Midden de jaren tachtig was er nogal wat te doen rond de plannen van gemeenschapsminister van onderwijs en vorming Theo Kelchtermans over de hervorming van het muziekonderwijs. Zo woonde ik 35 jaar geleden een colloquium bij in het Gentse conservatorium, waaraan werd deelgenomen door o.a. Freddy Devreese, Freddy Sunder en Elias Gistelinck. Over het colloquium als zodanig vind ik nochtans helaas geen verslag terug, maar in De Rode Vaan schreef ik wel een aantal artikels over de problematiek.

Gemeenschapsminister van onderwijs en vorming Kelchtermans heeft vorige week bekendgemaakt dat hij het muziekonderwijs, zoals dat in de 110 muziekacademies die Vlaanderen rijk is wordt gegeven wil hervormen.
« Rijk », jawel, want een dergelijk uitgebouwd gratis net is quasi uniek in de wereld. Negentigduizend mensen (voornamelijk jongeren) volgen op dit ogenblik de lessen die na de dagtaak of in het weekend worden gegeven. Dat is procentsgewijs het hoogste van heel West-Europa, maar het zouden er 9000 meer kunnen zijn, want door een personeelsstop enkele jaren geleden werd er een wachtlijst ingesteld. Daaraan wil Kelchtermans nu iets doen en daarom voorziet hij een aantal wijzigingen.
Zo zullen de huidige vier cycli van twee jaar worden omgevormd tot drie cycli van resp. vier en tweemaal drie jaar. Na het eerste jaar, dat niet meer « notenleer » maar « algemene muzikale vorming en koor » zou heten, moet de leerling kiezen voor een instrument of zang. Wegens het overaanbod zal men ook maar één keer mogen blijven zitten per cyclus. Minister Kelchtermans wil zo alleen « gemotiveerde leerlingen » overhouden. Hierbij ziet hij echter wel over het hoofd dat ook heel andere redenen (b.v. van sociale of familiale aard, om nog maar te zwijgen van eventuele gezondheidsproblemen) een rol kunnen spelen. Na de eerste cyclus bepalen de cijfers ook of men voortaan een opleiding als « beroeps » of als « amateur » mag gaan volgen. Alhoewel er natuurlijk wel iets te zeggen valt voor zo’n opsplitsing (de beroepsmuzikant kan zich naar hartelust bekwamen, terwijl de amateur een pak te zware stof bespaard blijft) is ook hier het blinde geloof in de magie van de punten haast aandoenlijk. Waar is de vrije keuze gebleven in deze neoliberale maatschappij ?
Vermelden we tenslotte ook nog dat de individuele begeleiding van gemiddeld twee leerlingen per uur naar drie zal worden gebracht. Afgezien van het feit dat de kwaliteit hieronder zal te lijden hebben (want het is natuurlijk wel een dure post), vreest men dat dit in kleinere muziekacademies (en ook in Brussel wegens de dalende nataliteit), zal aanleiding geven tot 200 à 400 ontslagen, ook omwille van een onvoldoende aantal leerlingen van bepaalde richtingen. Kelchtermans zelf voorziet noch afvloeiingen noch bijkomende kredieten voor zijn hervormingen. In zijn ogen is het dus een nuloperatie. Mocht evenwel het aantal gegadigden nog toenemen, wordt er nu al luidop gefluisterd de lessen niet langer gratis te geven…
De hervormingsplannen zijn op dit moment bij de inrichtende overheden voor advies, maar Kelchtermans heeft reeds te verstaan gegeven dat dit advies alleen maar positief mag zijn, want hij wil hoe dan ook zijn plannen reeds vanaf september doorvoeren en dan zelfs niet eens « progressief » (per jaar opklimmend), maar in één klap. Niet alleen plaatst Kelchtermans met deze bliksemactie directies, leerkrachten en vakbonden voor een voldongen feit, de korte voorbereidingsperiode die eraan voorafgaat zal noodgedwongen tot chaos leiden.
