Het is vandaag vijf jaar geleden dat the trailer for the film “Fifty Shades of Grey” werd gereleased. It became the most viewed trailer of 2014 after it gained over 100 million views in just over a week. Ikzelf heb “Fifty Shades of Grey” (ik gebruik de Engelse titel, omdat in de vertaling “Vijftig tinten grijs” de woordspeling over de naam van het hoofdpersonage verloren gaat) van E.L.James nog steeds niet gelezen (en na het zien van de film ben ik het ook niet meer van plan), maar in de Gazet van Antwerpen van 1 december 2012 stond een interessant interview van Michael Lescroart met Karen Peger, psychotherapeute met een specialisatie in seksuele problemen. Een paar fragmenten…
Eén record heeft James alvast beet. Dat van het snelst verkopende boek aller tijden. In die categorie laat ze dichtste concurrenten Harry Potter en De Da Vinci Code ver achter zich. De nood was blijkbaar hoog, heel hoog. Zo hoog zelfs dat in de top tien van de best verkopende fictie in Vlaanderen, de drie boeken uit de reeks vier keer voorkomen. Drie keer als afzonderlijk boek en een vierde keer als drieluik in een handige verzameldoos. Zelfs de klonen van Vijftig tinten, die als paddenstoelen uit de grond schieten, vliegen over de toonbank. De vaste ingrediënten voor het succes: rijke machtige mannen met een duister kantje die willoze dames alle hoeken van de kamer laten zien, bladzijde na bladzijde, na bladzijde. Bij voorkeur met behulp van zweepjes, klemmen en ander speelgoed. Wat mannen stiekem zoeken op het internet, ligt voor vrouwen straks massaal onder de kerstboom. Alleen al daarom is het boek een seksuele revolutie op zich. Nooit eerder gingen vrouwen zo openlijk om met seksualiteit. Een luxe die mannen niet gegund is. Stelt u zich maar eens voor dat mannen openlijk pochen over hun voorkeur voor literatuur waar bondage, tepelklemmen en zwepen centraal staan?
“Dat is inderdaad een eigenaardige vaststelling”, meent ook Karen Preger. “Vermoedelijk vinden vrouwen daarvoor de moed in de kracht van het getal. Als iedereen het doet, kan ze zelf ook probleemloos meestappen in de hype. Van mannen zou dit inderdaad moeilijker geaccepteerd worden. (…) Maar de seksuele fantasieën zijn op zich niet schadelijk. Er is niks mis mee om seksueel onderdanig te willen zijn. Of daar over te dromen. Integendeel, als het een koppel aanzet tot meer praten, kan het ook een positief effect hebben.”
“Op voorwaarde dat het boek daar stopt,” voegt een Vlaamse schrijfster van “mommy-porn” (zoals ze het blijkbaar zelf noemt, een term die ikzelf nooit zou gebruiken) eraan toe. “Want als ze samen blijven nadat zij hem getemd heeft en hij nooit meer een dominant en dreigend uit de hoek komt, is het sprookje natuurlijk snel voorbij. Maar de boeken stoppen gelukkig telkens net op tijd. Daarom is mommy-porn een zalige vlucht uit de harde realiteit. Het is een cadeau van vrouwen voor vrouwen. Omdat niemand zo goed weet wat andere vrouwen nodig hebben, als een vrouw.”
Over mommy-porn gesproken, in 2014 pikte de Canadese filmer John L’Ecuyer in op deze trend door zelfs een weekendfilm te draaien over dit onderwerp. “The secret sex life of a single mom” is zeker niet zo softporno-achtig als de titel doet uitschijnen, is zeker niet zo intelligent als andere Canadese erotische praatfilms, maar bevat toch een paar scènes die de echte liefhebbers zullen aanspreken…
39 schaamteloos geilSCHAAMTELOOS GEIL
“Wie Aaaah zegt, moet ook B durven te zeggen,” stelt Het Nieuwsblad to the point. En dus schreef Isabelle Dams een erotische roman voor die dichte drommen dames die winkelkarren vol Vijftig Tinten-boeken aansleepten en moesten vaststellen: o, is het dát maar. Dams noemt de dingen bij de naam en is nergens vies van. Maar ze vertelt ook een meeslepend verhaal: dat van Oona die compleet opbrandt door de verzengende passie voor een man. Als de vrijgevochten Oona haar intieme dagboek begint, is het niet meer dan een scrapbook waarin ze verhalen, verlangens, pikanterieën en seksuele ontmoetingen bundelt. Maar gaandeweg wordt haar plakboek de openhartige kroniek van een amour fou, het relaas van de allesverterende romance tussen Oona en een man die haar leven onderuit haalt. Hete, ranzige, opwindende, soms pijnlijke, maar vooral straffe kost voor zwoele avonden.
