Het is vandaag al tien jaar geleden dat de Franse filmregisseur Gérard Oury is overleden.

Max-Gérard Houry Tannenbaum, zoals hij echt heette, werd geboren in Parijs. Hij startte zijn loopbaan als een directeur van een theater. Vanwege de jodenvervolging ten tijde van de Tweede Wereldoorlog moest hij naar Monaco en Zwitserland vluchten. Na de oorlog trad hij in de jaren vijftig op in Britse films waarin een clichématige Fransman nodig was. In 1958 speelde hij in Frankrijk in “Le Dos au mur”, een politiefilm van Edouard Molinaro met Jeanne Moreau.
Hij debuteerde als regisseur in 1960 met de film La Menace. Le Corniaud uit 1965 met Louis de Funès en Bourvil in de hoofdrollen was een eerste schot in de roos. Deze film was zo’n groot succes dat Oury in 1966 La Grande Vadrouille regisseerde met hetzelfde duo, nu als twee Fransen die in de Tweede Wereldoorlog de bemanning van een boven Parijs neergehaald geallieerd vliegtuig proberen te redden.
In 1971 maakte hij La Folie Des Grandeurs en in 1973 Les Aventures de Rabbi Jacob, beide met Louis de Funès in de hoofdrol. Bourvil speelde naast Jean-Paul Belmondo in Oury’s film Le Cerveau uit 1969. Belmondo speelde ook de hoofdrol in L’as des as (1982), een film die met haken en ogen aan elkaar hangt (hoe komt halfweg de film bijvoorbeeld die kleine alleen te zitten met die “geleende” wagen, in the middle of nowhere?), maar toch onze aandacht opeist omdat hij zich afspeelt tijdens de Olympische Spelen van Berlijn. Dat twee Franse boksers daar goud halen (Jean Despeaux in de middengewichtsklasse tegen de Noor Henry Tiller en Roger Michelot bij de lichte zwaargewichten tegen de Duitser Richard Vogt), dat klopt inderdaad, al ben ik verre van zeker dat dit op hetzelfde moment gebeurde en dat de commentator gewoon kon switchen van de ene ring naar de andere. Uit 1980 dateert Le coup du parapluie, waarin Gérard Depardieu voor het eerst een duo vormt met Pierre Richard. Ook La carapate uit 1978 mag er nog zijn (over mei ’68). “La vengeance du serpent à plumes” (1984) daarentegen, met een ongeloofwaardige verhouding tussen Coluche en Maruschka Detmers, viel zwaar tegen. Oury wil hier humor brengen over een ernstig onderwerp als terrorisme, maar in tegenstelling tot in “Rabbi Jacob” gaat hij deze keer totaal de mist in. De muziek is, net als bij “La folie des grandeurs”, van Michel Polnareff.
In 1992 draaide hij “La soif de l’or” met Christian Clavier (“Les visiteurs”, “Astérix”) in de hoofdrol als a very greedy millionaire who is trying to smuggle a large amount of goldbars out of France and into tax haven Switzerland, with – for apparantly no good reason – his grandmom (Tsilla Chelton) as his partner in crime but with his ex-wife (Catherine Jacob) and her boyfriend (Philippe Korsand) in hot pursuit. Consequently: a mad chase starts. Gags are numerous and excellent even if some of them are a bit huge and unlikely. Waarom b.v. de oude mevrouw Chelton een aantal heksentoeren moet uithalen is niet duidelijk (ook al weet ik natuurlijk wel dat haar grootste heksentoer door een stand-in werd gedaan). Nevertheless, as the film is a road-movie in a big part, it enables to admire the beauty of the French and Swiss landscapes. However, it isn’t sufficient enough to save the film. Oury was 76 years old when he made it. He’d better have a well-deserved rest. But he didn’t: de laatste film van Oury was Le Schpountz in 1999.
Gérard Oury woonde tot aan zijn dood tientallen jaren samen met de Franse actrice Michèle Morgan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.