Muziekonderwijs: uitstel van executie
Zoals kon worden vermoed is de hervorming van het muziekonderwijs zoals minister Kelchtermans (CVP) die had voorgesteld door de regering goedgekeurd, zij het dat de invoering met een jaar werd uitgesteld. Het regeringsconclaaf is immers niet ingegaan op de werkelijke inhoudelijke knelpunten (zie rv nr.24) maar draaide integendeel uit op een walgelijk electoraal opbod, aangezien de PVV zich zogezegd aan de kant van de opposanten had geschaard. Dat was echter alleen maar schijn, want het enige wat de PVV uit de brand wilde slepen is precies dat de hervorming niet holderdebolder tijdens de vakantieperiode zou worden doorgevoerd. Hierover zou volgens ieder denkend mens trouwens geen discussie moeten kunnen bestaan. Een gevolg van deze « overwinning » is evenwel dat een aantal contestanten hebben afgehaakt, wat het voor degenen die het echt goed voorhebben met het muziekonderwijs uiteraard veel moeilijker maakt om hun bezwaren te laten doorwegen. Hun « hoop » moet nu gevestigd zijn op de zes scholen die voor 1987-88 toch reeds als experiment voor het nieuwe systeem moeten dienen. Indien zich daar grote feiten voordoen, zal het plan immers worden « bijgewerkt ». Het spreekt echter vanzelf dat Kelchtermans dit ook beseft en bijgevolg zullen de scholen wel zo geselecteerd worden, dat de kansen om te mislukken bijna nihil zijn.
Toch was het uitstel nog moeilijk te slikken voor de CVP en men ging in de tegenaanval. Ons kwaadaardige voorgevoel dat het muziekonderwijs niet langer gratis zou zijn werd helaas bewaarheid (500 fr voor leerlingen tussen 12 en 18 jaar, 2.500 fr voor de ouderen) en de CVP haastte zich om de « schuld » hiervoor in de schoenen van PVV-gemeenschapsminister van begroting Louis Waltniel te schuiven. Van al deze cameleonades houden wij onze handen af, maar over het ondergraven van het muziekonderwijs zelf, daar komen we in de eerstkomende weken nog eens op terug door middel van een gesprek met een vakbondsmilitant/muziekleraar.

82 wolfgang courteaux

Wolfgang Courteaux: “Hoe kan je nu het muziekonderwijs verbeteren door erin te gaan snoeien?”
De kogel is dus door de kerk. De regering heeft het licht op groen gezet voor minister Kelchtermans en zijn hervorming van het muziekonderwijs. Het enige wat de tegenstanders (voorlopig?) uit de brand hebben kunnen slepen, is dat ze pas met een jaar vertraging (dus vanaf september 1988) zal worden doorgevoerd. En ze hebben ook nog een voet tussen de deur voor wat de zes „pilootscholen„ betreft die toch reeds vanaf deze herfst met het nieuwe systeem zullen worden geconfronteerd. Maar dat is dan evenwel enkel met de bedoeling te « remediëren » of « bij te sturen », want de hervorming moet er sowieso komen, dat staat nu wel vast.
Hoe heeft Kelchtermans het zo kunnen spelen dat een ingrijpende wijziging van ons cultureel-educatieve leven uiteindelijk is uitgedraaid op een partij-electoraal opbod met coalitiepartner PVV over de datum i.p.v. over de grond van de zaak (waarbij dan nog de ondemocratische maatregel van de invoering en/of verhoging van het inschrijvingsgeld als pasmunt werd gebruikt) ? Daarover hebben we het met Wolfgang Courteaux, leraar harmonie in de muziekacademies van Kortrijk, Schaarbeek en Woluwé en tevens actief binnen de ACOD, wat deze problematiek betreft, al legt hij er wel de nadruk op dat hij hier zijn eigen standpunten weergeeft.
“De wachtlijsten zijn door het ministerie zelf gecreëerd en wel door de urenstop”
— Heeft Kelchtermans misschien geprofiteerd van het feit dat het muziekonderwijs hoedanook aan een hervorming toe is ?
Wolfgang Courteaux:
Ik denk niet dat de structuren moeten veranderen, maar wel de algemene mentaliteit, de cultuurfilosofie met andere woorden. Op uitzondering van een aantal details sta ik sceptisch tegenover een hervorming als zodanig.
— Maar zelfs tegenstanders van het plan Kelchtermans verwijzen toch ook naar die zogenaamde « wachtlijst » van 9.000 mensen die graag muziekonderwijs zouden volgen maar niet kunnen ?