SM EN RELIGIE
In “La déesse n’est pas morte” van André De Smet, beter bekend als le père Julien, lezen we een pleidooi voor de herwaardering van de vrouw én dus van de seksualiteit in het christendom. Hij was tot deze vaststelling gekomen toen hij tijdens zijn missiewerk in het toenmalige Belgisch Congo ondervond hoe die natuurvolkeren zo ongedwongen met seksualiteit omgingen en dat dit juist het eerste was dat de katholieke kerk probeerde te onderdrukken. Hij wijst ook op het spirituele van het genot. “Een dier kent immers geen genot,” zegt hij.
De vermenging van SM met religie, ja zelfs het gebruik van het Latijn, vinden we terug in de filosofische roman “Ave Verum Corpus”, het debuut uit 1994 van de 24-jarige Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode, die daarmee opzettelijk teruggrijpt naar de tijd van de mystiek. In de inleiding spreekt ze de lezer zelfs als meesteres toe. De lezer moet zich aan allerlei eisen van haar onderwerpen. “Misschien doet het zelfs pijn. Laten we dat hopen.” (p.7) Zelf ontdekt ze pas écht de liefde (het genot?) na een reeks mannen (je vindt iets dergelijks ook een beetje in “De wetten” van Connie Palmen) bij een vrouw en dan nog in een onderdanige situatie.
Ook ene Marie L. beschrijft in “Confessée” haar fascinatie voor het lijden sinds haar prille jeugd. Het is meer martelaarschap dan SM, al zit er ook een scheut “Crash” in; als ze volwassen wordt, koppelt ze haar extatisch genot bij pijn immers aan religieuze en erotische gevoelens – daarbij is het opmerkelijk dat ze a-religieus is opgevoed; vgl. op dat vlak ook de boeken van Kathryn Harrison.
Een sadomasochistische incestueuze verhouding tussen vader en dochter vinden we ook bij Kirsty Gunn (“Het aandenken”, De Bezige Bij, Amsterdam, 199 blz.). In al deze gevallen zitten we dicht bij de autobiografie. Ook Sarrah Verroen wijdt in haar boek “Het seks-complex” (Uitgeverij Atlas, 183 blz.) een volledig hoofdstuk aan SM, al vindt ze het zelf “vervelend en saai” omdat het “allemaal volgens regels en wetten vastligt”.
In 1994 was er ook nog Pierre Bourgeade die met zijn “Boekenparadijs” herinneringen oproept aan “Histoire d’O”. Al gaat de voorkeur voor een mengeling van katholieke rituelen met zwarte magie ook terug op Georges Bataille (1897-1963) natuurlijk, vooral dan met de echo van oeroude erotisch-perverse driften (de kruisdood, het eten van het vlees, het drinken van het bloed).
Het ontbreken van rituelen is voor mij echter wel een afknapper om van SM te kunnen spreken. Daarom ga ik er niet mee akkoord om “Gordon”, een anoniem boek uit 1966, als dusdanig te kwalifiëren. Pas in 2003 kwam Edith Templeton (1916-2006) ervoor uit dat zij de auteur was van deze roman waarin de 28-jarige Louisa schandelijk wordt behandeld door de twintig jaar oudere psychiater Richard Weir Gordon. Gesitueerd in het naoorlogse Londen van 1946 zoekt Louisa nochtans deze brute, gevoelloze minnaar telkens weer op. In zekere zin heeft zij dus desondanks de teugels in handen, omdat het initiatief (al is het dan tot een vernederende verkrachting) telkens weer van haar uitgaat. Dat zou dus toch op SM wijzen en het feit dat het boek slecht afloopt voor de verkrachter in plaats van voor zijn slachtoffer, zou me ook positief moeten stemmen, maar ik vind dit te deprimerend om van erotiek te kunnen spreken.
Jenny Diski, de pleegdochter van Doris Lessing, debuteerde in 1986 (op 35-jarige leeftijd) met “Nothing Natural” (vertaald als “Onnatuurlijk”), een roman over een feministe met een sadomasochistische verhouding. Anderzijds beschrijft de Finse Anna-Leena Härkönen (°1965) in “Aquariumliefde” (1993) hoe haar hoofdpersonage Saara sadomasochistische fantasieën heeft, die voortspruiten uit haar frigiditeit. Ze zit met schuldcomplexen omdat haar vrijer, de lieve, zachtaardige Jouni, daardoor stilaan impotent wordt. Dit is dus wél het soort van soft-porno, waarvan feministen de muren oplopen en omgekeerd lust Anna-Leena hen ook rauw.
