25 jaar geleden: Tempo, “polsslag van Gent”, kan gaan leven

00 eric goeman
Vandaag 25 jaar geleden schreef Karel Van Keymeulen in De Gentenaar een stuk over het nieuwe tijdschrift van Eric Goeman (foto): Tempo…

GENT — Doorzettingsvermogen kun je Eric Goeman niet ontzeggen. Uit in Gent is pas dood en hij heeft al een nieuw blad in de krantenwinkels. In september 1982 verscheen Metro I. Na drie Metro’s en drieëneenhalf jaar Uit in Gent is Goeman in maart 1991 aan zijn vijfde blad toe. Tempo heet het en het krijgt als motto „de polsslag van Gent” mee. Het kost 40 fr., zal maandelijks verschijnen, kreeg een magazine-formaat en glanspapier mee. Behalve aan cultuur wil het aandacht besteden aan lifestyle, wetenschap, media, economie, politiek en erotiek. Het maart- en nulnummer wordt op 10.000 exemplaren verspreid in krantenwinkels, boekhandels, bibliotheken, mediatheken, monumenten en musea. Goeman leek een tevreden mens, gisteren althans. „Ik hou van die kick”, zei hij.
Aan het nieuwe blad ging deze keer denkwerk vooraf. Toen bleek dat Uit in Gent doodging, trok Eric Goeman naar Eric Temmerman en Walter Mareen. Elf organisaties van het Kunstenoverleg (ze staan op bladzijde 1 van Tempo, alleen moet Nieuwpoorttheater vervangen worden door Oud Huis Stekelbees) legden ieder 25.000 fr. op tafel. Het bureau Making Magazines leverde voor die som een inhoudelijk en grafisch concept. Eind januari stopte Uit in Gent, een maand later ligt Tempo er.
Logo’s
Steun vond men ook in de Academie voor Schone Kunsten, waar leerlingen logo’s ontwierpen. Daar hadden ze twaalf dagen voor. Leraar Marc Popelier ontwierp de eerste cover. Ieder nummer krijgt een andere cover.
Voorts werd de structuur van vzw Uit in Gent verstevigd. In de raad van bestuur schoven naast Eric Goeman, Lisette Laute en Frank Colman ook John Dierickx (kabinetsmedewerker van cultuurschepen Van Quaquebeke) en advocaat Roel Bohez aan. Tevens werd de redactie verbreed. Opvallendste aanwinst is beroepsjournalist Ronny De Schepper, die vele jaren van zijn mooie leven aan de Rode Vaan gaf. Hij levert meteen drie grote stukken (*). Voorts vind je bekende namen als Geert Stadeus en Johan Wullaert terug.
Het nulnummer telt 52 bladzijden, maar men lonkt al naar 72 bladzijden.
Eric Goeman: „Cultuur blijft de hoofdmoot, nagenoeg 80 procent. Maar de lezer is belangrijk, we schrijven niet alleen voor het Kunstenoverleg. We willen een promotieblad voor Gent in al zijn facetten zijn. In de vorm van onze dag-aan-dagagenda loopt cultuur als een rode draad door het blad. Daarnaast willen we ook leesstukken bieden. Het mag geen wegwerpblad zijn, de lezer moet er een tijdje zoet mee zijn. De ambitie is het mooiste promotieblad voor Gent te worden, mensen goesting te doen krijgen eens de deur uit te gaan. Daarbij zullen we primeurs niet laten liggen, maar het gaat me niet om primeurs in de politieke sfeer.” 
Veeg
Met andere woorden, de tijden van Metro toen Eric Goeman weleens wild om zich heen schopte liggen achter de rug. Goeman is zonder blikken of blozen chauvinist. In zijn editoriaal geeft hij, u raadt het nooit, de Antwerpenaren een kleine veeg uit de pan.
Eric Goeman staat er ook op dat de redactie onafhankelijk werkt van de publiciteitsafdeling „Geen publi-reportages en ook geen lyrische beschrijvingen meer van de restaurants waar we iemand interviewen.”
In het verleden klaagde Eric Goeman geregeld over advertenties. Het nulnummer bevat opnieuw hoofdzakelijk advertenties van middenstanders. De vzw werkt nu met drie onafhankelijke reclamewervers. Vraag is of dat deze keer wel houdbaar is? Goeman mikt ook op de zware economische sectoren. Maandelijks worden 500 nummers naar mensen uit die sector gestuurd. Met de nog bescheiden rubriek economie hoopt men meer goodwill te kweken. Een andere ambitie is ooit buiten de grenzen van Gent te breken.