W.C.:
Daar hoor je inderdaad vaak van, maar zelf heb ik daar geen zicht op. In de scholen waar ik les geeft bestaat er alleszins zo geen « wachtlijst » en ook andere mensen verzekeren mij dat dit in hun scholen niet het geval is. Ik ben er dus van overtuigd dat op z’n zachtst gezegd dit sterk overdreven wordt. Er zijn wellicht wel wachtlijsten, maar de vraag is: waar? Het is de inspectie die daar zicht moet op hebben en het is ook haar werk om daaraan te verhelpen. Tenslotte zijn die wachtlijsten, voor zover ze bestaan, gecreëerd vanuit het ministerie door de « urenstop ». Het is dus op z’n minst erg hypocriet dit argument aan te voeren om een hervorming goed te praten. De filosofie die erachter zit is dus: besparen. Nu, zoiets is een erg nefaste filosofie als het cultuur en onderwijs betreft. Het is dus geen cultuurfilosofische ingesteldheid die erachter zit en die in mijn ogen misschien wel aanvaardbaar zou zijn, maar ik denk niet dat dit binnen de huidige conjunctuur haalbaar is.
— Buiten de besparingsreflex zit er ook nog een andere filosofie achter, die meer op het culturele vlak ligt (tenzij men het ook als een « rationalisatie » beschouwt), namelijk de splitsing in « amateurs » en « professionelen »…
W.C.:
Ook dat vind ik erg riskant. Vooral dan omdat die splitsing vrij vroeg gebeurt. Het brengt ook een ongezonde concurrentiegeest mee. De amateur gaat zich uitgestoten voelen, met een minderwaardig etiket. En aangezien de indeling gebeurt op basis van examenuitslagen zal het dus voornamelijk de school zelf zijn die de toekomst van de leerlingen zal bepalen. En door de jonge leeftijd waarop zulks gebeurt is dat onverantwoord omdat er zoveel psychische en zelfs, als het instrumenten betreft, fysische factoren aan zijn verbonden. Ik denk b.v. aan een pianist wiens handen nog niet voldoende zijn gevormd om iets uit te drukken, terwijl hij wel iets zou kunnen uit te drukken hebben. Het gevaar is dus groot dat er in een vroeg stadium reeds waardevolle elementen verloren zullen gaan. Bovendien kan men ervan uitgaan dat overreglementering betreffende dit onderscheid zal leiden tot een interne destabilisering van het muziekonderwijs. Voor de bloei van de cultuur en de vorming lijkt sereniteit meer aangewezen dan een overdreven en ongezonde concurrentiegeest.
“De waarde van het culturele leven is niet meetbaar door het becijferen van zijn economische rendement”
— Dat lijkt mij allemaal zeer juist, maar één zaak moet je Kelchtermans wel toegeven : het is toch normaal dat iemand die professioneel carrière wil maken in de muziek, dat die een aantal zaken onder de knie moet hebben, die voor een amateur gewoon als belastend worden ervaren?
W.C.:
Dat kan men moeilijk ontkennen natuurlijk. Het gevaar zit ‘m alleen maar in het feit dat zoiets in structuren gaat worden uitgedrukt. Er zijn b.v. amateurs die wel degelijk een gedegen opleiding wensen, maar die kunnen dat dan niet. Het uitgangspunt is hier, dat de volwassen leerling geen « rendement » biedt voor de professionele instellingen. De rol van de volwassen amateur in het muziekleven ligt echter elders en wordt onderschat. De waarde van het culturele leven is trouwens niet meetbaar door het becijferen van zijn economische rendement. In feite is dit een toegeven aan een neoliberale mentaliteit.
— Wie als volwassene besluit toch nog muziekonderricht te gaan volgen, die krijgt inderdaad zelfs de keuze niet meer voorgeschoteld : die moet zich met het afgeslankte programma tevreden stellen…
W.C.:
En op die manier wordt hij ook gescheiden gehouden van de kinderen en dat vind ik ook totaal verkeerd. De volwassenen zijn immers veel meer gemotiveerd en kunnen het peil van de lessen opkrikken. En anderzijds houden die kinderen de volwassenen vaak jong.
— Jong of oud, betalen moeten ze allemaal…
W.C.:
Het principe dat men iemand die van een bepaald onderwijs wenst te genieten, daarvoor ook een kleine bijdrage laat betalen vind ik in se niet verkeerd. Maar men moet met de realiteit rekening houden : eerst heeft men een mentaliteit gecreëerd dat het gratis is en nu gaat men daar tegenin. Dat zal nefaste gevolgen hebben natuurlijk, ondanks het feit dat er uitzonderingen zouden worden gemaakt voor grote gezinnen, werklozen en dergelijke meer, wat ik overigens niet meer dan normaal vind.
