Indien alles goed zou zijn gegaan, had in het najaar van 1978 de rock-opera “De Kat” in première moeten gaan in Sint-Niklaas. “In het voorjaar reeds waren zo’n twintig Waaslanders druk in de weer met een project, dat volgens hen een grote weerklank zou moeten hebben. Dàt is alleszins wat de initiatiefnemers, Ronny De Schepper, Johan de Belie en Walter Vercruyssen, beogen,” zo schreef ikzelf in “De Voorpost” en aangezien ik daarin schreef onder het pseudoniem Jan Segers kon ik op die manier over mijzelf in de derde persoon schrijven. Helaas is het er nooit van gekomen. Toch zijn er een aantal interessante verwikkelingen aan voorafgegaan…

Zo schreef ik veertig jaar geleden volgende brief naar Peter Koelewijn: “Enigszins verstrooid omdat op de achtergrond (nou ja, “achtergrond”, met zoveel decibel!) je “Het beste in mij enz.” weerklinkt, deze nogal belangrijke brief. Ik zou de plaat natuurlijk kunnen afzetten, maar ik krijg het niet over mijn hart (ik vind ze zo goed, ik heb ze als mijn persoonlijke nummer één gezet voor het jaaroverzicht van Tliedboek, een muziektijdschrift waaraan ik meewerk). Maar goed, deze brief is niet bedoeld als een loflied, maar als pure, keiharde, zakelijke business.
Volgend jaar zijn wij van plan een rockmusical op de planken te brengen. “Wij” dat zijn de popgroep The Bluebirds, de toneelgroep Het STOKteater en uiteraard ikzelf als schrijver. Waar het precies zal gebeuren, dat weten we nog niet. Onze “basis” is immers Sint-Niklaas, maar op het ogenblik zijn we in onderhandeling met het Arenatheater uit Gent, dat beter gesitueerd is met het oog op een grotere uitstraling. Ook zijn we nog op zoek naar een paar hoofdvertolkers, vooral dan met het oog op hun zangkwaliteiten. Voorlopig komt Marijn Devalck (die vorig jaar een nogal Koelewijnachtige single uitbracht, “Hopla met de beentjes Marie”) het meest voor de mannelijke hoofdrol in aanmerking.
Het is een nogal apocalyptische, science-fictionachtige musical, geworteld in de milieuproblematiek. Maatschappelijke relevantie vind ik steeds nodig als basis voor artistiek werk, maar dat betekent zeker niet dat ik verder op sloganachtige wijze te werk ga. (Niet helemaal ten onrechte zou men een parallel kunnen trekken met hetgeen Bots doet, waarvan je overigens een paar uitstekende elpees in de groeven hebt geperst; ik heb trouwens een interview gemaakt met de jongens, eveneens voor Tliedboek.) De titel is immers “De Kat” en dit slaat op een meisje met een magische aantrekkingskracht, die met een aantal volgelingen erin slaagt de katastrofe te overleven. Op de puinen van de oude, bouwen zij dan een nieuwe maatschappij op.
Nu is het de bedoeling dat deze musical (uiteraard in het Nederlands) in de lente van volgend jaar op plaat zou worden opgenomen ter ondersteuning van de opvoering zelf (eind ’78, dus bij het begin van het volgende toneelseizoen). En, je raadt het al, het zou ook de bedoeling zijn dat jij die elpee zou producen. Wij hebben reeds een aantal partituren en binnenkort hopen we ook een paar tapes te hebben (als Theater Arena ermee instemt, deze mensen beschikken namelijk over een studio), maar ik wenste je eerst hierover in te lichten opdat je me een exact adres zou kunnen laten weten. Brieven naar platenfirma’s komen immers zelden in de juiste handen terecht.
Tot slot nog dit: de componist van de nummers is Walter Vercruysse. Deze man heeft nog samengewerkt met Walter Ertvelt, de Gentenaar die voor een paar teksten heeft gezorgd voor Rob De Nijs’ laatste elpee, ook al een productie van jou.
Dit was dan alles, Zie je, het kan niet missen: ook al word je dan ouder en denk je dat je niet lang meer te leven hebt, je zou die elpee voor ons toch nog moeten producen. Als ik God was of een mooie huid had, zou ik je wel weten te overhalen. Maar neem nu maar van mij aan: het beste van ons is zeker goed genoeg voor jou, anders zweer ik een eenzame drinker te worden!” (*)
Het antwoord kwam niet veel later en kan je lezen door de reproductie van de brief hiernaast aan te klikken. Op 28 december antwoordde ik op deze brief:
“Beste Peter,
Die tapes kunnen voorlopig nog een beetje uitblijven. De reden hiervoor is dat de onderhandelingen met Arena niet opschieten, omdat deze gebeuren via Marijn Devalck. Nu is Marijn zelf in onderhandeling met de platenfirma WEA voor een elpee die hij zou maken samen met Kris De Bruyne. Misschien ben je daarvan wel op de hoogte via Walter Ertvelt, die nu ook de manager van Marijn blijkt te zijn.
Indien Marijn bij WEA zou tekenen, kan hij uiteraard niet meer in aanmerking komen voor de mannelijke hoofdrol, althans niet op de plaat. Zelf geef ik er bovendien de voorkeur aan dat de cast voor de plaat en die voor de uiteindelijke opvoering (toch zeker de première) dezelfde zou zijn. Daarom ben ik zo vrij reeds iemand te suggereren die de plaats van Marijn zou kunnen innemen, omdat hij bij jou onder contract ligt en bovendien ook theaterervaring heeft, namelijk Rob De Nijs.
