De Nederlandse wielrenner Tino Tabak viert vandaag zijn 75ste verjaardag.

Zijn Wikipedia-pagina moet zowat de meest mysterieuze zijn die ik ooit ben tegengekomen. Dit is wat er staat: “RTV Noord-Holland maakte een documentaire over deze wielrenner. De rode draad van het verhaal is hoe topsport mensen kan maken en breken. Tabak won veel, maar verloor zijn familie. Het verhaal van Tino Tabak is terug te zien op de site van deze omroep. De makers van de documentaire kregen een NL-award in de categorie sport, de Oscar onder de Nederlandse regionale omroepen.”
Op hetiskoers.nl vind ik onder de titel “Tino Tabak: grenzeloos ambitieus en licht ontvlambaar” wat meer uitleg. Het heeft te maken met het feit dat op 1 april 1976 Tino en Mieke Tabak zich “een toekomst hopen te kopen in Egmond aan Zee, geboortedorp van Mieke. 22 bedden met ontbijtgasten, twee bars, één groot en twee kleine biljarts, een dozijn tafeltjes-met-stoeltjes. Een gunstig gesitueerde hoekzaak aan de hoofdstraat.” Tino heeft het er moeilijk mee: “Je moet je leren omschakelen, zeiden ze. Ja, na twee of drie jaar. Maar ik moest het in één dag. 31 maart was ik nog alleen renner, 1 april was ik, hoe noem je dat… mix zeg ik maar. Mieke kan er tegen, maar ik niet. En daar heb ik het verschrikkelijk moeilijk mee.”
Tabak rijdt in 1976 nog de Tour, maar neemt het Witte Huis als een zware last mee op zijn rug. De prestaties blijven achter. Tabak komt geen heuvel meer over. “Ik had nog nooit zoveel heimwee gehad. De Tour, iedere avond huilen in bed, wel drie keer bellen, naar huis. Ik had geen moraal, nul komma nul”.
Tabak stopt met wielrennen en stort zich op zijn zaak. Maar Tabak heeft altijd in een andere wereld geleefd en kan maar moeilijk aarden in de wereld van ontspanning en vertier. “Ze zeggen wel eens dat de wielrennerij een zootje is – nou, de horeca is nog erger. Op de fiets kun je je nog uitleven. In de horeca moet je met horen, zien en zwijgen, proberen aan je geld te komen.”
In de documentaire van RTV Noord-Holland komt dat aspect, vele jaren later, duidelijk naar voren. Zoon Paul: ”Rond de kerst was het bij ons nooit gezellig. Mijn vader had dan heimwee naar Nieuw-Zeeland. Als gevolg daarvan was hij onhandelbaar. Hij smeet met meubilair, gooide dat dan echt kapot en was vervolgens een week niet aanspreekbaar.”
Tabak neemt begin 1978 dan ook het besluit om weer ‘nationaal’ te gaan rijden. Het leven van een wielrenner laat hem niet los. Tabak heeft dan ook weer een doel: Bordeaux-Parijs rijden. Hij gaat er als een bezetene voor trainen. Samen met gangmaker Joop Zijlaard. Het is echter uitstel van executie. Tabak blijft met zichzelf in de knoop zitten en gaat uiteindelijk terug naar Nieuw-Zeeland en wordt daar uitbener op een schapenslachterij.
Zelf kende ik Tino Tabak inderdaad vooral omdat hij mijn eerste prentje van een Nieuw-Zeelandse wielrenner had kunnen zijn. Alhoewel hij immers in Enschede is geboren, werd hij in 1965 wel kampioen van Nieuw-Zeeland. Dat jaar en de twee daarop volgende jaren won hij daar ook de Tour of Southland. Ik weet niet in welk jaar de familie Tabak (of Tino alleen, maar dat lijkt me gezien zijn jeugdige leeftijd nogal onwaarschijnlijk) naar Nieuw-Zeeland is geëmigreerd, maar in 1969 vinden we hem alvast terug op het Europese continent, waar hij tweede wordt in Gent-Wevelgem voor amateurs achter Jozef Abelshausen, maar vóór Cees Koeken, Etienne Antheunis en Jean-Pierre Monseré. In de uitslag krijgt hij een Nederlands vlagje achter zijn naam en dat is ook maar logisch want in de in die tijd erg belangrijke “Olympische 100km”, de jaarlijkse ploegentijdrit in Verviers, eindigt hij met de Nederlandse B-ploeg derde, na Zwitserland en de Nederlandse A-ploeg, waarvan Henk Benjamins, Popke Oosterhof, Joop Zoetemelk en Fedor den Hertog deel uitmaken, duidelijk een blauwdruk voor de latere Olympische winnaars. Uit de B-ploeg (met buiten Tabak nog Wim Bravenboer, Sjef Van de Burgh en Wicher Vlot) zal uiteindelijk niet meer worden gerecruteerd (*). En, oh ja, voor de volledigheid: de overwinning ging naar Zwitserland met John Hugentobler, Hansjörg Adam, Walter Bürki en Bruno Hubschmid. En nog iets: die “Olympische 100km” bleek uiteindelijk “slechts” 86km lang te zijn. De winnende ploeg deed er net geen twee uur over.
Maar goed, Tino Tabak had dus uiteindelijk voor de Nederlandse nationaliteit gekozen (wat ik als liefhebber van exoten erg spijtig vond), zodat “mijn” eerste Nieuw-Zeelander Bruce Biddle werd. In 1971 werd Tabak prof bij Flandria-Mars en startte meteen in de Ronde van Frankrijk. Die reed hij echter niet uit. In 1972 werd hij bij Goudsmit-Hoff wel kampioen van Nederland en deze keer reed hij de Tour wel uit, op een achttiende plaats dan nog wel (middenste foto). Hij won dat jaar ook de Omloop der Vlaamse Ardennen in Ichtegem. De West-Vlaamse bodem lag Tabak blijkbaar goed, want een jaar later werd hij derde in Kuurne-Brussel-Kuurne en twee jaar daarna zelfs tweede (na Frans Verhaegen). Tussendoor won hij in 1974 (toen hij voor Raleigh reed, zie foto links) ook nog de Omloop van het Waasland in Kemzeke.

Ronny De Schepper

(*) Met uitzondering van Tino Tabak zelf dan blijkbaar, want een jaar later won deze de “Olympische 100km”, deze keer aan de zijde van Fedor Den Hertog, Adri Duycker en Popke Oosterhof. Deze keer bedroeg de afstand 102km en het team van Tabak deed er 2 uur 28’34” over. Dat jaar werd hij ook derde in de Rundfahrt van Rheinland-Pfalz en zevende in de Milk Race. Hij won ook een rit in de Ronde van de Toekomst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.