Het is vandaag precies honderd jaar geleden dat de Franse acteur, komiek en zanger Bourvil, pseudoniem van André Raimbourg, werd geboren.

Zijn acteursnaam is afgeleid van het dorp Bourville in Normandië, waar hij zijn kindertijd doorbracht. Bourvil startte als Fernandel-imitator en nam net als zijn idool een driehonderdtal liedjes op, voornamelijk in de hem kenmerkende naïef-humoristische stijl.
53 bourvil en fernandelAls fan van Fernandel stelde Bourvil zich dan ook heel wat voor van “La cuisine au beurre” van Gilles Grangier uit 1963. Helaas stelde Fernandel zelf alles in het werk om het leven van Bourvil zuur te maken. Hij wou de fakkel niet uit handen geven. Nu, ik moet eerlijk zeggen dat ik daar in de uiteindelijke montage van de film niets heb gemerkt. Integendeel, het scenario legde het er zo op aan dat die aflossing van de wacht er juist zat aan te komen. In de film komt Fernandel immers jaren na de oorlog uit Duitsland terug, waar hij een verhouding had met “ein Deutsches Mädel” (Anne-Marie Carrière) wier echtgenoot vast zat in Siberië. Als haar man echter vrijgelaten wordt, zit er voor Fernandel (die in de film de naam Fernand draagt, net zoals Bourvil ook gewoon André heet; ze komen beiden ook uit hun echte regio: Fernand uit Marseille en André uit Normandië) niets anders op dan terug te keren naar zijn vroegere restaurant in Martigues (men kan niet zeggen dat de afscheidsscène op het perron van Krems erg emotioneel verloopt – toch niet van de kant van Fernand). Maar in Martigues staat zijn naam al op het monument van de gesneuvelden en is zijn vrouw (een veel te jong gecaste Claire Maurier) met de Normandische inwijkeling André getrouwd. Fernand wordt eerst met open armen ontvangen, tot blijkt dat volgens de wet en volgens de kerk hij nog steeds de wettelijke echtgenoot van Christiane is. Dan gaan de poppen aan het dansen natuurlijk. Hoe het uiteindelijk afloopt, ga ik niet verklappen al zou men nauwelijks van een spoiler kunnen gewagen, zo flauw is het.
28 louis de funes en bourvilDe personages die Bourvil vertolkte waren vaak zachtaardig en naïef, zoals in de succesfilm van Gérard Oury, Le Corniaud (1965), waarin Bourvil het perfecte contrast vormde met zijn tegenspeler Louis de Funès. In 1956 was er al “La traversée de Paris” van Claude Autant-Lara geweest, waarin we een eerste confrontatie tussen Bourvil en Louis de Funès meemaken, maar eigenlijk draait de film op het samenspel tussen Bourvil en Jean Gabin.
Later zal Bourvil ook de hoofdrol vertolken in “La jument verte” van Claude Autant-Lara, een als komedie bedoeld onding over een ruzie tussen twee families, die tegelijk symbool staan voor de strijd op het platteland tussen “klerikalen” en “republikeinen” in de nadagen van de Franse Revolutie. Het misogyne karakter van de film mag dan nog realistisch zijn wat de periode waarin hij zich afspeelt betreft of misschien zelfs voor de periode waarin hij werd gedraaid, het is nu toch tenenkrullend als men er naar kijkt. Maakt u zich overigens vooral geen zorgen over waarop de titel in godsnaam wel mag slaan, zeker aangezien die “jument verte” al na enkele minuten dood is (men wilde het wellicht een echt paard niet aandoen om voortdurend groen geschilderd rond te lopen). De titel slaat eerder op een schilderij dat men ervan had gemaakt en dat zogezegd geluk zou brengen aan de bezitters ervan. Ook andere bekende komieken als Francis Blanche of Yves Robert spelen een belangrijke rol in deze ongein.
In “Le bossu” van André Hunebelle uit 1959 krijgt Bourvil de weer de rol als sidekick van Jean Marais toegewezen.
Later schitterde het duo Bourvil-de Funès nogmaals in de kaskraker La Grande Vadrouille (1966), eveneens onder regie van Oury.
21 Le CerveauEen andere grote rol had Bourvil ook nog in Le Cerveau (1969), naast Jean-Paul Belmondo, Eli Wallach en David Niven.
Bij het grote publiek zal Bourvil bekend blijven dankzij zijn rollen in komische films. Hij vertolkte echter ook dramatische personages: in het drama Le Miroir à deux faces (1958) en in de tragikomedie Fortunat (1960) stond hij tegenover Michèle Morgan, in Jean-Paul Le Chanois’ versie van Les Misérables (1958) nam hij de rol van de hatelijke Thénardier voor zijn rekening en Bourvil vertolkte ook een bijrol in The Longest Day (1962), waarin hij een Franse burgemeester speelde. In zijn laatste film, de sombere politiefilm Le Cercle rouge (1970), had hij als inspecteur onder meer af te rekenen met zware jongen Alain Delon.
Hij overleed op 53-jarige leeftijd aan de gevolgen van de ziekte van Kahler, een kwaadaardige woekering van een bepaald soort witte bloedcellen, waartegen hij lange tijd tevergeefs heeft gevochten. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s