Morgen zal het veertig jaar geleden zijn dat Louis Paul Boon is gestopt met zijn “Boontjes”, zijn dagelijkse kursiefje in Vooruit.

In 2014 hervatte het Louis Paul Boon Genootschap de uitgave van de Boontjes, die vanaf 1959 in het dagblad Vooruit in Gent (nu De Morgen) verschenen. De Boontjes vormen een oeverloze rivier van rond de 7.000 bladzijden, een gestage meanderende stroom van dagelijkse overpeinzingen over zijn leven en werk. Onder redactie van Herwig Leus en Julien Weverbergh is er in de jaren tachtig een start mee gemaakt. Er verschenen acht delen (1959-1967) bij Uitgeverij Houtekiet in Antwerpen, maar deze uitgavereeks werd in 2003 gestopt wegens financiële problemen. Het bezwaar uit literaire hoek dat deze Boontjes marginaal werk zouden zijn, en enkel een journalistiek belang hebben, wordt door de teksten tegengesproken. Uiteraard niet steeds van hetzelfde niveau, zijn dit toch allerminst uit de schrijfmachine gerammelde ‘kursiefjes’, maar blijkt reeds na enkele maanden dat Boon zelf met de idee liep deze Boontjes te laten uitgroeien tot een ‘roman fleuve’. Proust achterna zoals hijzelf schreef, maar met een flinke scheut Sartre eraan toegevoegd. “Ik heb u van in het begin een meesterwerk in kipkap beloofd, iets dat ze na mijn dood zouden bundelen tot een monsterboek in tien delen en dat de bijbel van deze tijd ging zijn. Als daarna nog een boek van een andere verschijnen mocht, zou elkeen minachtend de schouders ophalen en zeggen: och kom, het staat reeds in het Meesterwerk in Kipkap” (24.7.61).
Zo’n 7.000 Boontjes; anekdoten uit de journalistieke wereld, herinneringen, gebeurtenissen in gezin en kleine wereld, politiek, sprookjes, bedenkingen, filosofieën over kunst (literatuur, film en plastische kunsten), dromen en verdromingen… Een gigantische roman die een kaleidoscopisch beeld geeft van onze eeuw. Waarin de persoonlijkheid van Boon de rode draad blijft.
Zonder zichzelf op de voorgrond te schuiven om een eigen image te creëren, bleef hij toch steeds aanwezig om de verantwoordelijkheid voor het wat en hoe van het verhaalde op zich te nemen.
De Boontjes tonen hoe klein én hoe groot de wereld rond het individu kan zijn. En daaruit putten zij een deel van hun magie. Evenals uit de spanningsvelden tussen fictie en realiteit. Louis Paul Boon putte uit beide, mengde ze tot een eigen leefwereld waarin beide polen elkaar moesten bevruchten, bouwde zijn eigen kleine wereld op waarin fantasie tot illustratie van de werkelijkheid, en realiteit tot Commentaar op de Creativiteit diende.
Ieder lezer zal zo wel zijn voorkeur-Boontjes hebben. De anekdotische, de ronduit grappige, de geëngageerde… al dient gezegd dat in deze stukjes vooral een milde Boon tonen: « Nu schrijf ik maar dag aan dag dit stukje voor u, en als ge het soms ook eens leest, glimlacht ge even of ergert u wat, en daarmee is het dan weer amen en uit » (25.10.60).
Vaak krijgen de Boontjes een intimistische sfeer, een babbel tussen Boon en zijn lezer, of van Boon tot zichzelf. Met melancholie, vertedering om wat hij ziet en hoort, weemoed naar voorbije dagen. « Het was een stille natte dag, met van die regen die niet vallen wou en zich liever tegen u komt aanvleien. Ik hou daarvan. De wereld ziet er dan minder hard uit, en de lui die men ontmoet minder spraakzaam. De natte straatweg lag zo verlaten, dat ik gerust met mezelf wat luidop praten kon. » (9.12.59)
Mijmeringen tot zichzelf. Ontroerend vaak, over zijn nimfijnen; over nicht Elsje wanneer hij een eerste maal zijn hand op de hare legde, een herinnering die beklijft: « De hele dag is het stil gebleven, binnen in mij, alsof het daar een ingesneeuwd landschap was » (24.11.59). Later wordt Elsje een heus personage, dat ook fictief gaat antwoorden op de avonturen die Louis Paul haar in de schoenen schuift. Zij wordt in de loop van de tijd de ruggengraat van de Boontjes, deze vrouw die in werkelijkheid Maria Aerts heet en één jaar ouder is dan Boon. Zij duikt overigens in het proza van Boon vaker op: als Marian in « De voorstad groeit », Maria in « Abel Gholaerts », nicht Maria in « Memoires van een kleine jongen » en in « De Kapellekensbaan », als nicht Elsje in « Verscheurd jeugdportret » en als het nichtje dat de neurotische erotiek begeleidt in « Eros en de eenzame man ».
