Ik heb een zwak “pour les petits coureurs”. De uitdrukking heb ik natuurlijk ontleend aan de schitterende film “Le Vélo de Ghislain Lambert” van Philippe Harel uit 2001 met Benoit Poelvoorde in de hoofdrol. Ik refereer dan natuurlijk aan de slotscène, waarin ex-wielrenner Ghislain Lambert (rol van Poelvoorde) verkoper op rommelmarkten is geworden. Hij zit in een Miroir du Cyclisme te lezen, waarin een poster staat van de kampioen van dat moment, een zekere Freddy. En kijk, wie is er geïnteresseerd in de miniatuurwielrennertjes die tussen de rommel van Ghislain liggen? Niemand minder dan de kampioen in kwestie (rol van niemand minder dan een andere fantast: Koen De Koker)! Lambert verkoopt hem de rennertjes (niet zonder Freddy een beetje “in’t zak” te zetten) en besluit hem de poster te laten tekenen. En wat schrijft onze Freddy als opdracht? “Pour les petits coureurs”…

Ik vind dat een prachtige woordspeling. Want Freddy heeft het natuurlijk over die miniatuurrennertjes, maar tegelijk is het een hulde van een grote kampioen aan “les petits coureurs”, zonder wie er geen peloton was, zoals ook Trevor Bull in zijn brief aan mij schrijft. En zonder peloton zijn er ook geen kampioenen die er bovenuit steken…
Maar hoe herkent men nu “un petit coureur”? Daarvoor ga ik graag eens op de Wielersite buurten. Vaak zie ik daar foto’s van volkomen onbekende wielrenners wier grootste betrachting het blijkbaar is eens samen met een grote vedette op de foto te staan. Meestal is dat aan de start (uiteraard niet aan de aankomst) van een wedstrijd, maar onze Lorenzo Alaimo is erin geslaagd om zowaar een foto van zichzelf te laten nemen naast de grootste renner aller tijden, Eddy Merckx en in de grootste wielerwedstrijd ter wereld, de Tour de France. Geef toe, er zijn niet veel “petits coureurs” die zoiets kunnen zeggen!
Dat was dan in de Ronde van 1974 die Lorenzo ook heeft uitgereden met een 105de plaats als resultaat. Helaas is dat – nog steeds volgens de Wielersite – ook zijn enige wapenfeit. Een jaar later zou hij nog bij wat kleine Waalse ploegjes rijden van het genre “ook achteraan het peloton moet er reclame zijn”, maar dat was het dan ook. Maar Lorenzo had toch z’n foto! Die zouden ze hem alvast niet meer afnemen.
Hoe kwam trouwens een Italiaan bij het Nederlandse Frisol terecht en zo in de Tour? Wel, eigenlijk woonde Lorenzo Alaimo in Henegouwen. Hij was dus eerder een Belg van Italiaanse afkomst. Maar zelfs dan nog blijf ik het vreemd vinden dat hij in een door en door Hollandse ploeg is terecht gekomen. Hij lijkt samen met de Luxemburger Jean Becker wel speciaal voor de Tour te zijn aangeworven (vanaf 1 juni), al is deze laatste uiteindelijk toch niet aan de start van het wielermonument verschenen.
Maar wacht, hiermee is het verhaal niet af! Bij mijn kinderen heeft Alaimo deze Ronde van 1974 ook gewonnen! Dat vond ik echter een beetje te veel van het goede en onlangs heb ik deze dan ook “herspeeld” op computer met deze keer Joaquim Agostinho als winnaar vóór Eddy Merckx. Agostinho… ook een tragische figuur, maar zeker geen “petit coureur”! Maar toch vind ik het nu jammer dat ik Alaimo bij zijn verjaardag deze overwinning (althans toch op “papier”) niet meer kan aanbieden…

8 gedachtes over “Lorenzo Alaimo wordt 65…

  1. Was inderdaad een renner die in het sukkelstraatje zat van de spookploegen.

    ALAIMO Lorenzo (ITA)
    ° 15/06/1952 Hensies

    CARRIERE
    1974 Frisol-Flair Plasticsprof
    1975 Presutti-Notari-Mesa Ranchprof / Splendor-Presuttiprof / Splendor-Struvayprof

    Liked by 1 persoon

    1. lorenzo alaimo heeft ondertussen 4 kinderen en 8 kleinkinderen waaronder ik een van zijn kleinkinderen ben en ik ben super trots op hem en eddy merckx daagde hem uit hij zei: als jij de tour helemaal uitrijdt krijg je een foto en een handtekening.

      Liked by 1 persoon

      1. Beste Kyara,

        Hieronder geef ik mijn reactie op hetgeen Sarah Alaimo geschreven heeft (ik ben niet zeker of ze dit item nog volgt, ze was precies nogal boos). En gezien het of uw moeder of uw tante is (ik kan die niet uitmaken uit hetgeen je schrijft), kan jij haar misschien deze commentaar doorgeven.

