In juli hebben we een week gepleisterd in de Franse Pyreneeën, met als verblijfplaats Lourdes. We deden de trip van 1.260 km in 2 etappes en overnachtten in Tours

Wie Lourdes zegt, zegt bedevaartsoord. Volgens de katholieke traditie verscheen Onze-Lieve-Vrouw daar in 1858 achttien maal aan het molenaarsdochtertje Bernadette Soubirous. Het stadje – 16.000 inwoners – is er wereldberoemd mee geworden, na Rome het tweede grootste bedevaartsoord van de Katholieke Kerk. Het trekt jaarlijks 6 miljoen bezoekers uit 170 landen. We hebben het domein (52 ha) en zijn curiosa bezocht, evenals meerdere projecten buiten de site. 

Een hoogtepunt blijft de kaarsjesprocessie ’s avonds om 9 u. We maakten de processie (op een gewone weekdag) mee en verwachtten een paar honderd deelnemers. Het waren er… enkele duizenden, waaronder honderden rolstoelgebruikers. Tijdens de rondgang wordt in 6 talen gezongen en gebeden (ook in het Nederlands). Indrukwekkend! 

Of men gelovig is of niet: voor wie Lourdes bezoekt, is een kennismaking een must. 

Ingevolge corona is het domein maandenlang gesloten geweest en tot op vandaag drukt het virus zijn stempel. Er is een gezellige drukte, maar geen massale overrompeling. Hetzelfde geldt voor de stad zelf. In de onmiddellijke nabijheid van het bedevaartsdomein zijn tal van religieuze souvenirwinkels. Er is ook veel horeca. 

Een speciale attractie is Le Pic du Jer. Je bereikt de top – op 948 m hoogte – met een treintje via een kabelbaan (of via een slingerend wandelpad). Het was de enige keer dat gevraagd werd naar onze coviddocumenten.

Lourdes, boeiend en gezellig, is ook een dankbare startplaats voor uitstappen. Toen ik in 1991 als VIP de twee koninginnenritten in de Tour de France meemaakte, was ik onder de indruk van de reuzencols van de Pyreneeën: Tourmalet (2.114 m hoog, 18 km lang, 7,8 gemiddeld stijgingspercentage) en Aubisque (1.710 m, 19 km, 6,2 %). We hebben beide opnieuw (met de auto!) bezocht, evenals andere legendarische kolossen als Peyresourde, Luz-Ardiden, Hautacam, Aspin, Soulor… Alle bergen zijn prachtig en hebben hun eigen bezienswaardigheden. Naarmate je hoger klimt, zie je er, bij voorbeeld, loslopende schapen en koeien, op de Tourmalet ook lama’s, op de top van de Aubisque paarden. De dorpjes zijn vaak schilderachtig en gezellig, o.a. Argelès-Gazost en Gavarnie, een paradijs voor wandelaars, 1.375 m hoog, eindpunt van de berijdbare wegen en vertrekplaats van excursies. Le Cirque (keteldal) de Gavarnie is door de UNESCO erkend als werelderfgoed. We troffen er (op een gewone weekdag) een massa wandelaars. Het dorpscentrum was afgesloten. We moesten een paar km met de auto buiten de dorpskom rijden om een parkeerplaats te vinden. Toen een politieagente zag dat iemand van ons gebruik maakte van een rollator, zei ze ons meteen terug in te stappen: zij verwittigde de collega aan de toegang tot het dorpscentrum en we kregen een vrijgeleide om toch met de wagen tot in het centrum te rijden. De politie, uw vriend! In de winter is Gavarnie een bergsport- en klimcentrum. 

Tijdens ons verblijf in Lourdes was het dagelijks om en bij de 30° graden. Toen we weerkeerden en de grens overstaken, wisten we meteen dat we terug in België waren… 

Luc De Ryck

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.