Vandaag is het vijftig jaar geleden dat Brian Epstein, de manager van The Beatles (links op de foto, tegenover producer George Martin), om het leven kwam. Als doodsoorzaak wordt eerst een overdosis slaapmiddelen opgegeven, pas later zal men als echte oorzaak zelfmoord suggereren. The Beatles zelf zitten op dat moment in Bangor (Wales) bij Mahesh Maharishi Yogi (zie mijn bericht van enkele dagen geleden). Nu ze niet meer op tournee gaan, hebben ze niet veel contact meer met Brian. Zeggen dat Beatlemania er de oorzaak van was dat Brian zich van het leven benam is dus niet alleen overdreven, men kan integendeel eerder stellen dat het wegebben van Beatlemania (aangezien ze niet meer op tour gingen) er eerder schuld aan is!

Het feit dat Epstein homo was in een periode dat dit – ondanks de Swinging Sixties – “not done” was (in Engeland stonden er zelfs nog gevangenisstraffen op), heeft zeker ook een rol gespeeld (denk maar aan schrijver Joe Orton of producer Joe Meek die datzelfde jaar ook in dramatische omstandigheden om het leven zouden komen). Als men dit element voegt bij dat van de verwijdering van The Beatles, dan komt men trouwens al vlug terecht bij de theorie die zegt dat Brian verliefd was op John Lennon en dat hij het niet kon verwerken dat deze liefde niet werd beantwoord. Ook over de fameuze vakantie van John en Brian in Spanje, terwijl Johns vrouw Cynthia in Liverpool was bevallen van Julian, heb ik het nog onlangs gehad. Hierover is trouwens ook ooit een korte film gedraaid. Hierin speelde acteur Ian Hart de rol van John Lennon, net als in “Backbeat”. (Volgens “schandaalbiograaf” Albert Goldman in “The Lives of John Lennon” had Epstein met Lennon een SM-verhouding. Hij suggereert zelfs dat Epstein om het leven zou zijn gekomen tijdens een SM-spel met een Coldstream Guardsman. Zijn advocaat David Jacobs, die 16 maanden later zélf op dergelijke manier omkwam, zou dit helpen verdoezelen hebben.)
Dat de liefde niet wederzijds was, heeft natuurlijk op de eerste plaats te maken met het feit dat John op de eerste plaats toch wel heteroseksueel was, maar ook dat, als hij dan toch al neigingen tot liefde tot het eigen geslacht zou hebben vertoond, dit op de eerste plaats voor zijn artistieke vriend Stu Sutcliffe was. Volgens Stu’s zus Pauline is Brian alleszins de oorzaak dat de rol van Sutcliffe bij The Beatles werd geminimaliseerd. Als manager raaddde Brian The Beatles af om veel over hun tijd in Hamburg te spreken. Dat zou maar een slechte indruk maken. Al die stripteasedanseressen, prostituées en zo… Dat Epstein, in navolging van wat Colonel Parker met Elvis Presley deed, The Beatles “respectable” wilde maken, ook voor de ouders, denk maar aan de invoering van kraagloze jasjes, die dan later als Beatle-jasjes bekend zouden worden, omdat hij vond dat het gedaan moest zijn met de lederen jekkers die ze tot dan toe droegen (they had to clean up their act. iets waarin hij is geslaagd, zodat de meer rebelse jongeren zich liever tot de Rolling Stones bekeerden), is zeker waar. Maar er kan in het licht van heel die homofiele historie natuurlijk ook nog iets anders meegespeeld hebben. Tegen een dode kan je namelijk nooit concurreren… En dat John Stu nooit vergeten is, zou volgens Astrid moeten blijken uit de mooie ballade “In my life”, opgedragen aan zijn vrienden, waarvan “some are dead and some are living“.
De relatie tussen Epstein en The Beatles gaat eigenlijk terug op de dag dat ene Raymond Jones in de platenwinkel van Brian Epstein in Liverpool naar “My bonnie”, het singeltje van Tony Sheridan met The Beatles, vraagt. Epstein heeft het niet in huis, wat hem verschrikkelijk ongelukkig maakt, want hij gaat er prat op dat hij àlles in huis heeft. Het wordt nog erger als op maandag de winkel heropent en twee meisjes binnen stappen die naar hetzelfde plaatje vragen. Zij weten een verbijsterde Epstein te vertellen dat The Beatles eigenlijk van Liverpool zijn en dat de plaat zowaar in Duitsland werd opgenomen (*). Daarop besluit Epstein dat hij ze toch eens wil gaan beluisteren in The Cavern Club, waar ze op dat moment spelen. The rest, zoals dat dan heet, is history
