De Japanse schrijver Kenzaburo Oë (foto H.P.Schaefer via Wikipedia) won de Nobelprijs voor Literatuur op een moment (1994) dat iedereen hier in Vlaanderen dacht dat die naar Hugo Claus zou gaan, zodat men wel kan zeggen: he started off on the wrong foot…

Vele Vlamingen, waaronder dus ook ikzelf, zijn hem dan ook pas gaan ontdekken na het enorme succes van zijn landgenoot Haruki Murakami.
Kenzaburo Oë werd geboren op 31 januari 1935 op het eiland Shikoku in een gezin van zeven kinderen. Zijn vader overleed toen hij negen jaar oud was. Even daarna was er de nederlaag in de Tweede Wereldoorlog wat een enorme verandering met zich meebracht. De democratisering van de maatschappij beïnvloedde Oë zeer. Hij zou een exponent worden van “nieuw links”.
Hij ging op 18-jarige leeftijd Franse literatuur studeren aan de universiteit van Tokio, waar hij afstudeerde met een scriptie over Jean-Paul Sartre. Tijdens zijn studie begon hij, beïnvloed door Franse en Amerikaanse literatuur, te schrijven met een eerste publicatie in 1957. Zijn eerste werk was “Een dier houden” (over een tienjarige Japanse jongen die wordt verraden door een zwarte G.I.), wat werd opgenomen in de verhalenbundel “De hoogmoedige doden”, die de verwoestende invloed van de oorlog op het rurale leven beschrijft en de schaduw die de Amerikaanse bezetting wierp op het leven van jongeren in de stad. In zijn werk komen verder politieke, sociale en filosofische thema’s voor zoals nucleaire wapens, existentialisme en sociaal non-conformisme. Oë is trouwens actief in de vredesbeweging en ecologische beweging.
Kenzaburo Oë heeft vele buitenlandse reizen gemaakt. In 1960 ontmoette hij Mao Zedong tijdens een reis naar China. In Frankrijk ontmoette hij Sartre. Hij trouwde in februari 1960 en heeft drie kinderen. In 1963 werd zijn autistische zoon met een muzikale gave, Hikari Oë, geboren en dit vormde een ommekeer in Oë’s leven en werk (*).
HET EIGEN LOT
Zijn meest bekende roman “Het eigen lot” uit 1964 handelt over de langzame acceptatie van zijn gehandicapte zoon. Dit is een thema dat ook in zijn latere werk voorkomt. Al denk ik niet dat je het verhaal heel letterlijk moet nemen. Of het autisme iets te maken heeft met wat er allemaal in dit boek wordt beschreven, lijkt me hoogst twijfelachtig. Het boek gaat meer over de verantwoordelijkheid nemen voor een kwalitatief onvolkomen leven. Uiteindelijk loopt het allemaal nog redelijk goed af, maar voor hetzelfde geld bepaalt zoiets inderdaad je “eigen lot”, ook al kan je daar zelf eigenlijk in de grond niks aan doen.
Daarom is het des te vreemder dat ik van dit boek vooral een prachtige erotische passage onthoud. Voor “de slechtste seksscène” reikt men zowaar jaarlijks een prijs uit, maar op basis hiervan zou men ook het omgekeerde eens kunnen overwegen. Het gaat met name over de passage dat het hoofdpersonage “Vogel” (een bijnaam uiteraard) in opperste verwarring na de geboorte van “het monster” (zijn eigen woorden) troost gaat zoeken bij een vriendin Himiko. Na wat er gebeurd is, heeft Vogel uiteraard schrik om opnieuw te coïteren en Himiko helpt hem daarvan af door als oplossing de “achterdeur” aan te bieden (p.124). En inderdaad: “Met zijn verbijstering kwamen hulp en bevrijding. Himiko behandelde hem alsof hij een verlamde invalide was, terwijl hij met een gloeiend gezicht het hoofd afwendde. Zijn verbazing zakte geleidelijk en verdween tenslotte. Het leed geen twijfel dat hij zich bevond in de handen van een deskundige op seksueel gebied.” (p.127) En van dan af is Vogel zelf ook in staat tot seksuele hoogstandjes: “Als een soldaat die een strijdmakker vergezelt naar een persoonlijk gevecht, hield Vogel zich met stoïcijnse zelfbeheersing op de achtergrond terwijl Himiko aan hun coïtus het èchte iets ontworstelde dat helemaal van haar alleen was. Gedurende lange tijd na het hoogtepunt beefde Himiko’s gehele lichaam. Toen werd ze zwak, hulpeloos, zacht op een oneindig vrouwelijke manier, en tenslotte slaakte ze een gedempte zucht als een jong dier dat zijn buik heeft volgegeten en viel vast in slaap zonder zich te hebben bewogen. Vogel voelde zich als een haan die over een kuiken waakt.” (p.132) Ik wil daarbij beklemtonen dat ik mij jaren geleden weliswaar heb verdiept in erotische literatuur (vooral door vrouwen geschreven), maar dat ik dit nu al een aantal jaren achter mij heb gelaten. Louter erotische boeken zou ik nu zeker niet meer ter hand nemen en erotische passages in “gewone” werken durf ik wel eens overslaan, zoals ik ook vaak met natuurbeschrijvingen doe. Voor mij is dit dus wel heel uitzonderlijk!
VOETBALLEN IN 1860
Geen erotiek in het volgende boek dat ik van Oë heb gelezen, “Voetballen in 1860” (allé, toch niet tot op p.189, zie verder), maar wel weer een gezin met een gehandicapt kind. Op p.104 worden de twee zelfs met elkaar in verband gebracht: “Sinds de noodlottige gebeurtenis met onze baby had mijn vrouw alle knoppen gebroken die in haar bewustzijn ook maar iets met seksualiteit te maken hadden. Alleen al door in de buurt te komen van het probleem seksualiteit kregen we het onontkoombare vermoeden dat wij beiden walging en kwelling voor lief moesten nemen. Noch mijn vrouw noch ik gingen er graag mee om. Wij namen daarom onmiddellijk afstand als het probleem seksualiteit zich voordeed.”
Ik zal het maar meteen toegeven: ik heb dit boek gekozen omwille van de titel en, nee, ik had niet gedacht dat het over voetbal zou gaan (**). Maar vanwaar komt dan die titel? Op p.189 had ik zelfs al een hoofdstuk getiteld “Voetballen, honderd jaar later” achter de rug en nog steeds was het mij niet echt duidelijk. Omdat ik ook nog altijd geen gedacht had waar Oë met zijn boek naartoe wilde, ben ik dan maar een en ander gaan opzoeken. De beste beschrijving vond ik op een blog die “Terugschrijven: reacties op wat er aan teksten en muziek langskomt” heet. Zelfs op de homepage vind ik geen naam terug van wie er achter deze blog zou kunnen schuilgaan, maar hier volgt zijn (of haar) samenvatting: “Centraal staat een afgelegen dal waar de boeren in 1860 een opstand ondernemen tegen het feodale gezag. Het is het moment in de geschiedenis van Japan dat Amerika het land openbreekt voor contacten met de buitenwereld, de feodale orde wankelt, maar het nieuwe keizerlijke systeem is nog niet ingevoerd. De boeren willen een lening afsluiten van hun leenheer, maar die wordt geweigerd. Dan komen ze onder leiding van de groot voorouders van de hoofdpersoon, die het verhaal 100 jaar later vertelt, in opstand. Uiteindelijk wordt de opstand onderdrukt, de leiders worden onthoofd, maar de broer van de overgrootvader van de hoofdpersoon, is door de in de bossen te vluchten ontkomen en is naar een andere provincie gevlucht. Later worden van hem brieven gevonden waarin hij commentaar levert op de situatie in Japan, en afstand lijkt te nemen van de leidersrol die hij speelde in de opstand.
De hoofdpersoon van de roman, heeft een jongere broer die een belangrijke rol heeft gespeeld in de protesten in 1960 tegen het nieuwe vriendschapsverdrag tussen Japan en de USA. Na het mislukken van de protesten heeft hij zelfkritiek geleverd, en is een tijdje naar de VS met een toneelgezelschap gegaan. Het verhaal vanwaaruit al deze gebeurtenissen verteld worden, speelt een tijdje hierna, in het dal waar ook de historische opstand speelde. De jongere broer van de verteller organiseert een groep jongeren in een voetbalteam, en traint hen , ook in het uitoefenen van geweld. Hij laat het geweld richten op de eigenaar van de supermarkt in het dorpje, een Koreaan, ex-dwangarbeider uit WO-II, die met zijn winkel de lokale authentieke Japanse middenstand heeft weg geconcurreerd. Deze supermarkt eigenaar wordt gepresenteerd als de supermarkt keizer. De bende plundert de supermarkt een aantal keren, en verdeelt de goederen onder de bevolking. Dit alles speelt rond het begin van het nieuwe jaar. De jongere broer lijkt de rol op zich te nemen van de broer uit 1860, die de boerenopstand leidt.”

