar bijnaam belooft. Maar je krijgt haar moeilijk dood, zoals je ook haar bijnaam zelden in coma krijgt. (foto Mokkie via Wikipedia)

Op de feesttafel? Vervang hen door exemplaren in plastic, of in katoen; bestaat het gezelschap uit wat kunstzinniger types dan opteer je beter voor lelies uit zijde maar let op doe dit niet wanneer uw directeur aanschuift want dan oordeelt hij dadelijk dat je de eerstvolgende vijf jaren geen loonsverhoging hoeft. Misschien opteer je beter voor kaarsen of nog leuker voor een de aandacht trekkend voorwerp. Je kan je verbeelding de vrije gang laten gaan, en afstemmen op de intellectuele capaciteiten en/of de artistieke smaak van de gasten. Zijn het lachebekken, zorg voor hilarische prullaria, een monnik op een toiletpot is een klassieker. Zijn kiesheid en sentiment geboden ga dan voor een porseleinen herderstafereel, natuurlijk overal te vinden maar met iets uit de serie Hummel scoor je toch beter en leid je efficiënter de aandacht af van het mogelijk wat te doorbakken gebraad.

Het is niet steeds uw persoonlijke schuld dat die onschuldige bloemen onder uw dak belanden. Ze worden u vaak opgedrongen, u in de tegenstribbelende handen gestopt. Gelegenheden genoeg, verjaardag, jubileum, pensioen, feestdag, ziekte, schuldbewustzijn, goedmakertje. En hop daar staan ze dan. Een bussel woest aan de guillotine van de lokale bloemist geofferde snijbloemen waarvoor je ook nog in een uithoek van een kast (eerst honderd dingen opzij schuiven met risico van breuk) een geschikte vaas moet opdiepen, breed genoeg, niet te diep – en de instructies te horen krijgt, niet bij warmtebron, in het licht, driedaags water verversen (ook dat nog!). Bedanken is eveneens een sociale verplichting. Het kan natuurlijk erger. De milde schenker draaft aan met iets waarvan je langer, veel langer hoopt hij (en verzekert hij jou ten overvloede terwijl jij vertwijfeld beseft dat dit een loze verwachting is) zal genieten. Genieten??? Van zo’n pot met zand waarin zich iets bevindt dat ik net zo lief in de groentenafdeling van de Colruyt zou ontmoeten. De bijhorende handleiding lijkt wel een cursus van mijn derde jaar aan de univ. Met de belofte dat er dan, over twee maanden, mits ook de kleine regeltjes nauwkeurig gevolgd, een overweldigende kleurrijke bloemenpracht zal ontspruiten en uw leven definitief een nieuwe wending geven: gedaan met depressies, de toekomst zal u toelachen, de horizon zal oplichten in rood en geel en wie weet in welke tinten nog, verrassing! Vergeet het, jij weet dat – hoe krampachtig je ook de instructies trachtte op te volgen – deze milde gift ten dode opgeschreven is. Dat de gulle gever volgende keer jouw living binnentreedt zijn blik vruchteloos zal speuren. Waar oh waar dat dure, exotische, inmiddels tot bloeiende wasdom gekomen pronkstuk wel mag wezen? Zodat die vervloekte plant die het niet verdiende onder jouw dak een roemloos einde te kennen, je nu ook nog het schaamrood naar de kaken jaagt en jij je een eeuwig misprijzen op de hals haalt.

Dus een boodschap aan iedereen die zich genoodzaakt ziet niet met lege handen te verschijnen op de drempel van een feestje, gastmaal, verjaardag of wat dan ook. Stop de gastheer/vrouw, de gevierde geen flora in de handen. Er bestaan voldoende prullaria onder het hemels gewelf die als gift in aanmerking komen. Opteer voor iets eetbaars. Pralines, chocola, koekjes (een doos Delacre doet het altijd, vooral bij ouderen – oma’s gebruiken die als opslag voor souvenirs, foto’s, het wordt een gift met waarde voor het nageslacht), marsepein, een taart, knakworsten… Het heeft het voordeel dat het verorberd wordt, het verdwijnt, men hoeft zich er niet om te bekommeren, het eist geen plaats op. Indien u toch absoluut iets blijvends wenst te geven, indien u wil dat uw vrijgevendheid tastbaar aanwezig blijft in de woning en de geest van de jarige dan zijn er toch ook betere objecten dan die kwetsbare flora. Begeef u naar de Ikea, de Action, kies iets uit het gamma van Tupperware, of snuffel in het aanbod van ‘Frau Fakkelmann’, allemaal spullen die bijzonder nuttig zijn in de keuken en het huishouden en wereldwijd verkrijgbaar, surf naar bol.com of tweedehands.be; of mag het iets meer zijn: een Swarovski spreekt altijd tot de verbeelding. Desnoods, maar alleen in uiterste wanhoop, draaf je aan met parfum of deodorant. Dat lijkt steeds een beetje dubbelzinnig vrees ik.