Steun
Het maken van het eerste nummer kostte 650.000 fr. Advertenties en verkoop moeten de kosten dekken. Het magazine krijgt nog steeds, zoals Uit in Gent, 100.000 fr. steun van de stad Gent. In zijn editoriaal vergeet Eric Goeman dan ook niet, zij het met enige humor, Rudy Van Quaquebeke te noemen.
Schepen Rudy Van Quaquebeke zei tijdens de voorstelling van het blad „dat het een leemte kan opvullen en moet uitgroeien tot een volwaardige uitkrant.” Hij stelde ook dat „het stadsbestuur nog nooit vroeg het blad op voorhand in te kijken” en „de grootse censoren in de culturele organisaties zitten en niet op het stadhuis. De schepen van cultuur zal niet zeggen wat kan en niet kan.” Voor die 100.000 fr krijgt de stad wel één pagina advertentieruimte.
De schepen van cultuur doet er hoe dan ook een goede zaak mee. Het Gentse cultuurleven wordt op een leuke manier gepromoot en de vraag is of Tempo zo nodig zijn beleid ter discussie zal kunnen stellen. Zeg nu zelf!
Eric Goeman en zijn ploeg geven zich drie nummers. Lukt het niet, dan is het onherroepelijk gedaan.
Bladeren in nummer nul
GENT — Het mag er zijn. Het ziet er nog net iets te flets uit, maar Tempo nummer nul, is veel beter dan wat Uit in Gent ooit was. Vooreerst is Eric Goeman van zijn drammerige editorialen afgestapt en belangrijker, er valt iets te lezen. Het magazineformaat oogt beter en is aantrekkelijker voor adverteerders, wat de levenskansen groter maakt.
De lay-out is gelukkig sober. Een dag-aan-dagagenda vergezelt de bladzijden 14 tot 39. Tussenin verstrekken korte stukken meer informatie over producties die op komst zijn. Een leemte lijkt het gebrek aan aandacht voor de twee nieuwe Arca-producties deze maand en de nieuwe NTG-productie.
Voorts wordt gewerkt met rubrieken zoals Tempo Touche, Tempo Podium, Tempo By Night, Tempo Cine, Tempo Economy…
Het blad opent met Tempo Drive-In, met nieuwtjes over het Gentse cultuurleven. In die rubriek staat evenwel enkel oud nieuws, op één nieuwtje na. Dirk Brossé gaat teksten van de beroemde schrijver Gabriel Garcia Marquez op muziek zetten.
Interviews
Voorts verscheidene leesbare interviews met dr.Léon Baert (naar aanleding van de film Arachnophobia), Bram Vermeulen, Herman Brusselmans, Jan Decleir, televisieproducer Paul Bottelberghs, René Vandereycken en de drie Gentse boys (Paul Carpentier, Nic Balthazar, Sander Van den Broecke) van het nieuwe cultuurmagazine Memphis op TV 2. Tempo trok ook columnisten aan. Pjeroo Roobjee schrijft smakelijk over een koppel uit de Kortedagsteeg en Walter Ertvelt heeft het over zijn dada de Muide Blues.
Zoals Eric Goeman zelf zei „het blad is verre van perfect, moet nog groeien”. Dat merkje bijvoorbeeld aan een lelijk vormgegeven bladzijde 27. Minder enthousiast zijn we over de afdruk van de foto’s. En fotograaf Willy Dé kan maar zijn oude en flauwe gewoonten niet afleren.
De foto’s van Paul Bottelberghs of van het Coliseum zijn al veel geslaagder. Een goed fotobeleid is voor zo’n blad nochtans van levensbelang. Tempo haalde ook fotograaf Lukas Roels van stal. Zijn erotische bijdrage staat er echter gewoon bloot te wezen.
Maar goed, geen valse start ditmaal. Tempo leeft, met groeipijnen.

Referentie
Karel Van Keymeulen, Tempo “polsslag van Gent” kan gaan leven, De Gentenaar, 7 maart 1991

(*) Interview met René Vandereycken, op dat moment trainer van A.A.Gent; met Dr.Leon Baert n.a.v. de film “Arachnophobia” en met Nic Balthazar, Paul Carpentier en Sander Van den Broucke n.a.v. het televisieprogramma “Memphis”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.