Het is vandaag al twintig jaar geleden dat de Zweedse filmregisseur Bo Widerberg is overleden.

Bo Widerberg was jarenlang bevriend met Ingmar Bergman maar sinds zijn doorbraak met “Elvira Madigan” uit 1967 (dat zich bij de aanvang afspeelt in Sundsvall en een voorloper is op de David Hamilton-fotografie), dat een anti-militaristische ondertoon had, breekt Widerberg met Bergman die hij “religieuze Spielerei” verwijt. Volgens Widerberg heeft het geen belang te vernemen of god al dan niet bestaat en àls hij al bestaat, of hij zich dan met ons bezighoudt of niet. Veel belangrijker, zegt Widerberg, is de verhouding van de mensen onderling. Hij wilde met andere woorden meer geëngageerde films gaan maken.
Toch is “Elvira Madigan” vooral synoniem geworden van het super romantische adagio uit het 21ste pianoconcerto van Mozart (gespeeld door Geza Anda), zij het dat andere klassieke muziek tenminste even prominent aanwezig is, zelfs de “Vier Seizoenen” van Vivaldi!
Daarna draait Widerberg echter duidelijk politieke films als “Adalen 31” (1969) en “Joe Hill” (1971). Waarna hij in 1974 verrast met “Fimpen” (“Kleine jongen”). Als kind droomde Widerberg er, net zoals zovele andere kinderen, van een voetbalheld te worden, die Zweden naar de toppen van de roem zou voeren en hemzelf door iedereen bemind zou maken. Johan Bergman (!), een kereltje van een jaar of zes, zeven, is zo’n voetbalheld. Hij wordt ontdekt terwijl hij met zijn kameraadjes speelt en in minder dan geen tijd wordt hij opgenomen in het Zweedse nationale elftal. Zijn naam prijkt in ’t groot op alle borden, maar zelf kan hij niet lezen noch schrijven, want op school valt hij in slaap van vermoeidheid. Uiteindelijk kiest Johan ervoor zijn opleiding serieus onder handen te nemen en het voetballen enkel als kinderspel te blijven beoefenen. Nog één keer wil hij het Zweedse elftal nog wel eens uit het slop helpen en dat is dan als het ware toevallig tegen de ploeg van de Sovjetunie in Moscou…
De film werd niet goed ontvangen omdat hij noch een kinderfilm is, noch een film tegen de uitbuiting van kinderen (wat in de lijn had gelegen van Widerbergs vorige films).
In 1987 volgt dan “Serpent’s way” en in 1992 “All things fair”, waarin Bo het autobiografische verhaal vertelt hoe een schooljongen in de liefde wordt ingewijd door zijn lerares. De rol van de schooljongen wordt gespeeld door Widerbergs eigen zoon, Johan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s