Tot zo ver zit ikzelf op dit ogenblik (19 september 2018) en ik heb niet kunnen vermijden om vanuit mijn ooghoeken al een paar spoilers te detecteren. Daarom ben ik hier gestopt met lezen en met citeren. Bij mijn opzoekingswerk ben ik ook een blog tegengekomen van Erik G.Veld, die als titel gewoonweg “Ontknoping” draagt. Als waarschuwing kan dat tellen. Die heb ik dus nog niet gelezen, maar ik twijfel op dit moment wat ik ga doen: mij toch maar doorheen Oë zelf blijven zwoegen of meteen naar deze webpagina grijpen?
Uiteindelijk heb ik me er toch maar door geworsteld, maar als ik in een nawoord van de vertaalster lees dat het “een van de hoogtepunten uit de naoorlogse Japanse literatuur wordt beschouwd”, moet ik toch de handdoek in de ring gooien. Dat kan natuurlijk volledig aan mezelf liggen, maar misschien ligt het ook wel “een beetje” aan de stugge vertaling van Noriko de Vroomen en Frans Montens. Tijdens het interview met Oë geeft Noriko trouwens toe dat ze problemen heeft gehad met de vertaling.

Ronny De Schepper

(*) In een interview uit 1984 heeft hij het wel degelijk over een “zwakzinnige” zoon. Misschien is dit toch niet dezelfde als de “autistische” zoon.
(**) In de Japanse originele titel komt wel degelijk het woord “futtoboru” voor. In bovengenoemd interview zegt Oë dat hij het opzettelijk heeft gebruikt omdat het een Amerikaans leenwoord is (het slaat dus op American football en niet op soccer!) en hij de opstand tegen de Amerikaanse bezetting ermee in de verf wil zetten. Toch werd het boek in het Engels vertaald als “The silent cry” (met dank aan Gregory Ball).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.