Wist u dat de auteur van bovenstaand sonnet ook vier boeken over het leven van Christus op zijn naam staan heeft? En dat hij op een blauwe maandag bijkans door een paus tot kardinaal werd benoemd? Vandaag is het alvast 525 jaar geleden dat Pietro Aretino in Arezzo werd geboren.

Pietro Aretino ging op negentienjarige leeftijd naar Rome, waar hij algauw een prominent werd in de kringen van de pauselijke hofhouding. Zeer spoedig verwierf hij naam als toneelschrijver en satirische dichter, maar bovenal werd hij berucht als « boulevardjournalist », wiens vlijmscherpe pen alleen door royale jaargelden en geschenken tot zwijgen kon worden gebracht. Het verhaal wil dat zijn tijdgenoot en collega-toneelschrijver Ariosto van de Orlando furioso hem de bijnaam « flagello dei principi » (de gesel der prinsen) gaf, maar hijzelf gaf er in alle bescheidenheid de voorkeur aan zich « il Divino », de Goddelijke, te noemen. Toen Romes grond hem iets te heet onder de voeten werd, verhuisde hij in 1527 naar Venetië, waar hij zijn ambacht met onverminderde ijver voortzette. De legende wil dat hij tenslotte gestorven is te midden een onbedaarlijke lachbui, die hem het verder ademhalen belette.
Aretino schreef zijn beroemde Sonnetto lussurioso (Wulpse sonnetten) tussen 1525 en 1527, in welke periode hij verbleef aan het hof van de graaf van Mantua, die zelf een groot liefhebber van erotica was. Aan hetzelfde hof vertoefde ook de tekenaar Giulio Romano (1498-1546) een leerling van Raphael, die rond 1520 een serie van 16 tekeningen vervaardigde, waarop de verschillende standen van het liefdesspel waren afgebeeld en het zijn deze tekeningen die Aretino inspireerden tot het schrijven van zijn berucht gebleven sonnetten. In 1524 vervaardigde de graveur Marco Antonio Raimondi (1475-1534) platen naar deze tekeningen, maar reeds in hetzelfde jaar werd de tekenaar gearresteerd. Pietro Aretino, die heel wat invloed had bij paus Clemens VII, zorgde ervoor dat zijn libertijnse kunstbroeder met bekwame spoed op vrije voeten werd gesteld, maar wat niet vrijgegeven werd waren de etsplaten. Het Vatikaan moet er alles op gezet hebben om zoveel mogelijk afdrukken in handen te krijgen en als ze niet vernietigd zijn berusten ze nog steeds in de bibliotheek van het Vatikaan — tot vreugde van wie ?
Zopas verschenen deze zestien beroemde staartsonnetten — een hoogtepunt in de erotische literatuur van het Westen — voor de eerste maal in het Nederlands in een voortreffelijke vertaling van Ernst Van Altena, die ook zorgde voor een goed gedocumenteerde inleiding waaruit wij de meeste onzer gegevens hebben geput. Bovendien werd naast de Nederlandse vertaling telkens ook de oorspronkelijke Italiaanse tekst opgenomen. De gravures tenslotte waarmee deze uitgave werden geïllustreerd stammen uit een achttiende-eeuwse Franse uitgave en zijn dan ook geheel in de stijl van die eeuw uitgevoerd.
Hoewel reeds zeer vroeg tot verboden lectuur verklaard, hebben deze « Wulpse sonnetten » een grote invloed uitgeoefend, en met name in het Frankrijk van de Pléiade. En nog rond de eeuwwisseling bezorgde Apollinaire een nieuwe vertaling van Aretino’s meesterwerkjes.
Vertaler en uitgever kunnen alleen maar gelukgewenst worden omdat zij dit werk eindelijk binnen het bereik van een groot publiek hebben gebracht.
(Jan Mestdagh in De Rode Vaan van 1985)

Referentie
Pietro Aretino : Wulpse sonnetten. Vertaald door Ernst van Altena, met zestien gravures naar tekeningen van Giulio Romano. Uitgeverij C.J. Goossens, Hilversum. Verspreiding voor België : Uitgeverij Baart, Manebrugstraat 284, 2210 Buisbeek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s