De Franse Elisabeth Barillé (°1960) van haar kant schrijft: “Seks zonder angst en woede levert geen bevrediging op. Overgave is eng, misschien blijf je wel vallen, vangt niemand je op.” In “Lijfelijkheid” (oorspr. “Corps de jeune fille”, 1986) beschrijft ze hoe de ik-persoon (ongetwijfeld autobiografisch) er reeds in haar jeugd toe komt haar door een vriendinnetje te laten vastbinden (en haar dan wel gewoon zo achter te laten, p.37) n.a.v. de erotisch-mystieke vervoering die ze had gemerkt op een religieuze prent van de heilige Blandine die door soldaten wordt verkracht (p.44). Dat thema spit ze ook verder uit in haar tweede roman “L’envie de Marie” (“De kleur van woede”) uit 1989 en in “Rituelen voor de stilte” (Thoth, Bussum, 1997) dat in het Nederlands is verschenen vóór het Franse origineel, omdat Barillé “iets heeft” met een Nederlandse uitgever.
De verleidelijke samenhang van pijn en genot op jeugdige leeftijd, die merkwaardige verstrengeling van afkeer en fascinatie, vinden we ook terug bij Anaïs Nin, Violette Leduc, Colette (“Claudine à l’école”) en bij Amélie Nothomb (“Le sabotage amoureux” uit 1993, in het Nederlands vertaald als “Vuurwerk en ventilators”).
Wat Xavière Lafont betreft, die debuteerde in 1969 onder de initialen F.B. met “La punition”, een in mijn ogen redelijk ziekelijk boekje, maar dat wel veel succes kende, zodanig zelfs dat het werd verfilmd door Pierre-Alain Jolivet in 1972 met Karin Schubert in de hoofdrol en Georges Géret als de pooier die haar in een vunzige strafkamer verplicht aan de aberraties van haar perverse gasten te voldoen.
Ondertussen had de auteur onder haar echte naam (zij het alleen de voornaam) reeds een tweede boek geschreven dat merkwaardig genoeg de titel “F.B.” meekreeg. Volgens Jean-Pierre Castelnau in het woord vooraf is het verschil met “Histoire d’O” dat het géén fictie is.
Xavière Lafont werd geboren in 1941 in de Ardèche en werd, net als Nathalie More 35 jaar voor haar, op haar twintigste wees, waarop ze een vrijbuitersleven begon te leiden, maar het verschil was wel dat ze niet zo bemiddeld was, zodat ze o.a. aan de kost moest komen als stripteaseuse. Haar derde boek, “O gué vive la rose” uit 1974, is echter zo mat (honderd bladzijden lang gelamenteer van een minnares die haar geliefde moet laten gaan omdat hij getrouwd is en “twee prachtige kinderen, een jongen en een meisje” heeft; met dan als onwaarschijnlijke clou ook nog de “instant suicide” van de echtgenote, als ze liegt dat de man er met haar van door wil) dat ik begon te twijfelen of er toevallig geen twee boeken waren die “La punition” heetten. Maar neen dus, het is wel degelijk dezelfde schrijfster. Ze heeft ook nog een boek geschreven met de titel “Quand le vent sèchera tes larmes”, waarvan ik vermoed dat dit ook wel onder de categorie “smartlap” zal vallen…
Een opmerkelijk verschijnsel is dat de overgrote meerderheid van al die vrouwen in de masochistische component is geïnteresseerd. Nochtans zou je verwachten – zeker in de semifeministische kringen waarin SM wel eens wil gedijen – dat deze vrouwen rebelleren tegen het rollenpatroon dat op die manier doorwerkt. Maar het tegendeel is waar. Als feministen uit reactie tegen de macho-porno zichzelf aan het schrijven zetten (wat in Nederland is gebeurd) dan stellen we vast dat het dan alweer SM-fantasieën zijn.
