Vandaag is het negentig jaar geleden dat de Italiaanse wielrenner Ottavio Bottecchia in mysterieuze omstandigheden tijdens een training vermoord werd aangetroffen. Hij was de eerste Italiaanse wielrenner die de Tour de France won in 1924 (*) en een jaar later deed hij dat kunststukje nog eens over. Hij boekte in totaal negen ritzeges en droeg 34 dagen de gele trui.

Lange tijd heeft men gedacht dat hij omwille van zijn linkse sympathieën door extreem-rechts werd vermoord, maar een boer bekende later op zijn sterfbed (**) dat hij een renner aan zijn druiven had zien zitten en die in blinde woede had gedood. Hij had echter één ding over het hoofd gezien: de druiven waren op dat moment (juni 1927) nog niet rijp. Daarop heropende men het onderzoek en wat bleek? De boer had inderdaad slechts de halve waarheid verteld. Hij bleek niet zo maar “een” renner te hebben doodgeslagen, hij kende Bottecchia integendeel zeer goed. En de uiteindelijke versie is nu dat het om liefdesrivalen ging. Toch kan het geen toeval zijn dat de Bottecchia-fietsen, waarop later o.m. de Z.G.-ploeg reed, in helrood zijn gespoten (denk b.v. aan de zegevierende tijdrit van Greg Lemond in de Tour van 1989). Toen Gino Bartali b.v. na de fameuze Tour van 1948, zoals beloofd bij een eventuele overwinning, zijn fiets ging “offeren” aan paus Pius XII had hij het rode frame van zijn Bottecchia-fiets voor alle zekerheid met zwart overschilderd… (***)
Die Tour van 1925 kreeg Bottecchia overigens niet cadeau. Hij kreeg een dreun van jewelste in de Pyreneeënrit en verloor zijn leiderstrui aan de Waal Adelin Benoit. Tijdens de rustdag in Luchon begon Wontergemnaar Lucien Buysse onderhandelingen met baas Montet van constructeur Automoto. Karel Van Wijnendaele was daarbij present, als tolk voor Buysse. Zijn relaas vinden we terug in zijn boek: “Mensen en Dingen uit de Ronde van Frankrijk”: “Montet was kort en gebeten in zijn bewoordingen. Ik weet niet hoeveel het zal kosten, maar morgen in Luchon-Perpignan moet Benoit van zijn troon gehaald. ‘Zeg hun,’ zei Buysse, ‘dat ik ervoor insta dat Bottecchia morgen aan de leiding staat en dat hij de Ronde wint, mitsgaders men mijn geldelijke voorwaarden aanvaardt.’ ‘En die zijn?,’ vroeg Montet. ‘Tienduizend frank van Bottecchia, tienduizend van Automoto en verder mijn part in al wat Bottecchia zal winnen aan premiën tijdens de Ronde.’
Om kort te gaan: ’s anderendaags reed Benoit lek aan de voet van de Puymaurens, 28 km klimmen. Buysse ontbond meteen zijn duivels. Benoit kreeg 40′ aan het been en Bottecchia won die Ronde. Maar Buysse hield dus alles samen meer dan 30.000 frank over aan die campagne. Een hele som, als men weet dat een arbeider toen zowat drie frank per uur verdiende.”
(****)
Bovendien won Buysse een jaar later de langste Tour uit de geschiedenis. De renners hebben er 5.745 kilometer opzitten als ze Parijs bereiken, een slordige 2.000 meer dan in de hedendaagse edities. De Belgen domineerden die Tour als nooit tevoren. Ze winnen twaalf van de zeventien ritten en hebben vijf coureurs in de top zeven. De Fransen winnen geen enkele rit.

Ronny De Schepper

(*) Misschien had hij in 1923 al kunnen winnen, maar toen moest hij de zege laten aan zijn kopman, de kleurrijke Fransman Henri Pélissier. Inderdaad, Bottecchia was één van de eerste Italianen om (lange tijd) voor een buitenlandse ploeg te rijden, met name het Franse Automoto. Daarom was hij in eigen land minder geliefd dan Alfredo Binda of Costante Girardengo.
(**) Een Italiaan die naar New York was verhuisd heeft eveneens op zijn sterfbed opgebiecht dat hij de wielrenner heeft gedood, deze keer in opdracht van de maffia. Dit zou dan verband kunnen houden met de dood van Ottavio’s drie jaar oudere broer, Giovanni, op 27 mei, dus amper 17 dagen eerder. Giovanni, eveneens wielrenner, werd op training omver gereden door de auto van een rijke industrieel met fascistische sympathieën en maffia-banden. De familie werd een rijkelijke schadevergoeding aangeboden, maar Ottavio zou die van de hand hebben gewezen. Daarom zou hij dan om het leven gebracht zijn. Zie de discussie hierover op Wielerarchieven.
(***) Helaas komen aan alle goede tradities een eind. In de Tour de Wallonie van 2012 was het mij al opgevallen dat de Bottecchia-fietsen van Aqua & Sapone toch eerder wit dan rood waren, maar in de daaropvolgende Vuelta deed de ploeg van Andalucia de deur dicht: hun Bottecchia-fietsen zijn groen-blauw (terwijl de trui zelf blauw-wit is). Jammer maar helaas.
(****) Volgens Frank Heinen (Uit koers, p.36) speelt Bottecchia ook “een rolletje” in “A farewell to arms” van Ernest Hemingway. Ik heb dit boek gelezen toen ik nog geen achttien was, dat is nu dus al een eeuwigheid geleden, en het is me toen niet opgevallen, of ik heb er in ieder geval toch geen nota van genomen. Als ik echter een en ander eens ga checken op de Wielerboekensite van Harrie Heinen (de papa?), dan blijkt Bottecchia voor te komen in “The sun also rises” van dezelfde auteur. Een foutje te wijten aan jeugdige overmoed?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s