Vandaag is het precies 35 jaar geleden dat Lee Strasberg is gestorven. Strasberg is de man van “The Method”, de Hollywood-variant van de toneeltheorie van Konstantin Stanislavski. Ze werd gepropageerd in de “Actor’s Studio”, een toneelstudio die in 1947 was gesticht door Elia Kazan, Cheryl Crawford en Robert Lewis.

Met zijn opvattingen over een zo groot mogelijke inleving en identificatie van een acteur met z’n rol stelde de Russische theaterlegende Konstantin Stanislavski zich regelrecht tegenover de vervreemdingstheorie van Bertolt Brecht.
Eén van de oorspronkelijke lesgevers aan de “Actor’s Studio” was Stella Adler, maar na verloop van tijd groeide er een conflict met Strasberg.
Om aan te duiden hoe diep de kloof wel was tussen Adler en Strasberg wordt meestal de anekdote aangehaald over de dood van Strasberg. Toen liet Adler, tot grote verbazing van haar leerlingen, een minuut stilte in acht nemen. Bleek echter dat ze niet de man, maar de acteerkunst herdacht. Toen de minuut immers voorbij was, sprak ze: “Het zal nog honderd jaar duren voor het kwaad dat deze man aan de acteerkunst heeft aangericht weer is goedgemaakt.”
Men kan “the method” samenvatten als: de emotie moet waarachtig zijn, niet voorgewend. Dat lijkt een goed uitgangspunt voor authentiek theater, maar niet iedereen denkt er zo over. Een bekend voorbeeld is b.v. dat van Dustin Hoffman in “Marathon Man”. Zoals de titel reeds aangeeft, moet Hoffman daarin nogal wat aflopen en een bepaalde scène met Laurence Olivier moest hij dan ook “buiten adem” vertolken. Goed, zei Hoffman, ik zal eens het blokje om lopen. Waarop Olivier, die uit de gedegen Engelse theatertraditie stamde, geërgerd zei: “Maar actéér dan toch dat je buiten adem bent, man!” (In een BBC-interview heeft Hoffman zijn versie van de feiten gegeven: hij zat op dat moment in een echtscheiding en wou nog eens de “stag” uithangen. Daarom had hij drie nachten in de fameuze Studio 54 rondgehangen onder het mom dat het hem van pas kwam voor zijn rol. Olivier zou daarop die uitspraak al lachend hebben gedaan.)
Een ander typisch staaltje van method acting is Robert de Niro als bokser Jake La Motta in “Raging Bull”. Beroemd is het feit dat hij hiervoor nog liever 30 kg aan gewicht won in plaats van met opgevulde kleren te werken.
Een derde aanhanger van “the method” was Kirk Douglas. Dat bleek b.v. tijdens de opnames van “Spartacus”, tot grote ergernis van zijn tegenspeler Peter Ustinov. Tijdens een liefdesscène met Jean Simmons liet Douglas muziek van Rachmaninov spelen, “om zich beter te kunnen inleven“. “Alhoewel er in 70 vóór Christus weinig sprake was van Rachmaninov,” aldus Ustinov. Toen men met de postproductie bezig was, meer bepaald het opnieuw inspreken van de dialogen, moest Ustinov op een zeker moment een bericht naar Kirk Douglas brengen. Toen hij in de studio kwam, zag hij tot zijn stomme verbazing dat Douglas op de vloer lag met de armen gespreid, alsof hij op een kruis hing, want dat was de scène die hij aan het inspreken was. Ustinov ging ook op de grond liggen (net alsof hij naast Douglas gekruisigd was) en gaf hem op die manier de boodschap door. Mister Douglas was not amused.
Andere bekende adepten zijn Marlon Brando, Paul Newman, James Dean, Montgomery Clift, Anthony Quinn, Robert Duvall, onze eigen Chris Thys en Marilyn Monroe, al is deze laatste duidelijk niet geslaagd voor haar examen.
Enkele jaren geleden maakte artistiek leidster Estelle Parsons bekend dat voortaan Al Pacino, Harvey Keitel en Ellen Burstyn de leiding van de Actor’s Studio zullen waarnemen.
De bloedige maar homerische strijd van de Antwerpse toneelscholen bij het begin van de 21ste eeuw roept reminiscenties op aan de heroïsche ruzies in Hollywood tussen voor- en tegenstanders van de “method acting”. De tegenstelling tussen de “strekking Decleir” en de “strekking Van der Groen” kan immers worden samengevat als: een rol spelen (Decleir) tegenover een personage zijn (Dora Van der Groen in NRC-Handelsblad: “Toneel is hoorbaar en zichtbaar, maar vooral voelbaar maken van emoties.”).
En alhoewel hij als Gentenaar niets te zoeken heeft in deze Antwerpse stammentwist, stelt toch ook Bob De Moor: “Ik heb het al eerder gezegd: ik wil eigenlijk niet acteren, ik wil zijn. En daar ik vooral de mensen – en ook mezelf – wil ontroeren, wil ik bij iedere voorstelling de indruk wekken dat het allemaal écht is. De anekdote die ik in dat verband graag vertel, is dat ik in een bepaald stuk eens zei dat ik het benauwd had en vroeg of er geen deur open mocht staan, iemand uit het publiek effectief opstond om een deur in het theater op een kier te zetten. En ik voeg er dan graag aan toe dat die persoon op de koop toe zelf een acteur was!”

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s