Door het veld dwalen, langs weiden sluieren, de bermen afspeuren, in bossen kuieren, wat een kleurenpracht ontvouwt zich hier. Welk schouwspel wordt me hier geboden. Een overvloed van kleuren, tinten, vormen, variërend van heel klein tot zich in grootte aan mijn blikveld opdringend. Hoe ongeremd stralen ze hun levenslust, hun vrijheid uit. Een boodschap van schoonheid. Van zuiverheid. Het hoeven niet de overweldigende tapijten te zijn zoals de tulpenvelden, de uitgestrekte lavendelweide, de zee van zonnebloemen of het blauwe tapijt van hyacinten in het Hallerbos, de verbluffende exoten in Meise. Een boterbloem, een sleutelbloem, een madeliefje, een margriet, daar kan het oog zich toch al aan verlustigen. Schoonheid jawel. Graag zou ik hen daarom onberoerd laten waar ze horen. Tot ons genoegen en behagen. En als supermarkt voor de bijen. Maar gezien ze ook blijkbaar medicinale (en andere!) krachten blijken te bezitten, worden ze dan toch geplukt, weggerukt uit hun onbekommerd leven. Ten onze gerieve. De mens, heer en meester van de schepping, tiran van het ondermaanse, is genadeloos. Zelfs het kind zal graag de paardenbloem met wreed gebaar uit de grond rukken om haar, wanneer ze het stadium van de pluisjesbol bereikt heeft, deze genotvol en krachtig blazend in de lucht te verstrooien. Het kan nog bijna gekker: het lieflijke madeliefje valt ten prooi aan verliefden die willen weten of het onderwerp van hun begeerte hen wel ziet zitten; daartoe verwijderen ze wreder dan de middeleeuwse inquisitie een voor een de blaadjes daarbij overwegend ja hij houdt van mij/nee hij houdt niet van mij. Misschien is dit gebruik inmiddels wat in onbruik geraakt. Ze kunnen nu wellicht Tinder gebruiken, swipen, het lijkt er toch op, ja en nee?

Nu moet ik schuld bekennen. Het eerste kan mij misschien vergeven worden, een bruidsboeket daaraan kon ik immers niet ontsnappen. “Veldbloemen” had mijn toekomstige me op het hart gedrukt! Ja mooi maar ik zag mezelf nog niet door bos en hei huppelen een uur voor het fatale ja-woord om een tros vergeet-mij-nietjes tot een fatsoenlijke en artistiek bevredigende ruiker om te toveren. Dus gaf ik de opdracht aan een professional; het gedroogde resultaat pronkt nog steeds in de echtelijke slaapkamer. Daarna beging ik een echte misstap, een rits gebundelde snijbloemen ter gelegenheid van Valentijn. Met een scheef oog ontvangen. We waren dan wel kinderen van de flowerpower maar daar hoorden de bloemen binnenkamers niet bij, we volstonden met het kopiëren van hun kleurenpracht. 

Maar goed, vermits wij toch “een god zijn in ’t diepst van onze gedachten” zoals Willem Kloos zo fraai verwoordde, gezien we allen een Zeusje, een Boeddha, een Allah, een Wodan of een Osiris zijn, hebben we de beschikking over al het mooie en fraaie dat zich om ons heen aanbiedt. En kunnen we er naar believen over beschikken. De gevolgen kennen en negeren we moeiteloos. Wie ben ik dus. Indien het ulieden behaagt, uw ego streelt, uw dagelijkse behoeften bevredigt (esthetische dan wel sociale), u mogelijk bevrijdt van complexen, haal dan met gerust gemoed een bloem of plant in huis. Heb geen vreze, hun wraak zal u, uw kinderen of uw kindskinderen niet treffen. Dat floravolkje is vredelievend. En tot nu heb ik van hen zelfs nooit één kwaad woord vernomen.       

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.