Nochtans vindt Epstein er oorspronkelijk eigenlijk niks aan, hij houdt zelfs helemaal niet van popmuziek. Volgens Hunter Davies (“The Beatles, the authorised biography”) ging zijn voorkeur uit naar klassieke muziek, meer bepaald naar Jean Sibelius (p.129), en als het dan toch wat lichter mocht zijn, dan was er altijd nog… Edmundo Ros. Dat belet hem echter niet om als succesvolle platenverkoper een poprubriekje te schrijven in Mersey Beat. Zo noteert hij o.a. dat “the Shadows’ popularity seems to increase continually.” “That must have made The Beatles puke,” besluit Davies (p.130).
Niet gehinderd door enige kennis gelooft hij desondanks in The Beatles als hij ze aan het werk ziet in de duistere Cavern: “Eens zullen ze beroemder zijn dan Elvis Presley,” voorspelt hij. In de (mede door George Harrison gefinancierde) Monty Python-parodie “All you need is cash” luidt het echter anders. Dan blijkt de homoseksuele manager van “The Rutles” niet echt in hun muziek geïnteresseerd, maar wel in “their trousers”.
Volgens Hunter Davies zei hij in werkelijkheid: “I liked them because of this quality they had, a sort of presence. They were incredibly likeable.” En over de reden waarom de Beatles met hém in zee wilden gaan is hij heel eerlijk: “I had money, a car, a record shop. I think that helped. But they also liked me.” (p.138)
Toch moet ook Davies toegeven: “If he hadn’t become their manager, it’s unlikely they would ever have been friends.” (p.243)
Vooral de verhouding met Paul McCartney ligt moeilijk: “I think Paul thinks I’m closer to John than I am with him. It’s not really true. It was earlier on, but now I love them all equally.” (p.243-244)
Een leuke anekdote uit de tijd dat het nog “minder goed” ging tussen Paul en Brian… Op het moment dat Epstein de Beatles bij zich roept om hun onderling contract te bespreken, komt Paul McCartney niet opdagen. Epstein, als Pietje Precies, is furieus en vraagt George Harrison hem op te bellen. Paul blijkt in bad te zitten. “This is disgraceful,” brult Epstein, “he’s going to be very late!” Waarop George met de droge humor die kenmerkend is voor hem repliceert: “Late, but very clean…” (Davies, p.137)
Enfin, uiteindelijk slaagt Epstein er toch in om de Beatles in het gareel te laten lopen. Door sommigen werd hem dat kwalijk genomen. Vooral John Lennon had het er met name erg moeilijk mee: “We couldn’t say it, but we didn’t really like going back to Liverpool. Being local heroes made us nervous. When we did shows there they were always full of people we knew. We felt embarrassed in our suits and being very clean. We were worried that friends might think we’d sold out. Which we had, in a way.” (p.188-189)
Epstein verdedigt zich: “I didn’t change them. I just projected what was there. What was there was this presence. On stage they had this undefinable feeling. But it was being spoiled by smoking and eating and talking to the front few rows.” (Davies, p.141)
Het was op voorspraak van ene Mike Smith, die op 13 december naar The Beatles in de Cavern was komen luisteren, dat Brian Epstein zijn poulains (na de vraag naar “My Bonnie” in zijn platenwinkel twee maand eerder) eerst naar Decca bracht, waar ze echter worden afgewezen “omdat gitaargroepen uit de mode zijn“. Toch krijgen Brian Poole and the Tremeloes, die diezelfde dag (nieuwjaarsdag 1962 was blijkbaar een gewone werkdag bij Decca) een auditie deden, wél een contract aangeboden. Op dat moment hadden The Beatles al heel wat eigen nummers maar op aanraden van manager Brian Epstein “they stick to standards” (Hunter Davies, p.143). Dat bleek uiteindelijk een van de redenen te zijn om hen te weigeren…
De dood van Brian Epstein zou in the long run tot de split van The Beatles leiden. Na zijn dood kozen John, George en Ringo immers voor Rolling Stones-manager Allen Klein, terwijl Paul zijn schoonvader Lee Eastman had voorgesteld. Veel later zal hij trouwens toch nog zijn gelijk halen, als zal blijken dat Klein The Beatles voor zo’n vijf miljoen dollar had opgelicht.

Ronny De Schepper

(*) Uiteindelijk zou Epstein 200 exemplaren bestellen. Hunter Davies schrijft er niet bij (p.136) of hij die dan ook alle 200 heeft kunnen verkopen, maar in the long run zal dat wel geen probleem geweest zijn natuurlijk. Eens de Beatles bekend waren, wilden de fans wellicht àlles wat ze ooit hadden uitgebracht…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s