Ik heb mij zopas de CD “Miss Borluut” aangeschaft. Eén van de talrijke uitgaven van de Gentse violist Paul Klinck (uit 1998). Zoals zo vaak is Paul dan ook zelf hierop te horen. Toch wordt het merendeel van de artistieke arbeid geleverd door de Gentse pianist Alex Roosemeyers.

Gegroeid uit een muzikale familie, studeerde Alex Roosemeyers (Deurle 1965) aanvankelijk piano aan de Stedelijke Muziekacademie te Deinze bij Katrijn Friant.
Na de kunsthumaniora te Gent, waar hij zijn piano-opleiding bij Sabine Haenebalcke voortzette, volgde hij lessen aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Gent bij Sylvia Traey en Johan Duyck. Daarop volgde een Eerste Prijs piano en kamermuziek in 1988. Vervolgens behaalde hij in 1992 het Hoger Diploma piano en kamermuziek met grote onderscheiding.
Reeds in 1984 werd hij laureaat van de Omer Van Puyvelde Wedstrijd. In 1988 oogstte hij succes op het Festival van Vlaanderen en werd zo laureaat van het Internationaal Jongeren Festival-Concours. Zowel in 1988 als in 1989 volgde hij de meestercursus piano aan het Mozarteum te Salzburg, afwisselend bij Prof.Dorenski en bij Prof.Kämmerling.
Als pianist en klavecinist verleende hij zijn medewerking aan concerten en opnames bij meerdere orkesten zoals het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen, I Fiamminghi en het VRT Filharmonisch Orkest.
In 1990 was hij als pianist verbonden aan het Internationaal Filmgebeuren van Vlaanderen. In 1993 schreef en vertolkte hij theatermuziek voor het Arcatheater.
Zijn interesse voor de historische uitvoeringspraktijk dreef hem ertoe zich speciaal toe te leggen op het bespelen van de fortepiano. Hiervoor vroeg hij Chris Maene een instrument te bouwen naar Anton Walter (Wenen 1795).
Naast zijn activiteiten als concertpianist is Alex Roosemeyers artistiek begeleider aan de Gentse Hogeschool en richtte hij samen met Philippe Benoit het kamerorkest Capella Vivente op.
En in 1998 bracht hij dus bij en met Paul Klinck de CD “Miss Borluut” uit. Wie was Miss Borluut? Joris De Zutter (wie anders?) geeft hierop het antwoord in het CD-boekje:
“In 1981 verwierf het Gentse Stadsarchief een belangrijk gedeelte van het huisarchief van het voormalig Hôtel d’Hane-Steenhuyse in de Veldstraat, waarvan de laatste bewoners afstammelingen waren van de Gentse patriciërsfamilie Borluut. In die erg gevarieerde collectie bevonden zich ook enkele partituren met salonmuziek van rond het begin van de 19de eeuw, in meerderheid composities met vioolbegeleiding maar ook voor andere combinaties zoals twee piano’s (of klavecimbels), gitaar en piano, fluit en piano en twee harpen.
Het is dan ook verleidelijk om aan te nemen dat we hiermee een interessante staalkaart hebben van het soort muziek, zoals die circa 1800 in het schitterende stadspaleis van de d’Hane-Steenhuyse’s werd gemaakt, uitgerekend in de periode waarin tsaar Alexander I en de hertog van Wellington er te gast waren en de Franse koning Lodewijk XVIII (“die zweet“, zoals de Gentenaars zeggen, RDS) er kwam schuilen voor Napoleons geweld.
Aannemelijk kan het allemaal wel lijken, erg waarschijnlijk is het bij nader toezien heel wat minder. De Borluuts kwamen pas in 1877 in het bezit van het Hótel d’Hane-Steenhuyse. Maar ook dan is het best denkbaar dat de partituren van een vroegere freule Borluut met de nieuwe eigenaars in d’Hane-Steenhuyse zijn beland.
De genealogische werkelijkheid van de Borluuts geeft echter ook deze hypothese geen kans.
Jongedames Borluut, die rond het begin van de 19e eeuw (periode van de composities van de bundels) als ‘miss’ konden gekwalificeerd worden, zijn er eigenlijk niet. De twee die het dichtst in de buurt komen hebben anno 1800 niet meer de leeftijd om als ‘miss’ door het leven te gaan.
Een, Marie-Colette, is in 1800 al 27 jaar. De andere, Catherine, is er 24, maar had het jaar ervoor al haar eerste kind gekregen en was dus duidelijk ‘uitgemisst’!
De realiteit van de familiegeschiedenis laat alleen de enige vrouwelijke Borluut over, die ooit echt iets met het Hôtel d’Hane-Steenhuyse heeft te maken gehad, de dochter van Valérie van Pottelsberghe en Raymond Borluut, die het stadspaleis erfden van Edmond d’Hane-Steenhuyse.
Lucie Marie Sidonie Amedée Ghislains Borluut – zo heette de dochter voluit – werd in 1867 geboren. Van Lucie Borluut herinnert de familie zich nog steeds dat zij een getalenteerde pianiste was. Dat zij naar alle waarschijnlijkheid ‘Miss Borluut’ is geweest, laat een etiket op één van de partituren extra vermoeden. Het opschrift luidt: ‘Miss Ame Borluut’. Voor dat ‘Ame’ biedt alleen ‘Amedée’ uit haar kleine litanie van voornamen de nodige letters. Er is bovendien geen enkele andere vrouwelijke Borluut die uit hun talloze voornamen deze initialen kan leveren. Vermoedelijk was ‘Amedée’ de roepnaam van Lucie etc. Borluut.
Met Lucie Amedée Borluut als meest waarschijnlijke ‘Miss Borluut’ – dat ‘Miss’ laat vermoeden dat freule Borluut een Engelse gouvernante had (toen erg in de mode) – staan we voor een nieuw enigma: wat bezielt er een adellijk meisje circa 1890 om muziek van bijna een eeuw geleden te gaan spelen? Temeer daar de huisrekeningen van de Borluuts rond 1880-1890 aankopen laten zien van pianopartituren met werk van Brahms, Schumann, Liszt en Saint-Saëns. Hebben we hier te maken met een bewuste keuze, een nadrukkelijke aandacht voor muziek die naar de algemene smaak van toen als afgeschreven geldt, of gaat het gewoon om nog bruikbaar studiemateriaal voor een leergierige pianiste? De combinatie met een ander instrument, in hoofdzaak de obligate viool kan ook zijn diensten bewezen hebben als oefening in het samenspelen.
Ongeacht deze denkbare praktische en didactische toepassingen van deze ‘oude’ muziek blijft de Miss Borluut-collectie, samen met de late periode, waarin de jonge pianiste zich in deze muziek verdiepte (en te merken aan de potloodnota’s, dèèd ze dat) een intrigerend voorbeeld van een onverwachte aandacht voor ‘voorbije’ muziek.”