Net voor deze brief op de bus gaat, zal ik nogmaals trachten Marijn aan de lijn te krijgen (of eventueel Walter Ertvelt) en in een P.S. kan ik hierop dus nog eens terugkeren.
Indien nu Marijn zou wegvallen, verkleinen uiteraard ook de kansen op een vergelijk met Theater Arena, waaraan hij dus als acteur is verbonden. In dit geval zouden The Bluebirds een opname maken in hun eigen, nogal primitieve studio. Alleszins zou voor eind januari alles klaar moeten zijn en zouden dus de eigenlijke opnamen kunnen starten.
Indien dan de hoofdrollen door Nederlanders zouden worden vertolkt, spreekt het vanzelf dat de première beter in Nederland zou plaatsvinden.
Wellicht heb je al gemerkt dat de bijgevoegde partituren Engelse lyrics hebben. Dit komt omdat deze van de hand zijn van de componist Walter Vercruysse.”
Hier eindigt de kopie die ik nog van de brief heb. Er ontbreekt dus een stuk, maar ik ben er wel vrij zeker van dat die P.S. er niet is gekomen. Wat die Engelse teksten betreft heb ik wellicht uitgelegd dat Johan de Belie en ik die wel naar het Nederlands zouden vertalen.
Het antwoord van Peter vind je hiernaast. Dat gesprek in Mortsel leverde niet zo heel veel op, vooral omdat Peter toen vooral bekommerd was om Bonnie St-Clair, die op die avond een optreden verzorgde.
Die “primitieve” opname is er wel gekomen en is daarna naar Peter Koelewijn gestuurd, namelijk op 22 maart 1978, vergezeld van deze brief:
“Beste Peter,
Hierbij dan (eindelijk) een cassette met een paar opnamen uit de rock-musical ‘De Kat’. Ik voeg er ook een scenario bij, zodat je je een beeld kunt vormen van wat de overige nummers ongeveer zouden kunnen zijn.
Bij deze opnamen verzoeken de jongens me een paar opmerkingen te voegen:
– deze cassette is de enige opname, indien er nog exemplaren vereist zijn moet een nieuwe mixage gemaakt worden;
– de cassette is om ze universeel bruikbaar te maken niet-dolby opgenomen;
– de opnamekwaliteit bleek achteraf niet schitterend te zijn, maar om alweer geen vertraging op te lopen, sturen we je ze toch maar, in de hoop dat je ernaar zal luisteren terwijl je rekening houdt met de technische beperkingen;
– een artistieke beperking was dat de vier blazers (tenor, alt, trompet, trombone) niet ter beschikking waren.
Wat staat er nu allemaal op?
1.THE WEDDING PARTY (zie scenario p.29, 18de scène)
Opmerking: dit wordt normaal door diverse artiesten gezongen (cfr. het scenario)
2.THE GUESTS ARE MET (zie p.13, 6de scène)
3.REBELLION (“the main theme”, keert verscheidene malen terug)
4.MENSDIEREN (p.15, 7de scène)
Omdat “mensdieren” niet kunnen spreken, is hier geen echte tekst bij
5.DE UITDAGING (p.27, 16de scène)
Drukt het gevecht uit
6.SEAGULL: een sfeernummer, bevat diverse elementen die hier en daar in de rock-opera (functioneel) opduiken.
Dan heb ik daar zelf (mono) nog aan toegevoegd een paar opnamen van The Bluebirds zelf:
7.IT MUST BE LOVE (Vercruyssen)
8.BLUES FOR KITTY (Goossens-D’hooge)
9.SUBWAY PEOPLE (Vercruyssen)
Een nummer waarin Walter Vercruyssen alle instrumenten zelf bespeelt; het is de titelsong van een concept-elpee over “Outcasts” die hij graag zou maken.
10.SOLAR GRIT (Goossens-D’hooge)
11.GET AROUND MUCH (Vercruyssen-D’hooge)
12.RONNIE (Vercruyssen)
Uit “Outcasts”. Het nummer gaat niet over mij, dank u.
13.MEADOW SONG (Vercruyssen-D’hooge)
14.MENDICANT FRIAR (Vercruyssen-D’hooge)
Veel luistergenot en hopelijk binnenkort een positieve reactie?”
Nu, die positieve reactie kwam er niét. Peter Koelewijn vond de kwaliteit inderdaad minderwaardig en vroeg daarom dat de groep zelf naar Hilversum zou komen (**). Dat is ook gebeurd, maar The Bluebirds hebben die auditie zonder drummer afgewerkt, wat niet echt een succes bleek te zijn. Hier stopte dan ook het Koelewijn-verhaal. De tapes met de opnames van The Bluebirds heb ik later aan Johan Verminnen bezorgd en daarmee eindigt ook dit verhaal, want die hebben we nooit meer teruggezien. Nog niet zo lang geleden heb ik aan Jean-Pierre Goossens, de bassist van The Bluebirds, gevraagd of er geen opnames uit die tijd hebben overleefd en dat blijkt niet zo te zijn. Jammer maar helaas.

Ronny De Schepper

(*) Een beetje merkwaardig einde voor een brief misschien, maar wie het werk van Peter Koelewijn goed kent, zal merken dat ik in deze paragraaf alle titels van de nummers op de elpee “Het beste in mij is niet goed genoeg voor jou” van Koelewijn heb verwerkt.
(**) Dat staat nochtans niet zo in de hierbij gevoegde brief. Ik kan alleen maar gissen dat ik na deze brief nog even telefonisch contact heb gehad met Peter Koelewijn.

Een gedachte over “Veertig jaar geleden: brief naar Peter Koelewijn over “De Kat”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s