Het beroemde stuk De Koning sterft van Eugène Ionesco, dat oorspronkelijk De ceremonie heette, werd in 1962 gecreëerd te Parijs; in 1963 bracht het Théätre de Poche in Brussel de Belgische creatie. Het thema van het stuk werd door Franz Marijnen reeds gebruikt voor de N.T.G.-Workshop-productie Las Meninas (1970). Van 29 september tot 15 oktober 1984 bracht hij het “echte” stuk in een decor van Santiago del Corral, haast geen muziek (na een « conflict » met aangezochte componist Wim Mertens) en een tamelijk statisch scènebeeld. De acteurs verlaten immers de scène niet, tenzij op het einde als de koning — Jef Demedts — alleen aan zijn lot wordt overgelaten. Sterven doe je onherroepelijk alleen. Een emotieve uitschieter in dit stuk dat ons voor de rest behoorlijk koud heeft gelaten. Verbazend hoe snel « progressieve » auteurs oudbakken worden !

In de steek gelaten door auteur en (in minder mate) regisseur moesten de acteurs dus zelf maar de klus klaren. Het was te vrezen dat Demedts daarvan gebruik zou maken om het laken naar zich toe te halen. Een discussie over het stuk verengt zich op die manier vaak naar een discussie over het al dan niet appreciëren van Demedts. Demedts is een groot acteur, dat staat buiten kijf, maar hij wéét het ook en dát is gevaarlijker. Alleszins vinden wij dat in dat opzicht zijn « tegenspelende » koninginnen (Chris Boni en Magda Cnudde) onheus worden behandeld. Nolle Versyp en Cyriel Van Gent assisteren in de schaduw, maar nieuwkomer Alexandra Van Marken als de meid Juliette weet zowaar nog iets uit de brand te slepen. Een meisje dat in de gaten zal dienen te worden gehouden.
Daarna volgden “De kale zangeres” en “De les” van het Fakkeltheater, maar ondertussen zagen we ook het toen reeds aangekondigde “De stoelen” van het Toneelgezelschap Ivonne Lex. Thema van dit stuk is de leegheid van het bestaan of de afwezigheid. Deze afwezigheid wordt geïllustreerd door de talloze hooggeplaatste gasten (tot en met de keizer zelf) die door Lucas Van Den Eynde en Tine Thijs worden uitgenodigd. Zij zullen de eerste getuigen zijn van de belangrijke “boodschap” die de gastheen hen wil verkondigen. Om deze “boodschap” kond te doen werd beroep gedaan op een redenaar. De gasten treden aan maar zijn fysiek niet aanwezig. Hun aanwezigheid wordt visueel gemaakt door het steeds maar aanslepen van stoelen tot de bewegingsruimte van de gastheer en vrouw tot nihil beperkt wordt. Enkel de redenar zal op het einde van het stuk ook echt verschijnen al blijkt snel dat zijn aanwezigheid volstrekt overbodig is.
Voor Ionesco heeft het al of niet gebruiken van acteurs hier enkel te maken met het feit dat het om theater gaat en je de toeschouwer toch “iets moet laten zien op de scène”. Je moet er mentaal (en wat het kleine theater het Appeltje betreft ook fysiek) op voorbereid zijn om deze ruim twee uur durende waanzin vol te houden. Het boeiend acteren ten spijt, raak je binnen de kortste keren de draad kwijt en ga je enkel nog stoelen tellen terwijl je je afvraagt of je aanwezigheid in de zaal eigenlijk nog vereist is om de voorstelling af te maken. In die fase besef je langzaam het absurde van de hele situatie waaraan je als toeschouwer deelneemt en kom je tot de slotsom dat dit een geslaagde voorstelling is. De prikkel van Ionesco om je tot denken aan te zetten over wat niet gebeurt, is het enige wat lijfelijk aanwezig is. Voor de liefhebbers een goede Ionesco in een regie van Paul Dom.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.