Today it’s thirty-five years ago that “Reason to Believe” by Rod Stewart entered at #98 in the US Billboard charts, climbing up to #62 on 14 August, when it was first listed together with “Maggie May”. After that, with “Maggie May” listed first, it climbed the US charts up to #1 on 2 October 1971.

Rod Stewart was nuchter genoeg om in het contract met The Faces te laten stipuleren dat hij zijn solo-carrière verder mocht uitbouwen en zo wordt 1971 het jaar van de internationale doorbraak van Rod Stewart met zijn dubbele single-hit “Maggie May”/”Reason to believe”, getrokken uit zijn derde solo-elpee “Every picture tells a story”, een gigantisch commercieel succes, wat echter niet wegneemt dat ze artistiek bijna het niveau van “Gasoline Alley” haalt (wat als een bijzonder groot compliment is bedoeld) en dit vooral dankzij het folky sfeertje dat in de lucht is blijven hangen. Hiervoor zijn onder meer de drie nieuwe krachten verantwoordelijk die Rod had aangesproken om hem bij te staan: vooral natuurlijk mandolinespeler Ray Jackson van Lindisfarne, maar ook de countryachtige fiedeler Dick Powell en de fijngevoelige pianist Pete Sears. Deze drie heren zullen ook op de twee volgende elpees op post zijn, maar precies daardoor zullen deze wat minder van kwaliteit zijn (men vervalt in herhaling).
Daarnaast wordt in datzelfde jaar zoals gezegd ook nog de single “Stay with me” van the Faces uitgebracht en zijn oude firma (EMI) probeert een graantje mee te pikken door het heruitbrengen van “I’ve been drinkin’ again” van The Jeff Beck Group (het stond begin ’68 reeds op de keerzijde van Jeff Becks versie van – godbetere – “Love is blue”). Maar de mooiste verrassing kwam uit Australië met “In a broken dream” van de groep Python Lee Jackson, waarvoor Rod de vocals had ingezongen. Stewart was brought in to sing a few songs and this one in particular, since leadsinger David Bentley had informed his bandmates that he didn’t think his own voice was right for it. Recorded by John Peel, “In a Broken Dream” and two other songs sung by Stewart, “Doin’ Fine” (a version of “Cloud Nine”) and “The Blues”, remained unreleased until 1970 when Miki Dallon re-produced the track for his Youngblood label and released it, having bought the masters from John Peel. Rod Stewart was paid a set of seat covers for his car for doing the session. The single was not a success on its release but Dallon re-released it in August 1972 to coincide with Rod Stewart’s release of “You Wear It Well”, his second big solo single. With Rod being more famous by then, “In A Broken Dream” rose to number three in the UK Singles Chart and #56 in the U.S. Billboard Hot 100. In de jaren negentig werd het nummer opnieuw in de belangstelling gebracht dankzij de film “Breaking the waves”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s