Het gebruik van dergelijke figuren in zijn Boontjes, stimuleert de idee van de roman fleuve. Boon creëerde types als Mies de Kaartlegster, Jan Most, het echtpaar Kool, Tolfpoets die ook in “De Kapellekensbaan” en “Zomer te Ter-muren” opdook en in de rubriek «De tuin van Tolfpoets». Hij vermomde zichzelf ook en kwam tevoorschijn als b.v. Rhamadoe die af en toe met zijn verzameling pin-ups van alle landen en alle tijden opdraaft; Boon zelf had zijn ‘Fenomenale Feminatheek’.
Niet alle Boontjes zijn vanzelfsprekend van een hoge kwaliteit. Het ontbrak de auteur ook wel aan inspiratie, aan zin, aan onderwerp. Soms vulde hij een stukje op met mopjes. Soms ontbreekt een geslaagde pointe, neemt hij zijn toevlucht tot al te goedkope faits divers, komkommerverhalen die hij niet sterk weet te brengen. Maar meestal is de wijze waarop Boon in zijn stukjes de humor, een mild sarcasme, en ernst, commentaar op mens en maatschappij, samensmeedt tot een vertederend, dikwijls melancholisch geheel, literair van hoog niveau. Niks lijkt dan banaal in de leefwereld van Boon, het wordt door zijn geniale pen getransformeerd tot een boeiend onderwerp. Zelfs de plas van de hond: « Gisterenavond liep ik nog even met de hond mee, om hem zijn plasje te laten maken. Het duurt steeds wat vooraleer hij het voorwerp gevonden heeft, dat waardig wordt bevonden om er de poot tegen te heffen. Hij is daarin als een artiest, het moet hem inspiratie geven. » (16.5.60).
Laat het niet zo oneerbiedig bedoeld zijn, maar Boon lijkt wat op zijn hond. Heeft hij zijn onderwerp gevonden dat hem weet te inspireren, of het nu de buur is, het dagelijks forenzen naar Gent, of het kamperen, Sara Churchill, of Belle Van Zuylen, dan bijt Boon zich vast, en blijkt hij een begenadigd verteller. Andere dagen wordt zijn Boontje “mierenarbeid, iedere dag opnieuw woord na woord aan te slepen”.
Met deze uitgave van de Boontjes is een schat aan literair en documentair materiaal ontsloten. De commentaren van Weverbergh en Leus zijn literair-historisch en maatschappelijk relevant. Zij duiden de personen in een alfabetische ‘Nomenclatuur’: identificatie van reële personages die al dan niet onder hun eigen naam optreden in de Boontjes; het duiden van fictieve personen in relatie tot ander proza van Boon waarin zij opduiken. Het situeren van echte en gefingeerde plaatsnamen. Er is ook een uitgebreide rubriek met verwijzingen, een boeiende situering van Boon als journalist bij Vooruit en een algemeen register. Al “vergeet” men soms wel eens iets. Zo spreekt Boon in augustus 1963 over een roman over “de nieuwe Moll Flanders”, zoals hij Christine Keeler noemt. Hij vermeldt zelfs de titel: “De Nieuwe Ladies Hamilton”. Dat er sindsdien nooit meer iets van werd vernomen (waarom? bestààt die roman eigenlijk wel?), laten de auteurs echter onvermeld…
« Laat me af en toe ook eens een roman voor u schrijven. ’n Roman in schuifjes dan, » verzuchtte Boon op 13.10.1960. Met deze Boontjes is aan deze wens definitief tegemoet gekomen. De Boontjes laten zich lezen als ander prozawerk van Louis Paul Boon dat structureel parallel loopt, zoals “De Kapellekensbaan”.
Het Boon Genootschap neemt nu de uitgave van de resterende tien delen op zich omdat de Boontjes, na de oorspronkelijke publicatie in het dagblad Vooruit, het enige nog nooit uitgebrachte volumineuze deel van Boons oeuvre vormen. Ze behoren absoluut tot het literaire erfgoed van het Nederlandstalige gebied.
De voortzetting van de reeks verschijnt op volstrekt identieke wijze als de voorgaande acht delen bij Houtekiet. In opdracht van het Genootschap brengen Uitgever Roelants [voorheen de Oude Mol] te Nijmegen en de Stichting Isengrimus te Utrecht jaarlijks een band uit met verantwoording onder leiding van Jos Muijres, Boonkenner en universitair docent bij de Opleiding Nederlands aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Johan de Belie

Secretariaat Vlaanderen: John Jacobs, Martelarenstraat 143, 1800 Peutie 02 2512291 – jpgjacobs@skynet.be

Secretariaat Nederland: André Dumont, Groenestraat 114, 6531 HT Nijmegen 06 30014253 / 024 3565019 – mail@lpboon.net

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s