        Beste Mevrouw Sarah Alaimo,

        Graag wil ik reageren op uw commentaar op het artikel dat Ronny De Schepper schreef en waarin melding werd gemaakt van uw vader, Lorenzo Alaimo.
        De term ‘Acheteraan het peloton moet ook reclame zijn’ verwijst naar de titel van mijn boek. Het is een uitspraak van een van de sponsors (meer bepaald Fred Rompelberg) van een van die vele ploegen die in de jaren 60 en 70 in het peloton aanwezig waren.
        Vele van die ploegen (en deze van Fred Rompelberg was gelukkig een uitzondering) werden opgezet door, laat het mij voorzichtig uitdrukken, vreemde figuren.
        Ze beloofden de renners gouden bergen, maar dikwijls stopten de betalingen al na een drietal maanden en zaten de renners (weer) in de problemen.
        Een van die ploegen was Presutti-Notari- Mesa Ranch (en de opvolgers). Een ploeg waar je vader in 1975 voor een deel van het jaar deel van uitmaakte.
        Dus ‘Achteraan het peloton …’ heeft niks te maken met renners die niet mee zouden kunnen, en is zeker niet denigrerend bedoeld. Indien u het boek zou gelezen hebben zou u dat weten. Mij baserend op uw commentaar hebt u dat boek niet gelezen.
        In tegendeel, het boek is een ode aan die renners die er alles voor over hadden om profrenner te worden, maar die jaar na jaar in de verkeerde ploegen terecht kwamen en daar als het ware uitgebuit werden.
        Het is zelfs zo dat een van de in het boek vermelde renners mij achteraf contacteerde en bedankte omdat dit verhaal eindelijk ook eens neergeschreven werd. De verhalen van die renners wiens carrière gefnuikt werd door opportunisten die snelle reclame zochten in het wielerpeloton maar geen rekening hielden met de renners.
        Trouwens de uitdrukking ‘kleine renner’ is evenveel waard als de uitdrukking dat Waasland-Beveren een ‘kleine voetbalploeg’ is. U moet toegeven dat uw vader niet het palmares heeft van een Eddy Merckx, Roger De Vlaeminck, Walter Godefroot, Frans Verbeeck enz … Maar anderzijds, en daar begin ik mijn boek mee, konden er nooit grote kampioenen zijn indien het peloton niet zou gevuld zijn met ‘kleine’ renners.
        Dus in tegendeel tot wat u meent te lezen, is het artikel van Ronny De Schepper en mijn boek, een eerbetoon aan renners zoals uw vader. Hun geschiedenis mocht ook eens verteld worden.
        Dat was ook de mening van vele kopers van mijn boek die mij achteraf gevraagd hebben om ook de verhalen van andere ‘spookploegen’ te beschrijven (in mijn boek gaat het voornamelijk over de ploegen die door Ton Vissers werden opgezet).
        Zo een boek staat op mijn To Do-lijstje, maar dan zal ik wel de hulp nodig hebben van renners die betrokken waren bij die ploegen.
        Vandaar dat ik bv. ook graag van je vader zou willen weten wat er in 1975 nu echt gebeurd is met zijn ploeg en wat zijn verhaal is.
        Kortom, ik veronderstel dat u het artikel van Ronny slechts vluchtig gelezen hebt en niet direct begrepen hebt wat er werkelijk in staat en dat u mijn boek ook niet gelezen hebt. Laat het mij erop houden dat u het Italiaanse temperament van uw vader geërfd hebt (een temperament dat hem de Tour de France deed uitrijden) en dat u misschien iets te heftig gereageerd hebt.
        Doe de respectvolle groeten aan uw vader en wens hem nog het allerbeste toe. Hij is een deel van de wielergeschiedenis.
        Met vriendelijke groeten,

        Jan De Smet
        P.S.: Het boek ‘Achteraan het peloton moet ook reclame zijn’ is jammer genoeg uitverkocht.

        Liked by 1 persoon

      1. “Achteraan het peloton moet er ook reclame zijn” is een boek van Jan De Smet. Er is trouwens een link aan vastgekoppeld. Het spijt me overigens heel erg dat u zo reageert. Ik vind dit integendeel één van de beste stukjes die ik ooit heb geschreven, heel respectvol voor de “kleinere renners”. Dan vind ik de reactie van uw dochter dat Lorenzo blijkbaar de Tour uitreed gewoon om een foto met handtekening van Eddy Merckx te krijgen veel toffer. Respect!

