Het is vandaag 105 jaar geleden dat de Zweeds-Amerikaanse vakbondsmilitant en liedjesschrijver Joe Hill (geboren als Joel Emmanuel Hägglund) werd geëxecuteerd door een vuurpeloton.

De arbeidersliederen in de Verenigde Staten hebben steeds zeer nauw in contact gestaan met de syndicale beweging. Daar de zogenaamde “unions” er op een zodanige manier gestructureerd zijn dat ook de patroons erin vertegenwoordigd zijn en er zelfs de eerste violen spelen, moesten de echte syndicalisten in de eerste plaats déze organisaties bekampen vooraleer te kunnen overgaan tot de oprichting van échte, strijdbare arbeidersorganisaties.
Zij deden dit meestal op een pacifistische manier, wat sterk contrasteerde met het beestachtige geweld waarmee ze bestreden werden.
Een vorm van pacifistische actie is natuurlijk het zingen van liederen en dat is wat de Zweedse immigrant Joël Hillström, zoals hij zich eerst noemde vooraleer hij bekend werd als Joe Hill, deed in het Amerika van vóór de Eerste Wereldoorlog (cfr.de textielstaking uit 1912 met de slogan “We want bread, and roses too”). Velen zullen zich wel de film van Bo Widerberg herinneren over hoe hij met een valse aanklacht door het Amerikaanse gerecht ter dood veroordeeld werd.
Joe Hills voornaamste “misdaad” was immers dat hij een militant was van de “Industrial Workers of the World”, een anarcho-marxistische syndicale organisatie, want zoals gezegd zijn de officiële “unions” in de Verenigde Staten (“The American Federation of Labor”) geen arbeidersorganisaties zoals bij ons, maar corporatistische en solidaristische verenigingen. Dat wil zeggen dat ook de werkgevers erin vertegenwoordigd zijn en dat er geen contacten zijn tussen de verschillende vakverenigingen (aan de basis toch niet). Dat betekent dus dat mogelijke opposities dikwijls reeds binnen de bond zelf worden onderdrukt (door de aanwezigheid van de patroons) en dat als een bepaalde bond dan toch een actie voert, deze meestal niet op de steun van de andere kan rekenen. Die AFL bestaat nu nog en is o.m. erg belangrijk bij de presidentsverkiezingen. Zij hebben banden met de mafia (cfr. de film “On the waterfront”) en steunen daarom meestal de meest rechtse kandidaat.
De IWW werd geregel­d op bloedige wijze uiteengeranseld (dat is b.v. te zien in de film van Widerberg en ook Woody Guthrie heeft er een aangrijpend nummer over geschreven) door de gorilla’s van de AFL, terwijl de IWW zelf nogal pacifistisch te werk ging. Zo was een van hun strijdwapens dus liederen maken (b.v. “Mister Block” over de AFL).
REVENGE SONGS
Maar veel leverde dat niet op. Men kan zich afvragen waarom. Jacky Huys stelt die vraag in “De Morgen” van 9/1/1988 aan de (verstandige) popzanger Billy Joel: “Je stamt zelf uit een arbeidersmilieu. Heb je er enig idee van waarom socialisme – laat staan communisme – op een paar perioden na geen schijn van kans heeft gehad in Amerika?”
Het antwoord van Joel is veelzeggend: “In de crisisjaren ’30, tijdens de depressie, was die kans er – éven maar – toen de vakbonden een reële macht hadden en men socialisme als een valabel alternatief begon te bekijken. Maar het is de Amerikaanse mentaliteit: de arbeiders hier willen niet dat iedereen evenveel heeft, nee, ze willen allemaal wat de baas heeft. Da’s de levensstijl hier: het is niet nodig dat iedereen een auto heeft, als zij maar een slee hebben zoals de baas. En dat noemen ze: de Amerikaanse droom. In Rusland heb ik gemerkt dat men het ook materieel beter wil voor zichzelf en zijn kinderen. Kijk, socialisme is een briljant idee. Op papier. Maar het is moeilijk om iedereen de idee te laten ondersteunen.”
De mentaliteit die Joel hier schetst vinden we ook terug in de zogenaamde revenge songs, een typisch verschijnsel in de volksmuziek: de knecht die tijdens de afwezigheid van de baas diens plaats in het echtelijke bed inneemt b.v. Dat dit anderzijds niet helemaal uit de lucht was gegrepen, moge blijken uit het feit dat het een dergelijke dame was die Joe Hill blijkbaar wilde beschermen, toen hij weigerde zijn alibi bekend te maken.
Na zijn dood werd Joe Hill vereerd als een held en werd er een lied geschreven waarin gesteld wordt: “Neen, Joe Hill, neen je bent niet dood, je leeft overal waar de arbeiders opkomen voor hun rechten”. Dit lied wordt onder andere gezongen door Paul Robeson en Joan Baez.
Diezelfde syndicale strijd voerde ook Woody Guthrie tussen de twee wereldoorlogen. Hij ging echter verder dan Joe Hill, zowel wat de muziek als wat de teksten betreft. Joe Hill schreef zijn teksten op bestaande muziekjes, soms zelfs (zoals “Pie in the sky”) op muziek van het Leger des Heils, nogal zoetsappig dus, terwijl Woody Guthrie zich eerder baseerde op de echte volksmuziek van de arme landarbeiders.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.