— Op die manier wordt er ook een vorm van elitarisme ingevoerd…
W.C.:
Men moet opletten met die term « elitair ». Het spreekt vanzelf dat ik hem volledig afwijs in de betekenis van « economisch kapitaalkrachtig ». Maar ik heb niets tegen een artistieke elite, m.a.w. zij die voorbestemd zijn een artistieke carrière te maken. Het begrip elitair — of, omgekeerd, niet-elitair — kunstonderwijs is in dit verband dus weinig relevant. Het is evident dat de vorming van de toekomstige professioneel niet aan het toeval mag worden overgelaten. Een artiest is echter wel een toevallig verschijnsel (« un artiste c’est un hasard »), dat zich vanuit een grote sociale en intellectuele verscheidenheid (en dat zijn de amateurs in de goede betekenis van het woord) kan bevestigen. Ik geloof dus niet dat het onderwijs in se daarmee dient rekening te houden. Dat moet men overlaten aan het gezonde oordeel. Men kan het onderwijs niet afstemmen op een elite, want wat zijn de criteria om zeggen : « die is uitverkoren » om de term nu eens letterlijk te vertalen? Men kan b.v. een uitstekend technicus hebben, maar daarom nog geen echt artiest. En ik vind nu reeds dat we te zeer in die richting evolueren: het opleiden van « technici ». Want dat is meetbaar, natuurlijk.
“Ik zie niet goed in hoe de kleinere muziekscholen het hoofd boven water zullen kunnen houden”
— Mag ik dan veronderstellen dat u wel te vinden bent voor de nieuwe vakken die Kelchtermans wil invoeren, zoals muziekgeschiedenis of muziek beluisteren, want dat moet toch tot een bredere kijk leiden dan juist dat technisch beheersen van een instrument?
W.C.:
De cursus muziekgeschiedenis bestaat uiteraard al, maar er is inderdaad sprake van die te veralgemenen of zoiets, al is er eigenlijk nog niet zo heel veel geweten van de manier waarop dat zou gebeuren. « Muziek beluisteren » daarentegen, dat vind ik nu eens geen cursus. Natuurlijk moet er muziek beluisterd worden, maar dat kan toch in andere lessen ? Zoals dat nu reeds gebeurt in notenleer en harmonie en uiteraard juist in die cursus muziekgeschiedenis. Dat lijkt me heel wat gezonder. Ik zie niet goed in wat de cursus « muziek beluisteren » op zich inhoudt.
— Uiteraard moeten we het ook even hebben over de weerslag op de tewerkstelling van de leraars zelf. Kelchtermans zelf beweert dat hij enkel maar de kaarten herschudt, andere bronnen spreken van het failliet van de kleine scholen, met alle gevolgen van dien…
W.C.:
Daar geloof ik ook wel in. Als die scholen niet aan die nieuwe normen kunnen voldoen, dan zie ik niet goed in hoe zij het hoofd boven water gaan kunnen houden. Of de lesgevers dan nog ergens anders aan de bak zullen kunnen komen wordt dan in feite een probleem van secundair belang. Het grote gevaar is precies dat een aantal scholen zullen verdwijnen en dat de leerlingen enkel nog terecht zullen kunnen in de grotere academies. Dat vergt verplaatsingen wat bijgevolg een ondemocratische selectie zal teweegbrengen. En in the long run zullen er dan volgens mij sowieso toch koppen vallen bij het personeel.
— Een bedreigd gebied is de hoofdstad…
W.C.:
Ja, en dat omwille van verschillende factoren. De Vlamingen zijn hier ten eerste al niet erg talrijk. Als men dan nog de kwaliteit van het onderwijs aantast (b.v. door het verminderen van de individuele lessen) maar daarvoor wél laat betalen, dan lijkt het me niet onwaarschijnlijk dat een heleboel Vlamingen zich in Franstalige scholen zullen laten inschrijven. Neem daarbij nog de dalende nataliteit en dit alles samen kan werkelijk de doodsteek betekenen voor het Nederlandstalige muziekonderwijs in Brussel.
— Dat het hele plan uiteindelijk een jaar zou worden uitgesteld dat lag bijna voor de hand. Toch geeft dit de contestanten de kans een jaar lang nog op bijsturing aan te dringen.
