Het is vandaag vijftig jaar geleden dat de Amerikaanse operazangeres en filmactrice Geraldine Farrar is overleden.

Geraldine Farrar was de dochter van een honkbalspeler uit de Major League. Ze begon op twaalfjarige leeftijd met een zangopleiding in Boston en studeerde vervolgens in New York bij Emma Thursby. In 1899 ging ze naar Parijs en vervolgens naar Berlijn, waar ze zanglessen nam bij de sopraan Lilli Lehmann en de bariton Francesco Graziani.
In 1901 had Farrar haar operadebuut in de Berlijnse Hofoper als Marguerite in Faust. Haar optreden was direct een groot succes en in de volgende jaren speelde ze hoofdrollen in de opera’s Mignon, Manon en Roméo et Juliette. Een voorlopig hoogtepunt bereikte ze in 1906 in Giuseppe Verdi’s Rigoletto als tegenspeelster van Enrico Caruso, met wie ze nauw bevriend zou blijven en veel zou samenwerken. Kroonprins Wilhelm van Pruisen was een groot bewonderaar van Farrar en aangenomen wordt dat beiden ook enige tijd een relatie met elkaar hadden. De Amerikaanse schrijfster Barbara Paul (°1931) heeft de twee operazangers als “detectives” in haar boeken geïntroduceerd. Aangezien Paul nogal feministisch is, is het wel Farrar die de Holmes is en Caruso de Watson!
Farrar had ook geregeld gastrollen in Opera van Monte-Carlo, waar ze de titelrol kreeg in de eerste uitvoering van Pietro Mascagni’s Amica. Hoog geprezen werd haar vertolking van Giacomo Puccini’s Madama Butterfly in de Metropolitan Opera te New York, in 1907, in de eerste finale versie. Vanaf die tijd zou ze voornamelijk in New York blijven zingen, als voornaamste trekpleister van de ‘Met’. Ze bleef er nog tot 1922 actief. In haar latere jaren speelde ze met name vaak de titelrol in Tosca.
Tussen 1915 en 1920 speelde Farrar ook in diverse stomme films, onder andere in een succesvolle bewerking uit 1915 van Georges Bizets Carmen door Cecil B.DeMille. Vooral het gevecht in de sigarenfabriek is de geschiedenis ingegaan omdat de legende wil dat zij daar een écht robbertje heeft gevochten met een figurante, die net als zijzelf een verhouding had met de regisseur!
Farrar zei altijd meer waarde te hechten aan de emotionele expressie van haar zangkunst dan aan lyrische perfectie. Ze was dan ook niet wars van enig effectbejag. Ook uiterlijk viel ze op, niet alleen door haar schoonheid, maar ook vanwege haar flapper-achtige verschijning in de jaren tien en twintig. Flapper-girls en garçonnes zijn termen die in de jaren twintig werden gebruikt voor een nieuwe generatie zelfbewuste vrouwen, die hun haren kort knipten in een bobkapsel, naar jazz luisterden en minachtend deden over dat wat toentertijd als acceptabel en gangbaar gedrag werd gezien.
Bij de Metropolitan Opera kreeg Geraldine Farrar een relatie met Arturo Toscanini, die zijn vrouw en drie kinderen voor haar verliet. Het leidde tot een schandaal en in 1915 tot een breuk tussen Toscanini en de Metropolitan Opera. In 1916 huwde Farrar met de van origine Nederlandse acteur Lou Tellegen, die haar echter veelvuldig zou bedriegen en van wie ze in 1923 scheidde.
Farrar nam als een der eerste operasterren op een grote schaal grammofoonplaten op. In de jaren dertig werkte ze in Amerika voor de klassieke radio. Daarna trad ze ‘in ruste’. Ze overleed in 1967, 85 jaar oud.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s