Het is vandaag 120 jaar geleden dat de Amerikaanse filmregisseur Frank Capra werd geboren. Hij wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste regisseurs van de jaren dertig en veertig. Hij wordt gezien als grondlegger van twee succesvolle filmgenres: de romantische komedie en de feelgood film. Zijn films kenmerken zich door een zeer positieve, soms kinderlijk naïeve kijk op de wereld en een voorliefde voor de kleinburgerlijke wereld van de gewone mens. Ondanks het feit dat hij als Francesco Rosario werd geboren op Sicilië schuwde Capra er niet voor om een flinke dosis Amerikaans nationalisme en patriottisme in zijn films te verwerken.

Toch zijn de komedies van Frank Capra, de man die dus als “vader” van het screwball-genre wordt beschouwd, eerder maatschappelijk-moralistisch (b.v. “Mister Deeds goes to town” uit 1936, “You can’t take it with you” uit 1938, “Mr.Smith goes to Washington” uit 1939, “Meet John Doe” uit 1941 of “It’s a wonderful life” uit 1946), zeg maar: het genre “feelgood”-movies dat rond kerstmis de bioscopen teistert.

Daar staat tegenover dat men nu ook niet moet beweren dat Frank Capra steeds zeemzoet was. Eén van de beste voorbeelden daarvoor is “Arsenic and old lace” uit 1944, waarin Cary Grant wanhopige pogingen doet om zijn eerbare tantes Josephine Hull en Jean Adair te doen inzien dat eenzame oude heren deze wereld uit helpen géén werk van barmhartigheid is. Amy Archer-Gilligan, Americas most prolific female serial killer, has been sited as the inspiration for the play, and subsequently the film. She was charged with the poisoning deaths of her two husbands and was allegedly responsible for the deaths of 66 other elderly “inmates” of her nursing home. Her weapon of choice? Arsenic.

Cary Grant considered his acting in this film to be horribly over the top (terecht!) and often called it his least favorite of all his movies. Also screenwriter Julius J. Epstein complained to Frank Capra that Cary Grant’s acting “was going overboard with the comedy.” Capra agreed and told the writer that it would be toned down in the editing process. However, when World War II unexpectedly began, and Capra left the studio to do the “Why We Fight” series, it was not done. Consequently, Grant donated his entire salary, $100,000, to the U.S. War Relief Fund.

In “Arsenic and old lace” the monstrous Jonathan Brewster, Raymond Massey’s film character, in eerie-looking screen makeup, resembled Boris Karloff, which was a running gag throughout the picture. On stage, Boris Karloff played the role. Because Karloff was still appearing in the Broadway play during the film’s production, he was unable to do the picture. The Broadway comedy opened at the Fulton Theatre on January 10, 1941. Hal B. Wallis outbid “every major film company” in February 1941 for the rights to the play. The rights to the play cost $175,000, and that theatrical producers Howard Lindsay and Russel Crouse negotiated for 15% of the film’s profits. Although the original projected release date of the film was September 30, 1942, the play had 1,444 performances and ran for over three and a half years, thus delaying considerably the film’s release by closing on June 17, 1944. Repeating their stage roles in the movie were “Brewster siblings” Josephine Hull, Jean Adair and John Alexander, all three getting time off from the New York play. Boris Karloff was denied permission to go by the play’s producers, fearing that the absence of their main star would adversely affect the play’s attendance.

Frank Capra werd in 1897 geboren als zoon van Siciliaanse landbouwers die naar de VS waren geëmigreerd. Hij begon als gagman bij Mack Sennett en draaide daar zelf “The strong man” en “Long pants” met Harry Langdon. Nadien volgden nog That certain thing, The way of the strong, Submarine, Flight, Rain or shine, The power of the press, Platinum blonde, Why we fight (documentaire serie propagandafilms tijdens W.O.II), Ladies of leisure, The miracle woman en The bitter tea of General Yen (alle drie met zijn fetisj-actrice Barbara Stanwyck), A pocketful of miracles (met Bette Davis), Lady for a day, American madness, Broadway Bill, Mr.Smith goes to Washington, Mr.Deeds goes to town, You can’t take it with you, It’s a wonderful life, It happened one night en You can’t run away from it (beide werden later nog eens als een remake uitgebracht), Riding high (met Bing Crosby) en A hole in the head (met Frank Sinatra). “Rendez-vous in space” zou zijn allerlaatste film worden, want “Lost horizon” bleef onafgewerkt en werd pas later gerestaureerd uitgebracht. Ook “The best man” werd door Schaffner voltooid. Toch is hij pas in 1991 overleden.

“It happened one night” won vijf oscars in 1934 en was the first film to win the Oscar “grand slam” (Best Picture, Best Actor, Best Actress, Best Director and Best Screenplay). Frank Capra, the director, makes a cameo as one of the passengers on the bus singing the third couplet of “The Daring Young Man on the Flying Trapeze”. Met deze film startte dus ook de rage van de feelgood movies. Met “It’s a wonderful life” uit 1946 overtreft Capra zichzelf misschien nog! En verder is er “It’s a wonderful world”, “It’s always fair weather”, “It’s only money”, “It’s a joke son”, “It started in Naples”, “It should happen to you” en “It could happen to you”. Zoals Julie Burchill opmerkt in “Good luck to them” (The Sunday Times 13/11/1994): “Films die met it beginnen, there is something wrong with it, alleen It’s alive is de spreekwoordelijke uitzondering op de regel.” En nog: “It’s strange how feelgood films disapprove of sex when you consider that sex is actually one of the few things that makes people feel good.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s