W.C.:
Ik beweer inderdaad niet dat er geen verbeteringen kunnen worden aangebracht aan het huidige muziekonderwijs, maar vanuit de filosofie die achter het plan Kelchtermans ligt, zie ik dat toch niet zo snel gebeuren. Ik zie niet in hoe men het onderwijs kan verbeteren als men ervan uitgaat dat er op de eerste plaats dient te worden bespaard !
Kelchtermanseenheidsworst
De (nochtans erg ruime) zaal van het Aalsterse stadhuis was maandagmorgen te klein om alle leraars en leraressen uit het kunstonderwijs op te vangen die er op uitnodiging van de pluralistische Werkgroep Kunstonderwijs (W.K.O.) uiting kwamen geven aan hun onvrede met de hervormingsplannen van minister Kelchtermans. Stelde men al van bij de aanvang dat men zich tegen iedere politieke manipulatie van de vergadering zou verzetten, dan kon men er natuurlijk niet naast kijken dat de datum van deze massale demonstratie wel heel goed gekozen was. Een spreker stelde trouwens onomwonden dat het dossier kunstonderwijs op het formatieberaad moest worden behandeld.
In zijn inleiding zette de heer Verbraeken nogmaals kort het eisenprogramma van de W.K.O. uiteen: behoud van de huidige structuren, opheffing van alle hervormingsmaatregelen uit het verleden, stopzetting van de ravage die in de zes pilootscholen wordt aangericht, meer financiële ademruimte voor het kunstonderwijs binnen de algemene begroting (en niet het ene ten koste van de andere), de onmiddellijke afschaffing van het schoolgeld, de bescherming van de onderwijsloopbaan van uitvoerende kunstenaars (kunnen nu enkel in het privé-onderwijs terecht) en de afschaffing van de discriminatie tussen Nederlands- en Franstalige scholen. Inderdaad, over de taalgrens moet men immers geen inschrijvingsgeld betalen (in Vlaanderen 2.500 fr boven 18 jaar) en is er een betere omringingsgraad, wat met name in Brussel een verlies van 20% aan leerlingen met zich heeft meegebracht, die dan gedeeltelijk worden opgevangen door Franstalige academies.
Ontnuchterend was ook het relaas van de heer Cuypers uit de pilootschool van Overpelt, die voor bepaalde vakken een afwezigheidsgraad van 50% vaststelde (o.m. ook omdat door de reorganisatie van kleinere plaatselijke afdelingen sommige leerlingen in het weekend van 10 tot 17u op de baan zijn naar drie scholen in een straal van 30 km!). Deze afwezigheden worden (in strijd met zijn eigen richtlijnen) door het ministerie getolereerd om het project niet te « kelderen ». Over de overige pilootscholen wist hij nog mede te delen dat in Schaarbeek het aantal leerlingen is gedaald van 509 tot 407, dat men in Veurne heeft getracht het cijfermateriaal te manipuleren, dat men (om te voorkomen dat men daarachter zou komen) in Merksem het secretariaat buiten de hervormingen houdt en dat Gent en Sint-Niklaas (gezien de ingesteldheid van directeurs zouden we zeggen : uiteraard) geen informatie wensten te verstrekken.
Alle sprekers oogstten enorme bijval, maar het meeste applaus ging naar Frederik De Vreese die door de heer Matthijssens werd geprezen voor zijn onmiddellijke reactie op de plannen van de minister (nl. het stopzetten van de examens). Diezelfde spreker zorgde trouwens ook voor de komische noot door op de uitlating van de minister dat het kunstonderwijs tot nu toe een « menu à la carte » voorstelde, te reageren met de suggestie dat de hervormingsplannen dan wel « Kelchtermans-eenheidsworst » waren…

Referenties
Ronny De Schepper, Muziekonderwijs: hervormen of kelderen? De Rode Vaan nr.24 van 1987
Ronny De Schepper, Muziekonderwijs: uitstel van executie, De Rode Vaan nr.30 van 1987
Ronny De Schepper, Wolfgang Courteaux: “Hoe kan je nu het muziekonderwijs verbeteren door erin te gaan snoeien?”, De Rode Vaan nr.31 van 1987
Ronny De Schepper, Kelchtermans-eenheidsworst, De Rode Vaan nr.50 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.