Wie de teksten heeft geschreven over de componisten die we op deze CD kunnen beluisteren, staat er niet bij, maar ik gok dat het hier opnieuw Joris De Zutter betreft.
Gotifredo Giocomo Ferrari was afkomstig uit Rovereto (Zuid-Tirol), waar hij in 1763 geboren werd. Hij studeerde zang en klavecimbel in Verona en contrapunt in het klooster van Mariënberg. Hij trok naar Rome en Napels, waar hij Campan, de hofmaarschalk van koningin Marie-Antoinette, leerde kennen. Campan introduceerde Ferrari aan het Franse hof. In 1792 reisde hij (met een tussenstop in Brussel) naar Londen, waar hij kennis maakte met Haydn en Clementi. Hij stierf te Londen in 1842. Ferrari was een gewaardeerd operacomponist en een gezocht zangleraar. Naast zijn opera’s componeerde hij heel wat kamermuziek, waaronder veertig pianosonates met fluit- of vioolbegeleiding.
Daniel Steibelt werd in 1765 geboren te Berlijn. Hij was werkzaam als pianist en componist. Als pianist genoot hij een grote faam als uitvoerder en als pedagoog. Tussen 1797 en 1808 trad hij vaak op in Londen en ook in Wenen, waar hij een improvisatiewedstrijd met Beethoven aanging. Beethoven speelde Steibelt echter zowat onder zijn klavier. In 1808 trok Steibelt naar Sint-Petersburg waar hij dirigent werd van de Franse Opera in opvolging van Boieldieu. Hij leerde er John Field kennen en bleef er tot zijn dood in 1823.
M.L.Lamberti werd vermoedelijk circa 1760 geboren in Italië (Milaan?), waar hij actief moet geweest zijn als zangpedagoog. Verder is er van de man nagenoeg niets geweten. De partituur zelf leert ons het volgende: ‘M.L.Lamberti, Professeur de Piano à Savone’.
Violon obligé zoals op de CD hoes wordt vermeld, is eigenlijk een term die niet zelfstandig voorkomt. Hij wordt gebruikt op de titelpagina’s van de sonates van Lamberti en Steibelt: ‘Sonate pour le Forté Piano avec Violon obligé’. Net als bij de vroege vioolsonates van Mozart, was het in die tijd de gewoonte om sonates te schrijven waarbij de piano de hoofdrol speelt en de viool de ‘begeleiding’. De vioolpartij vraagt wel een grondige basistechniek, maar blijft tegenover de veeleisende pianopartij in de schaduw. Bij de sonates van Ferrari daarentegen is de vioolpartij niet ‘verplicht’: ‘Trois sonates pour Forté Piano avec accompagnement de Violon ad Libitum’, zo staat het er.

Referentie
Ronny De Schepper, Paul Klinck zoekt wie nu wel Miss Borluut mag zijn, Het Laatste Nieuws, 2 augustus 1996

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.