        Like

  2. Beste, ik ken u niet, en ik denk dat u mijn vader, Lorenzo Alaimo ook niet kent, dat leid ik af uit uw tekst. ‘Zijn grootste betrachting op de foto met Eddy Merckx’
    En uw uitdrukking ‘ook achteraan het peloton moet er reclame zijn’ vind ik niet gepast. Mijn vader was als beroepsrenner inderdaad terug te vinden achteraan het peloton, maar moest u wat meer over hem opgezocht hebben zou u weten dat hij in zijn beginnersjaren veelal vooraan het peloton te vinden was. Meerdere keren in de top drie reed, door zijn getinte huidskleur ‘het zonnekind’ Van het peloton werd genoemd .
    Zeer jammer dat uit uw artikel mijn vader een derderangs coureur blijkt te zijn, die enkel met ‘een grote coureur’ op de foto wou.
    Vriendelijke groeten,
    Sarah Alaimo
    Dochter van Lorenzo Alaimo

    Like

    1. Beste Mevrouw Sarah Alaimo,

      Graag wil ik reageren op uw commentaar op het artikel dat Ronny De Schepper schreef en waarin melding werd gemaakt van uw vader, Lorenzo Alaimo.
      De term ‘Acheteraan het peloton moet ook reclame zijn’ verwijst naar de titel van mijn boek. Het is een uitspraak van een van de sponsors (meer bepaald Fred Rompelberg) van een van die vele ploegen die in de jaren 60 en 70 in het peloton aanwezig waren.
      Vele van die ploegen (en deze van Fred Rompelberg was gelukkig een uitzondering) werden opgezet door, laat het mij voorzichtig uitdrukken, vreemde figuren.
      Ze beloofden de renners gouden bergen, maar dikwijls stopten de betalingen al na een drietal maanden en zaten de renners (weer) in de problemen.
      Een van die ploegen was Presutti-Notari- Mesa Ranch (en de opvolgers). Een ploeg waar je vader in 1975 voor een deel van het jaar deel van uitmaakte.
      Dus ‘Achteraan het peloton …’ heeft niks te maken met renners die niet mee zouden kunnen, en is zeker niet denigrerend bedoeld. Indien u het boek zou gelezen hebben zou u dat weten. Mij baserend op uw commentaar hebt u dat boek niet gelezen.
      In tegendeel, het boek is een ode aan die renners die er alles voor over hadden om profrenner te worden, maar die jaar na jaar in de verkeerde ploegen terecht kwamen en daar als het ware uitgebuit werden.
      Het is zelfs zo dat een van de in het boek vermelde renners mij achteraf contacteerde en bedankte omdat dit verhaal eindelijk ook eens neergeschreven werd. De verhalen van die renners wiens carrière gefnuikt werd door opportunisten die snelle reclame zochten in het wielerpeloton maar geen rekening hielden met de renners.
      Trouwens de uitdrukking ‘kleine renner’ is evenveel waard als de uitdrukking dat Waasland-Beveren een ‘kleine voetbalploeg’ is. U moet toegeven dat uw vader niet het palmares heeft van een Eddy Merckx, Roger De Vlaeminck, Walter Godefroot, Frans Verbeeck enz … Maar anderzijds, en daar begin ik mijn boek mee, konden er nooit grote kampioenen zijn indien het peloton niet zou gevuld zijn met ‘kleine’ renners.
      Dus in tegendeel tot wat u meent te lezen, is het artikel van Ronny De Schepper en mijn boek, een eerbetoon aan renners zoals uw vader. Hun geschiedenis mocht ook eens verteld worden.
      Dat was ook de mening van vele kopers van mijn boek die mij achteraf gevraagd hebben om ook de verhalen van andere ‘spookploegen’ te beschrijven (in mijn boek gaat het voornamelijk over de ploegen die door Ton Vissers werden opgezet).
      Zo een boek staat op mijn To Do-lijstje, maar dan zal ik wel de hulp nodig hebben van renners die betrokken waren bij die ploegen.
      Vandaar dat ik bv. ook graag van je vader zou willen weten wat er in 1975 nu echt gebeurd is met zijn ploeg en wat zijn verhaal is.
      Kortom, ik veronderstel dat u het artikel van Ronny slechts vluchtig gelezen hebt en niet direct begrepen hebt wat er werkelijk in staat en dat u mijn boek ook niet gelezen hebt. Laat het mij erop houden dat u het Italiaanse temperament van uw vader geërfd hebt (een temperament dat hem de Tour de France deed uitrijden) en dat u misschien iets te heftig gereageerd hebt.
      Doe de respectvolle groeten aan uw vader en wens hem nog het allerbeste toe. Hij is een deel van de wielergeschiedenis.
      Met vriendelijke groeten,

      Jan De Smet
      P.S.: Het boek ‘Achteraan het peloton moet ook reclame zijn’ is jammer genoeg uitverkocht.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s