Paul Vennix van het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek zegt hierover: “Traditionele vrouwen hunkeren nog steeds naar een knuffel of een streling die hen in hun identiteit bevestigt. Hun geëmancipeerde zusters hebben die zelfbevestiging niet meer zo nodig. Feministische vrouwen gebruiken vaker vibrators, zijn te vinden voor groepsseks en fantaseren vaker over seks met andere mannen en vrouwen. Het objectiveren van vrouwen als lustsymbool mag plots weer.” (De Morgen, 23/7/96)
EROTICA VOOR VROUWEN
In Engeland is er de uitgeverij Virago (nomen est omen!) met daarin o.a. “Flesh and blood” (1994) van Michèle Roberts over lesbische SM in een klooster. Uit Nederland komt ook de reeks “Erotica voor vrouwen” van uitgeverij Ooievaar. Het betreft echter vertalingen van lopende-band-literatuur uit de VS. Alleen Elissa Wald springt er een beetje uit. Met “Ontmoet de meester” gaat ze de SM-toer op (“Meeting the master”, Abacus, 1998).
Met haar expliciete debuutroman “Entre ses mains” doet Marthe Blau een gooi naar het succes van Catherine M. Marthe Blau is een alias van een jonge Parijse advocate (met foto’s op de cover), die vertelt over haar onderdanige passie voor Hem, een oudere assisenpleiter die haar seksueel vernedert en haar op haar honger laat. Autobiografisch, beweert ze…
Binnen de feministische lesbische beweging staat de rolverdeling butch-femme (dominant/mannelijk tegenover onderdanig/vrouwelijk) wel ter discussie, al veegt de SM-lesbiennegroep Wild Side uit Amsterdam daarmee de vloer aan.
Typisch is alleszins dat het juist Jeanne de Berg en Elfriede Jelinek zijn die hierop een uitzondering vormen: zij zijn meesteressen. Al heeft Jelinek zich wel al eens laten fotograferen in masochistische houdingen. Ze voegt er dan wel onmiddellijk aan toe dat het een vrouwelijke fotografe was en dat ze het bij een man zeker zou weigeren…
Ook Yvonne Kroonenberg “kan héél leuk meesteres spelen. Daarin leg ik dan wel een reuze-fantasie aan de dag. Nee, niet met de leren knielaarzen aan en het zweepje in de hand. Verkleedpartijen liggen me niet. Ik kan niet mooi opkomen uit de coulissen. Maar een man vastbinden, hem slaan of commanderen, dat vind ik enig. En geil. Daar is niks pervers aan. Kijk, stel je SM voor als een bezoek aan Bobbejaanland. Je gaat in de grote achtbaan. De emotie die je daar ondergaat, is doodsangst. Mensen gaan er anderhalf uur voor in de rij staan. Om doodsangst te mogen ervaren! Hoe komt dat? In bepaalde omstandigheden is doodsangst geil en opwindend. Net zo kan pijn in bepaalde omstandigheden in je voordeel gaan werken. Stamp je een masochist keihard op zijn poten, dan zegt ie niet: hé lekker, doe dat nog eens. Maar bouw je die pijn heel langzaam op, met dreigen en zo, dan kan hij in een soort roes geraken waarin die pijn hem genot verschaft. Vaak kom je er toevallig achter dat je SM leuk vindt. In mijn geval: bondage vond ik enig. Maar hoe maak je dat een man wijs? Zeg je vlakaf dat je hem eens lekker wil vastbinden, dan zeggen de meeste mannen: nee, dank je. Ik ben meestal met mannen die ik niet goed ken heel actief. Je weet immers maar nooit wat zij willen gaan knoeien. Ik heb daar geen zin in en doe het liever zelf. Op die manier kom je vanzelf in een dominerende rol terecht. Op een dag zei ik tegen mijn vorige vriend: weet je wat, ik ga je eens lekker bijten. En hij: waarom bind je me niet eens vast? Zo gezegd, zo gedaan en onze spelletjes namen snel een vlucht die uitmondde in een enige SM-relatie,” zegt ze zowaar in “Dag Allemaal”.
Het merkwaardige is dat haar eerste echtgenoot, Guus Luijters, in zijn boek “Een schandelijke geschiedenis” laat uitschijnen dat het net omgekeerd was: dat Yvonne inderdààd van bondage genoot, maar dan wel van de masochistische component. Hij werd dan “gedwongen” om dat te doen. Hij vond het vooral vervelend, schrijft hij, dat ze later in haar columns beweerde dat hij het was die haar daartoe gedwongen had. Yvonnes huidige “vent”, de fameuze potige ambachtsman, beweert dat dit allemaal onzin is. “Een vies boekje,” zegt hij en literaire recensenten zijn het alvast met hem eens.
Over bondage gesproken, ook Patti Davis, de dochter van Ronald Reagan, heeft een boek geschreven met die titel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.